Evolutie en Biodiversiteit

Categorie: ouderlijke zorg (Pagina 3 van 5)

Elke rug is goed

Kikkervisjes hebben grote haast om weg te komen

Vader pijlgifkikker Ranitomeya variabilis brengt zijn jongen in veiligheid

Het loopt slecht af als de jongen van pijlgifkikker Ranitomeya variabilis samen opgroeien: dan blijft er maar één in leven. Zo gauw zich een volwassen kikker vertoont, proberen kikkervisjes dan ook op zijn rug te klimmen en mee te liften naar een veilige plek, schrijven Lisa Schulte en Michael Mayer.

Als mannetje en vrouwtje van de pijlgifkikker Ranitomeya variabilis uit Peru paren, leggen ze twee à zes eitjes bij een waterpoeltje in de bladoksel van een plant, bijvoorbeeld een bromelia. Daar is de kans klein dat de eitjes door een roofvijand worden gevonden. De vader komt af en toe kijken, en zodra een larve uit het ei komt neemt hij het op de rug en brengt het naar een ander poeltje dat hij van tevoren heeft uitgezocht. Bij een volgend bezoek vist hij opnieuw een larve uit het water, tot hij alle jongen heeft ondergebracht in verschillende plantenpoeltjes waar ze het rijk alleen hebben.

Razendsnel

Het is noodzakelijk dat de kikkervisjes van elkaar worden gescheiden. Want als ze bij elkaar blijven, eten ze elkaar op. Er blijft dan slechts één kikkervisje over dat kan opgroeien.

Maar soms worden kleintjes niet meteen opgehaald als ze uitkomen. Dan doen ze hun uiterste best om alsnog een lift te krijgen, laten Lisa Schulte en Michael Mayer zien. Ze brachten groepjes eitjes naar het lab, deden ze in kleine plastic bekers, wachtten tot ze allemaal waren uitgekomen en zetten er dan een volwassen kikker bij: een mannetje of vrouwtje van de eigen soort of een mannetje van een andere soort.
Wat voor kikker het ook was, de kikkervisjes zwommen erheen en veel van hen probeerden razendsnel op zijn rug te komen. Sommige slaagden daarin. Zij besprongen de kikker in feite, schrijven de onderzoekers; het leek wel een aanval.

Hoge nood

Het is begrijpelijk dat de kikkervisjes zo haastig en fel zijn. Verschijnt er in de natuur een volwassen kikker bij hun poeltje, dan is het waarschijnlijk de vader die hen alsnog in veiligheid wil brengen. Hij helpt het kikkervisje dat als eerste bij hem is op zijn rug door die te buigen of door het kleintje met de poten naar boven te duwen. Dan vertrekt hij met de gelukkige. Er is geen garantie dat hij de andere jongen daarna ook nog zal komen ophalen. Als hij geen geschikte vrije poeltjes meer kan vinden, blijft hij weg. Vandaar dat de kikkervisjes proberen er als eerste bij te zijn.

Maar in de experimenten kon de bezoeker ook een vrouwtje zijn, of een exemplaar van een andere soort. Dan kregen de kikkervisjes geen enkele hulp of aanmoediging, maar probeerden ze toch vervoer te krijgen door op eigen kracht op de rug van de kikker te klimmen.
Kennelijk is de nood zo hoog dat de kikkervisjes geen verschil maken tussen hun vader en een willekeurige andere kikker die toevallig langs komt. Dat is ook maar beter, want al heeft zo’n andere kikker niet de bedoeling om de kikkervisjes naar een veilige plek te brengen, er is een kans dat die al meeliftend toch bij een geschikt poeltje terechtkomen.

Alleen als de onderzoekers een kikkermodel van kunststof aanboden, reageerden de kikkervisjes niet. Waarschijnlijk herkennen ze een echte kikker aan diens geur.

Willy van Strien

Foto: John Clare (via Flickr. Creative Commons CC BY-NC-ND 2.0)

Bron:
Schulte, L.M. & M. Mayer, 2017. Poison frog tadpoles seek parental transportation to escape their cannibalistic siblings. Journal of zoology, 5 mei online. Doi: 10.1111/jzo.12472

Druk baasje

Succesvolle hooiwagenpa heeft weinig tijd om op te passen

Serracutisoma proximum mannetjes vechten om een territorium

Bij de hooiwagen Serracutisoma proximum bewaakt een moeder haar eitjes tot de jongen zijn uitgekomen. Het mannetje kan die taak overnemen, maar doet dat alleen als hij niets beters te doen heeft, schrijven Louise Alissa en collega’s.

Je zou het misschien niet verwachten, maar veel hooiwagens kennen een vorm van ouderzorg: ze beschermen hun eitjes. Zo ook de hooiwagen Serracutisoma proximum, een bewoner van de Atlantische bossen van Zuidoost Brazilië.
Als het voortplantingsseizoen aanbreekt proberen mannetjes van deze soort een territorium te bemachtigen. Vaak moeten ze knokken om een plek. Twee heren stellen zich dan tegenover elkaar op en steken hun tweede paar poten opzij om te imponeren; dat tweede pootpaar is veel langer dan de andere drie paar. Als een van de twee opgeeft en vertrekt, heeft de ander het territorium gewonnen.

Harem

En dan is het wachten tot er een vrouwtje verschijnt. Zij paart met de territoriumhouder en legt eitjes die ze inwendig met zijn sperma heeft bevrucht. Gedurende een maand blijft ze vervolgens haar legsel bewaken. Dat is maar goed ook: soortgenoten en andere roofvijanden eten de eitjes graag op.

Heel soms geeft een vrouwtje er de brui aan en vertrekt. Ook gebeurt het wel eens dat ze dood gaat. Dan kan de baas van het territorium de zorg overnemen.

Mannetje Serracutisoma proximum bewaakt eitjesMaar Louise Alissa en collega’s beseften dat dit niet altijd zijn hoogste prioriteit heeft. Er is namelijk een kleine kans dat er een tweede vrouwtje aan komt zetten, en misschien nog een. Een succesvol mannetje verzamelt zo een harem, een uitschieter kan zelfs tien vrouwtjes hebben. Met elk nieuw vrouwtje wil zo’n mannetje paren, want dat levert extra nakomelingen op. Hij kan dat niet terwijl hij op de eitjes past.
En het blijft niet bij een paring. Hij zal zo’n vrouwtje daarna ook nog willen bewaken tot ze haar eitjes heeft gelegd. Want er is nog een tweede type mannetjes in het spel. Zij vestigen zelf geen territorium (en hebben ook niet die verlengde poten), maar bezoeken territoria van andere mannetjes, vooral als zich daar meerdere vrouwtjes gevestigd hebben, en proberen stiekem te paren met een van hen. Ze kunnen dan een deel van de eitjes bevruchten die nog gelegd gaan worden.
Bijna alle eitjes komen binnen een dag na de paring met de territoriumhouder. Vooral dan is voortdurende waakzaamheid dus geboden. Daarna hebben stiekeme mannetjes nog een kansje op vaderschap, want de vrouwtjes leggen twee weken lang nog wat nakomertjes.

Achtergelaten eitjes

Omdat een succesvol mannetje zoveel aandacht moet geven aan nieuwe vrouwtjes, zal hij niet zo lang op verlaten eitjes kunnen passen als een minder geslaagd mannetje, veronderstelden de onderzoekers. Ze namen de proef op de som. Uit een aantal territoria die ze tien dagen hadden gevolgd haalden ze een vrouwtje weg dat eitjes had. Daarna keken ze regelmatig of de territoriumman zich om de moederloze eitjes bekommerde.
En inderdaad: mannetjes met maar één of twee vrouwtjes bewaken zulke eitjes redelijk goed. Maar mannetjes die meer succes hebben, besteden gemiddeld minder tijd aan de achtergelaten eitjes.
Want ook deze mannen kunnen maar één ding tegelijk.

Willy van Strien

Foto’s: ©Bruno A. Buzatto.
Groot: twee vechtende territoriummannetjes
Klein: mannetje dat oppast

Bronnen:
Alissa, L.M., D.G. Muniz & G. Machado, 2016. Devoted fathers or selfish lovers? Conflict between mating effort and parental care in a harem-defending arachnid. Journal of Evolutionary Biology, 7 november online. Doi: 10.1111/jeb.12998
Munguía-Steyer, R., B.A. Buzatto & G. Machado, 2012. Male dimorphism of a neotropical arachnid: harem size, sneaker opportunities, and gonadal investment. Behavioral Ecology 23: 827-835. Doi:10.1093/beheco/ars037
Buzatto, B.A., G.S. Requena, R.S. Lourenço, R. Munguía-Steyer & G. Machado, 2011. Conditional male dimorphism and alternative reproductive tactics in a Neotropical arachnid (Opiliones). Evolutionary Ecology 25: 331-349. Doi: 10.1007/s10682-010-9431-0
Buzatto, B.A. & & G. Machado, 2008. Resource defense polygyny shifts to female defense polygyny over the course of the reproductive season of a Neotropical harvestman. Behavioral Ecology and Sociobiology 63: 85-94. Doi: 10.1007/s00265-008-0638-9

Drachtige kikker

Moeder draagt en voedt haar jongen in rugzak

Gastrotheca excubitor heeft een broedbuidel op de rug

Jongen van de levendbarende kikker Gastrotheca excubitor worden prima verzorgd. De moeder draagt hen in een broedbuidel op haar rug en voorziet ze van voedingsstoffen, laten Robin Warne en Alessandro Catenazzi zien.

Wij kennen kikkers niet als zorgzame beestjes. Bij veel soorten leggen de vrouwtjes hun eitjes in het water en vertrekken dan. De kikkervisjes die uit de eitjes komen zorgen voor zichzelf. Maar er zijn kikkerouders die zich wel om hun jongen bekommeren: de vader of moeder houdt de eitjes, die zij boven water legt, nat, of de ouders dragen de uitgekomen kikkervisjes naar een geschikt poeltje en geven ze iets te eten.

Broedbuidel

Enkele soorten gaan zelfs nog verder: ouders houden de jongen bij zich in of op hun lijf totdat ze zijn uitgegroeid tot kleine kikkertjes. Een zo’n soort is Gastrotheca excubitor, een ‘buidelkikkertje’ uit Midden- en Zuid-Amerika dat op het droge leeft. Moeder draagt de kleintjes in een broedbuidel op haar rug en voorziet ze zelfs van voedingsstoffen, schrijven Robin Warne en Alessandro Catenazzi.

Een mannetje houdt een vrouwtje in de paargreep (amplexus) omklemd als ze eitjes gaat leggen en bevrucht die. Daarna stopt hij ze in haar broedbuidel, een huidplooi met een ingang aan de achterkant. Er passen ruim tien eitjes in.
Tijdens de dracht is de broedbuidel dicht, zodat de eitjes en later de kikkervisjes geen zuurstof uit hun milieu kunnen opnemen. De moeder levert hen dat, zo was al bekend, via de vele bloedvaatjes in de wand van de rugzak die zich om elk eitje heeft geplooid. De eitjes nemen de zuurstof op via het vlies om het ei en de uitgekomen larven ademen met grote uitwendige en goed doorbloede kieuwen die tot een soort klok aaneengegroeid zijn. De nodige voeding halen de embryo’s uit de dooier, was het idee, net zoals de embryo’s van andere kikkersoorten.

Voedingsstoffen

larve van Gastrotheca excubitorMaar Warne en Catenazzi namen aan dat een moeder haar jongen via het netwerk van bloedvaatjes ook van voedingsstoffen voorziet. Omdat zij ze lang bij zich houdt – totdat ze zich tot kikkertjes hebben ontwikkeld – is de hoeveelheid dooier niet voldoende, vermoedden ze.
En ze bewezen dat de moeder inderdaad voedingsstoffen overdraagt. Ze voerden drachtige kikkers met insecten die chemisch waren gelabeld (met zeldzame isotopen van stikstof en koolstof, 15N en 13C), en vonden de gelabelde elementen later terug in de jongen. Bovendien werden de kleintjes zo zwaar, dat de dooier alleen daar niet verantwoordelijk voor kon zijn.

Er zijn meer soorten levendbarende kikkers. Bij sommige soorten slikken de mannetjes de bevruchte eitjes in en bewaren ze in hun kwaakblaas; er zijn ook soorten waar de vrouwtjes de eitjes uitbroeden in maag of eileider. Maar overdracht van voedingsstoffen is zeldzaam.

Willy van Strien

Foto’s © Alessandro Catenazzi
Groot: Moeder met een van de jongen na geboorte
Klein: larve

Bronnen:
Warne, R.W. & A. Catenazzi, 2016. Pouch brooding marsupial frogs transfer nutrients to developing embryos. Biology Letters 12: 20160673. Doi: 10.1098/rsbl.2016.0673
Wake, M.H., 2015. Fetal adaptations for viviparity in amphibians. Journal of Morphology 276: 941-960. Doi: 10.1002/jmor.20271

Bikkel van een beestje

De bij Anthophora pueblo bijt kaken stuk op zandsteen

Anthophora pueblo maakt haar nest in zandsteen

Het kost veel moeite, maar dan hebben ze ook wat: vrouwtjes van Anthophora pueblo schrapen een nest uit in steen. Daarin zijn eitjes en larven veilig, schrijven Michael Orr en collega’s. Als het moet, kunnen ze er jaren blijven.

Vrouwtjes van de bij Anthophora pueblo maken het zichzelf niet makkelijk. Ze maken hun nest om eitjes in te leggen namelijk liever in zandsteen dan in zachter materiaal.
Dat is wel heel apart.
Ze slaan de hardste stukken over, maar in wat minder harde stukken steen gaan ze dapper aan de slag. Alle vrouwtjes maken een eigen nest, vaak dicht bij elkaar. Deze bijen leven dus niet, zoals honingbijen, in kolonies waarin alleen de koningin vruchtbaar is.

Versleten kaken

Zandsteen bestaat uit zandkorrels die zijn aaneengekit met ‘cement’. De vrouwtjes maken het cement wat zachter met water en schrapen dan een tunnel uit, melden Michael Orr en collega’s. In zo’n tunnel maken ze cellen die ze afsluiten met een mengsel van speeksel en zandkorrels of stukjes zandsteen. In elke cel hebben ze een eitje gelegd en een voedselvoorraad achtergelaten voor de larve die daaruit komt: een papje van nectar en stuifmeel.
Het is heel hard werken voor de kleine beestjes om een nest in steen te maken en het laat zijn sporen na: oude vrouwtjes hebben versleten kaken die waarschijnlijk niet meer bruikbaar zijn.

Honger

Maar de voordelen wegen op tegen alle moeite. Eitjes en larven zitten hoog en droog. Hun onderkomen vergaat niet en ze krijgen in hun afgesloten stenen cel weinig te maken met roofvijanden, parasieten en ziekteverwekkers. Als het moet kunnen ze er minstens vier jaar blijven voordat ze als jonge bij naar buiten komen.
Dat is vaak nodig ook. De ‘zandsteenbijen’ leven in droge gebieden en woestijnen waar niet ieder jaar bloemen bloeien. Als er niets bloeit, komen jonge bijen meteen om van de honger. Maar dankzij hun stevige cel kunnen ze droge jaren voorbij laten gaan en wachten totdat er buiten wel iets in bloei komt.

De tunnels zijn zo stevig dat de bijen ze kunnen hergebruiken. Dus als een vrouwtje eenmaal een tunnel uitgehakt heeft, profiteert niet alleen zijzelf ervan, maar later ook een ander, en dat is vaak een dochter.

Anthophora pueblo is een nieuw ontdekte bijensoort in Noord-Amerika. De soort is genoemd naar de Oude Pueblovolkeren die vroeger leefden in het zuidwesten van de VS: Colorado, Utah, New Mexico en Arizona. Hun cultuur bloeide in de eerste en tweede eeuw na Christus en verdween in de vijftiende eeuw. Zij maakten woningen in grotten en rotswanden. Orr en collega’s vonden de bijen in Colorado en Utah, onder meer in wanden van die woningen.

Willy van Strien

Foto: het nest van Anthophora pueblo. © Michael Orr

Bekijk een filmpje van deze bij en zijn bijzondere nesten

Bron:
Orr, M.C., T. Griswold, J.P. Pitts & F.D. Parker, 2016. A new bee species that excavates sandstone nests. Current Biology 26: R779–R793. Doi: 10.1016/j.cub.2016.08.001

Lievelingetje

Boerenzwaluw trekt veelbelovende zoon voor

Boerenzwaluw trekt veelbelovende zoon voor

Alle jonge boerenzwaluwen schreeuwen om voer en ze krijgen allemaal wat – maar niet allemaal even veel, zagen Andrea Romano en collega’s. Sommige jongen krijgen wat extra toegestopt. Niet eerlijk, wel verklaarbaar.

Langzaam komen ze momenteel binnen na hun overwintering in Afrika: de boerenzwaluwen. Binnenkort bouwen ze een nest en gaan ze broeden. En als de jongen uitgekomen zijn, moeten pa en ma zorgen dat ze voldoende te eten krijgen, de hele dag door. Een flinke opgave.
Je zou verwachten dat de ouders het voer eerlijk onder hun jongen verdelen, zodat die allemaal dezelfde kans hebben om uit te vliegen en een gezonde, sterke volwassene te worden. Maar Andrea Romano en collega’s menen dat de ouders juist beter oneerlijk kunnen zijn. Waarom?

Hun redenering draait om het aantal kleinkinderen dat de ouders volgend jaar kunnen verwachten: dat moet zo groot mogelijk zijn. De dochters zullen allemaal ongeveer evenveel jongen op de wereld zetten. Zij produceren maximaal drie legsels in het seizoen met gemiddeld vijf jongen. Elke dochter is, als bron van kleinkinderen, evenveel waard en verdient dan ook eenzelfde behandeling.

Verwennen

Voor zonen ligt dat anders: het aantal kleinkinderen dat zij opleveren is afhankelijk van hun populariteit. Een man die populair is, vindt snel een partner die hem bovendien trouw is. De jongen in zijn nest hebben niet stiekem een andere biologische vader. Daarbij is hij welkom bij andere vrouwtjes om buitenechtelijk jongen te verwekken. Dat is bij boerenzwaluwen, net als bij veel andere vogels, gangbare praktijk: een op de drie jongen is niet van de sociale vader.
En wat belangrijk is voor dit verhaal: al vroeg is duidelijk welke zoon succesvol wordt. Vrouwtjes zijn gecharmeerd van mannetjes met lange staartveren en met een donker getinte buik. De toekomstige staart is in het nest nog niet te zien, maar de buikveren vanaf twee weken wel. De kleur (wit of beige) varieert en hoe donkerder de buikveren van een jong, hoe donkerder de kleur zal zijn als hij volwassen is. Aangezien de jongen zich tot boven de rand van het nest oprichten als de ouders met voedsel aan komen zetten, zien zij die buikveren goed.
Omdat een zoon met een donkerder buik later succesvoller zal zijn dan een bleker exemplaar, zouden de ouders hem een beetje moeten verwennen. Dan kan hij sneller groeien, sterker worden en volgend jaar maximaal presteren. De voortrekkerij levert de ouders daardoor meer kleinkinderen op. Aan een bleke zoon zou extra voedsel minder goed besteed zijn.

Tot dusver de veronderstelling. Klopt het ook?

Iets extra

Om dat uit te zoeken, maakte Romano de buikveren van de helft van de jongen uit bijna dertig nesten, zonen én dochters, wat donkerder. Vervolgens hield hij elk bijgekleurd jong anderhalf uur in de gaten, samen met een ander jong dat van hetzelfde geslacht was en even groot. Zo kon hij zien of het donkerder jong vaker voedsel kreeg van de ouders, die per bezoek steeds voor één van de kinderen een hapje brengen.
De ouders kunnen zonen van dochters onderscheiden omdat ze anders roepen en omdat hun opengesperde bek een andere kleur heeft. Bij de proeven kregen dochters, zoals verwacht, allemaal even vaak te eten, of ze nu licht of wat donkerder gekleurd waren. Maar bij de zonen maakten de ouders inderdaad verschil: donkere zonen kregen iets extra, ook al bedelden ze niet intensiever dan hun blekere broertjes.

De vondst dat vogelouders dochters gelijk behandelen, maar zonen niet, is nieuw. De veronderstelling van de biologen lijkt te kloppen. Het zou mooi zijn als verder onderzoek bevestigt dat boerenzwaluwen, en wie weet ook andere vogels, een veelbelovende zoon voortrekken.

Willy van Strien

Foto: Immanuel Giel (Wikimedia Commons)

Bronnen:
Romano, A., G. Bazzi, M. Caprioli, M. Corti, A. Costanzo, D. Rubolini & N. Saino, 2016. Nestling sex and plumage color predict food allocation by barn swallow parents. Behavioral Ecology, 18 maart online. Doi: 10.1093/beheco/arw040
Hubbard, J.K., B.R. Jenkins & R.J. Safran, 2015. Quantitative genetics of plumage color: lifetime effects of early nest environment on a colorful sexual signal. Ecology and Evolution 5: 3436-3449. Doi: 10.1002/ece3.1602
Vortman,Y., A. Lotem, R. Dor, I. Lovette & R.J. Safran, 2013. Multiple sexual signals and behavioral reproductive isolation in a diverging population. The American Naturalist 182: 514-523. Doi: 10.1086/671908
Vortman, Y., A. Lotem, R. Dor, I.J. Lovette & R.J. Safran, 2011. The sexual signals of the East-Mediterranean barn swallow: a different swallow tale. Behavioral Ecology 22: 1344-1352. Doi: 10.1093/beheco/arr139

Eerst ouders helpen

Blauwkeelsialia stelt eigen nest vaak een jaartje uit

mannetje blauwkeelsialia bij nest

Veel jonge mannetjes van de blauwkeelsialia beginnen geen eigen gezin, maar helpen hun ouders. Dat is een goede optie, denken Caitlin Stern en Janis Dickinson. Eigen jongen komen later wel, als de vrouwtjes serieuze belangstelling tonen.

Broedende paartjes van veel vogelsoorten kunnen hulp krijgen als ze jongen grootbrengen, meestal van een mannetje dat familie is. Die hulp is welkom, want vogelouders moeten verschrikkelijk hard werken. Maar waarom heeft de helper daar een boodschap aan? Waarom stopt hij zijn energie niet liever in een eigen nest?
Caitlin Stern en Janis Dickinson vroegen zich dat af voor de blauwkeelsialia, een lijsterachtige vogel uit het Zuidwesten van de Verenigde Staten en Mexico. Ze komen met een nieuwe verklaring voor de hulpvaardigheid: overspel.

Mannetjes van veel soorten vogels helpen familieleden met hun oudertaak als zij zelf geen nestplek of geen vrouwtje hebben kunnen vinden of als hun nest verloren is gegaan. Zo helpen staartmezen hun broers en zussen als hun eigen nest is mislukt. Dat is makkelijk te verklaren. Deze vogels hebben pech. Laten ze het erbij zitten, dan is hun voortplantingssucces nul en het broedseizoen verloren. Maar als ze familieleden gaan helpen en daarmee de kans vergroten dat al hun jongen gezond uitvliegen, dan delen ze in dat grotere voortplantingssucces. Die jongen zijn immers aan hen verwant.

Overspel

Maar veel jonge mannelijke blauwkeelsialia’s proberen niet eens een eigen gezin te stichten. Een van de drie mannetjes die een jaar na geboorte nog in hun geboortegebied verblijven en waarvan de ouders nog bij elkaar zijn, staat de ouders bij als die in het nieuwe broedseizoen opnieuw jongen hebben. De helpers voeren de kleintjes en verdedigen het nest.

Dat lijkt onlogisch. Eigen jongen krijgen levert toch meer op dan ouders helpen zodat hun jongen, broers en zussen van de helpers, betere kansen hebben?

Dat is inderdaad waar. Het punt is alleen, dat een mannetje nooit zeker is dat de jongen in zijn nest inderdaad van hem zijn.

Zoals veel andere soorten vogels, doen ook blauwkeelsialia’s aan overspel. En het zijn vooral de oudere mannetjes waar vrouwtjes jongen van willen. Oude mannetjes hebben bewezen dat ze overlevers zijn en de kans is groot dat hun jongen hun kracht erven. Jonge mannetjes worden dan ook vaak door hun partner bedonderd.

Betere optie

Een jong mannetje dat een nest begint, loopt daardoor het risico dat hij andermans jongen verzorgt. Misschien zelfs uitsluitend andermans jongen; in dat geval heeft hij helemaal geen voortplantingssucces.
Maar een jong mannetje dat zijn ouders helpt, brengt zijn broers en zussen groot. Het zijn volle broers en zussen als zijn vader ook hun vader is, en nog altijd halfvolle broers en zussen als zijn moeder vreemd is gegaan; die kans is kleiner naarmate zijn vader ouder en dus aantrekkelijker is. Zo kan een mannetje, gek genoeg, meer verwant zijn met de jongen in het nest van zijn vader dan met de jongen in zijn eigen nest. Dan kan helpen een betere optie zijn dan voor zichzelf beginnen.

Het komt goed

Daar komt bij dat hulp de werklast van de ouders verlicht, zodat hun kans op overleven groter wordt. En volgend jaar is pa nog aantrekkelijker en succesvoller. De helper zelf heeft minder werk dan hij aan een eigen nest zou hebben. Hij spaart zijn krachten en dat vergroot de kans dat hij een leeftijd bereikt waarop hij succesvol is bij een eigen partner en daarbij buitenechtelijke avontuurtjes kan aangaan. Dan komt het helemaal goed met zijn voortplantingssucces.

Dankzij jarenlang onderzoek kenden Stern en Dickinson blauwkeelsialia’s goed genoeg om door te rekenen of helpen voor jonge mannetjes beter kan zijn dan zelf broeden. Dat bleek inderdaad het geval.

Een hoge mate van overspel waar de jonge mannetjes de dupe van zijn en waar de oude mannetjes van profiteren, verklaart dus dat veel jonge mannetjes afzien van een eigen nest en hun ouders gaan helpen. Voor vrouwtjes gaat het verhaal niet op. Omdat zij altijd de moeder zijn van de jongen in hun nest, kunnen ze altijd beter zelf broeden dan hun ouders helpen – en dat doen ze dan ook. De vogels hebben het goed begrepen.

Willy van Strien

Foto: Blauwkeelsialia, mannetje bij nest. VivaVictoria (Wikimedia Commons)

Staartmezen helpen als hun nest is mislukt. Zie: Hulp in moeilijke jaren

Bronnen:
Stern, C.A. & J.L. Dickinson, 2016. Effects of load-lightening and delayed extrapair benefits on the fitness consequences of helping behavior. Behavioral Ecology, 17 februari online. Doi: 10.1093/beheco/arw018
Dickinson, J.L., W.D. Koenig & F.A. Pitelka, 1996. Fitness consequences of helping behavior in the western bluebird. Behavioral Ecology 7: 168-177. Doi: 10.1093/beheco/7.2.168

In goed overleg

Zebravink-ouders regelen de aflossing op het nest

zebravinken, mannetje en vrouwtje
In een zacht ‘gesprek’ maken een mannetje en een vrouwtje zebravink elkaar duidelijk hoelang ze op de eieren willen zitten, dus hoe lang de ander weg kan blijven om te eten. Het is het eerste voorbeeld van dieren die zo onderhandelen over zorgtaken, schrijven Ingrid Boucaud en collega’s.

Bij zebravinken vormen mannetje en vrouwtje een paar voor het leven. Eerlijk verdelen ze de zorg voor het nageslacht: nestbouw, broeden en voeden. En ze trekken altijd samen op. Maar als er eieren in het nest liggen, lukt dat niet. Een van de ouders moet dan op de eieren zitten om ze warm te houden. De partners nemen die taak beurtelings op zich, terwijl de ander elders gaat eten. Ze lossen elkaar ruwweg elk halfuur af.
Ingrid Boucaud en collega’s ontdekten nu dat de twee als het ware van tevoren afspreken hoe lang degene die vertrekt weg kan blijven.

Gesprekjes

Een aantal jaren geleden hadden Julie Elie en collega’s al beschreven hoe man en vrouw in en bij hun nest communiceren. Ze laten dan beurtelings zeer korte roepjes en wat langere, hoge tonen horen. Dat doen ze zachtjes: het zijn een soort onderlinge gesprekjes van ongeveer een halve minuut die niet voor pottenkijkers bedoeld zijn. Ze babbelen bijvoorbeeld als een van de twee terugkomt na een poosje weggeweest te zijn. Ze doen het in het wild – zebravinken leven in groepen in droge gebieden van Australië -, maar ook in gevangenschap.
De vogels bleken hun partner aan zijn geluidjes te herkennen, maar de onderzoekers opperden dat een stelletje misschien ook overlegt over de zorgtaken.

Begroeting

Nu schrijven Ingrid Boucaud en collega’s (van dezelfde onderzoeksgroep als Elie) dat man en vrouw met hun geluidjes regelen wanneer ze elkaar aflossen op het nest. Ze hielden zebravinken in een grote vliegkooi, verbonden met een aparte ruimte waar de vogels heen moesten om eten en drinken te vinden. Er nestelden 32 paartjes, waarvan de biologen er 12 volgden in de broedperiode. Ze namen het gedrag van de vogels waar en maakten geluidsopnamen. En ze deden proeven waarbij ze het mannetje van de koppels een tijdje ophielden, zodat hij langer van het nest wegbleef dan normaal. Omdat het vrouwtje pas van de eieren af kon als hij terug was, moest zij extra lang wachten voordat zij kon gaan eten.

Als een mannetje langer weggeweest is, houden de vogels het begroetingsgesprek korter en sneller dan anders, zo bleek.
Bovendien lijken ze af te spreken hoe lang de ander zal wegblijven. Naarmate de man in het gesprek na zijn terugkomst meer roept, zal de vrouw sneller weer terugkomen. En hetzelfde gebeurt daarna, als zij terug is en hij weer gaat vertrekken. Hoe sneller zij dan haar roepjes laat horen, hoe eerder hij zich weer zal melden om haar af te lossen.

Pa en ma houden dus rekening met elkaar. Voorbeeldig.

Willy van Strien

Foto: Zebravinken: mannetje rechts, vrouwtje links. Sunphlo (Creative Commons)

Bronnen:
Boucaud, I.C.A., M.M. Mariette, A.S. Villain & C. Vignal, 2015. Vocal negotiation over parental care? Acoustic communication at the nest predicts partners’ incubation share. Biological Journal of the Linnean Society, 13 november online. Doi: 10.1111/bij.12705
Elie, J.E., M.M. Mariette, H.A. Soula, S.C. Griffith, N. Mathevon & C. Vignal, 2010. Vocal communication at the nest between mates in wild zebra finches: a private vocal duet? Animal Behaviour 80: 597-605. Doi:10.1016/j.anbehav.2010.06.003

Hier is je kind

Overspelige boerenzwaluw dumpt ei bij biologische vader

Boerenzwaluw dumpt ei soms bij ander

Zoveel mogelijk jongen op de wereld zetten, daar gaat het ook bij boerenzwaluwen om. Adéla Petrželková en collega’s ontdekten hoe zij in schuren en stallen een bijzondere strategie toepassen.

Een paartje zangvogels kan maar een beperkt aantal jongen grootbrengen in hun nest: vol is vol. Toch kan een vrouwtje nog een extra jong op de wereld zetten. Ze dumpt een ei in het nest van een ander stel en laat het jong daar opgroeien. Dat gebeurt onder zangvogels nauwelijks, maar bij de boerenzwaluw wel.
Een vrouwtje dat een ei kwijt wil heeft genoeg mogelijke pleegouders om zich heen om het aan op te dringen. Boerenzwaluwen broeden namelijk in kolonies in schuren en stallen. Broedparasitisme – oftewel voor koekoek spelen – tegenover soortgenoten is bij hen algemene praktijk. In bijna een kwart van de nesten ligt een ei dat niet is gelegd door de vrouw des huizes, constateerden Adéla Petrželková en collega’s uit dna-analyses.

Pleegmoeders

Vrouwtjes die een ei bij een ander stel dumpen worden ervoor beloond. Zij krijgen inderdaad één jong meer dan het gemiddelde vrouwtje: ruwweg vijf in plaats van vier.
De moeders die met het jong van een ander worden opgescheept betalen de rekening. In sommige geparasiteerde nesten groeit een extra jong op, maar andere geparasiteerde nesten hebben gewoon het gemiddelde aantal jongen. Gemiddeld vliegt er een half jong extra uit. Omdat één van de kleintjes een vreemde is, is er dus gemiddeld een half eigen jong minder.
Het is nog onbekend hoe dat kan. Misschien leggen veel pleegmoeders zelf een ei minder als ze zien dat hun nest vol raakt; of misschien mikken parasiterende vrouwtjes er soms een ei uit voordat ze er zelf een leggen.

Biologische vader

Ook het mannetje van het ontvangende nest kan verlies lijden – maar vaak maakt hij er winst hij op, zo luidt de meest verrassende conclusie van het onderzoek. Petrželková ontdekte namelijk dat hij in bijna een op de drie keer de biologische vader is van het opgedrongen jong. En in dat geval houdt hij er gemiddeld een half jong extra aan over.
Net als veel andere soorten zangvogels die in paren leven, schrikken ook boerenzwaluwen niet terug voor overspel. Een vrouwtje heeft een opgeslagen voorraad sperma beschikbaar voor bevruchting als ze een nieuw ei aanmaakt. Vaak paart ze toch opnieuw, en dan is de kans groot dat een zaadcel uit het laatst geleverde sperma het eitje bereikt. Zo kan ze jongen hebben van verschillende vaders.

Als ze vreemd gaat en vervolgens het buitenechtelijke ei in het nest van een ander stel dumpt, kan het natuurlijk toevallig net bij de biologische vader terechtkomen. Maar de onderzoekers rekenen voor dat het te vaak gebeurt om toeval te kunnen zijn. Ze doet het er om.

Goede optie

De biologische vader lijkt mee te werken. Een broedend stelt bewaakt het nest om vreemde eieren buiten te houden. Maar kennelijk doet het mannetje een oogje dicht als er een vrouwtje langs komt waarmee hij kort daarvoor heeft gepaard. Want dan is de kans groot dat het gebrachte jong van hem is. Jammer dan voor zijn partner.
Hij zou nog beter af zijn als de overspelige moeder haar ei zelf houdt, maar dan levert het haar geen winst op, dus dat wil zij niet altijd. Hij is ook beter af als ze het naar andere ouders brengt. Maar vanwege de waakzaamheid van de broedende vogels is dat niet altijd haalbaar. En zo rolt deze strategie van ‘quasi-parasitisme’ eruit als goede optie voor beide overspelplegers.

Willy van Strien

Foto: Ken Billington (Wikimedia Commons)

Bron:
Petrželková, A., R. Michálková, J., Albrechtová, J. Cepák, M. Honza, J. Kreisinger, P. Munclinger, M. Soudková, O.Tomášek & T. Albrecht, 2015. Brood parasitism and quasi-parasitism in the European barn swallow Hirundo rustica rustica. Behavioral Ecology and Sociobiology, 10 juni online. Doi: 10.1007/s00265-015-1953-6

Ma als reserve

Verdwijnt het mannetje pijlgifkikker, dan springt het vrouwtje in

Pijlgifkikker Allobates femoralis met jongen

Een vrouwtje van de kikker Allobates femoralis heeft geen omkijken naar haar jongen. Pa zorgt wel voor hen. Maar valt hij weg, dan neemt zij de ouderlijke taak zonder mankeren over, ontdekten Eva Ringler en collega’s.

Bij de pijlgifkikker Allobates femoralis zijn de ouderlijke taken duidelijk verdeeld. Nou ja, verdeeld….. de mannetjes nemen alle zorg voor hun rekening.
Het kleine kikkertje leeft op de grond in regenwouden in het Amazonegebied. Mannetjes zitten dagelijks te roepen vanuit het territorium dat ze bezetten. Daarmee houden ze andere mannetjes uit hun terrein en lokken ze vrouwtjes naar zich toe.

Als zo’n mannetjes succes heeft, komt er een vrouwtje op hem af om zo’n twintig eitjes te leggen in een nest tussen de afgevallen bladeren op de grond. Hij bevrucht ze en zij stapt op, de verdere zorg aan hem overlatend. Als na een kleine drie weken de kikkervisjes uitkomen, staat hij voor een belangrijke opgave: de dikkopjes moeten naar een plek toe waar ze kunnen uitgroeien tot kikkers. Dat mag een meer zijn, een poel of een plasje tussen de boomwortels – als het maar water is. Op het droge gaan ze dood.
Hij neemt ze op zijn rug, in porties van ongeveer acht, en brengt ze weg. Een werkje waar hij een paar uur mee zoet is.

Taakovername

Het vrouwtje is helemaal vrijgesteld en laat zich niet meer zien. Na acht dagen is ze zover dat ze een nieuw legsel kan produceren. Dan bezoekt ze weer een mannetje, soms hetzelfde als de vorige keer, maar meestal een ander. En weer laat ze de zorg voor de nakomelingen aan hem over.
Maar hoewel de zorgtaken bij de mannetjes liggen, troffen Eva Ringler en collega’s bij veldwerk in Frans-Guyana soms toch een vrouwtje aan dat kikkervisjes op haar rug had. Dat was vreemd.

Inmiddels zijn ze er achter wat er in zo’n geval aan de hand is: een kikkermoeder bekommert zich om de kikkervisjes als de vader om de een of andere reden weg is – doodgegaan of uit zijn territorium vertrokken.
Ze zagen dat in het lab, waar ze de kikkers in paren in terraria hielden. De twee kikkers in zo’n bak zochten elkaar op, het vrouwtje legde eitjes en trok zich terug. Zo gauw de kikkervisjes waren uitgekomen bracht het mannetje ze naar de kom water die de onderzoekers hadden klaargezet. Het vrouwtje bemoeide zich daar geen moment mee.
Maar haalden ze het mannetje weg, dan nam het vrouwtje zijn taak zonder mankeren over.

Dagelijkse roep

In het veld, waar de biologen de kikkerpopulatie nauwgezet volgden, lijkt het precies zo te gaan. Loopt er een vrouwtje met kikkervisjes op haar rug, dan is het mannetje niet in zijn territorium te vinden. Kennelijk houdt ma vanaf haar vaste plek – die wel twintig meter verderop kan zijn – in de gaten of pa er is om zijn werk te doen. Als hij weg is, komt ze in actie. Ze vergist zich niet, blijkt uit dna-onderzoek. Een mannetje kan legsels van verschillende vrouwtjes onder zijn hoede hebben, maar een vrouwtje haalt alleen haar eigen kikkervisjes op.

Het is maar goed dat de kikkermoeder inspringt als het nodig is, want anders zouden haar jongen sterven. Maar het is wonderbaarlijk dat ze het kan. Waarschijnlijk heeft ze door dat het mannetje verdwenen is doordat ze zijn dagelijkse roep niet meer hoort. Ze weet dan kennelijk precies wanneer haar kikkervisjes uitkomen en waar ze hen terug kan vinden.

Het lijkt verleidelijk voor het mannetje om hier misbruik van te maken. Zou hij het legsel in de steek laten of doen alsof hij weg is door zich niet te laten horen, dan hoeft hij niet met de jongen op stap en kan hij er op vertrouwen dat het toch goed komt met ze. Makkelijk.

Verantwoordelijkheid

Maar dat gebeurt niet, denken de onderzoekers. Een territorium is een groot goed dat een mannetje niet zal willen verlaten. En als hij zich stil houdt, komen er andere mannetjes die gaan proberen zich het territorium toe te eigenen. Bovendien komen er dan geen vrouwtjes om hem van nieuwe legsels te voorzien. Nee, hij doet er beter aan om te blijven en zijn verantwoordelijkheid te nemen.
In geval van overmacht staat het vrouwtje reserve.

Willy van Strien

Foto: Mannetje Allobates femoralis met kikkervisjes op zijn rug. Andrius Pašukonis

Bronnen:
Ringler, E., A. Pašukonis, W.T. Fitch, L. Huber, W. Hödl & M Ringler, 2015. Flexible compensation of uniparental care: female poison frogs take over when males disappear. Behavioral Ecology, 29 mei online. Doi:10.1093/beheco/arv069
Ringler, E., A. Pašukonis, W. Hödl & M. Ringler, 2013. Tadpole transport logistics in a Neotropical poison frog: indications for strategic planning and adaptive plasticity in anuran parental care. Frontiers in Zoology 10: 67. Doi:10.1186/1742-9994-10-67
Ringler, E., M. Ringler, R. Jehle & W. Hödl, 2012. The female perspective of mating in A. femoralis, a territorial frog with paternal care- a spatial and genetic analysis. PLoS ONE 7: e40237. Doi:10.1371/journal.pone.0040237

Goeie risicoanalyse

Horlogeglasboomkikker kiest de veiligste plaats voor de eitjes

Horlogeglasboomkikker legt eitjes op de beste plek

De horlogeglasboomkikker staat voor een lastige keus. Hij kan zijn eitjes in het water of boven het water leggen. In het water worden ze misschien opgegeten; boven water kunnen ze uitdrogen. Wat te doen? De boomkikkers wegen de risico’s goed af, laat Justin Touchon zien.

Kikkers zijn amfibieën: ze leven zowel op het land als in het water. Bij het prachtig gele boomkikkertje Dendropsophus ebraccatus hebben ook de eitjes zo’n dubbele aard. Ze kunnen zich in beide milieus ontwikkelen.
Dendropsophus ebraccatus leeft in Midden Amerika en een deel van Zuid Amerika. Hij wordt horlogeglasboomkikker genoemd, althans in het Engels, vanwege zijn vlekkenpatroon. Of ook wel broekloze boomkikker. ’s Nachts klemmen de mannetjes zich vast op een vrouwtje en zo’n paartje produceert dan een paar honderd eitjes. Soms duiken de kikkers daarvoor een klein poeltje in. Ze hechten die eitjes dan onder water ergens aan vast, bijvoorbeeld aan planten, zodat ze aan of vlak onder het wateroppervlak blijven en voldoende licht en zuurstof krijgen. En soms leggen ze de eitjes op bladeren die boven zo’n poel hangen. Als de kikkervisjes na een paar dagen uitkomen, laten ze zich in het water vallen om zich daar verder te ontwikkelen tot jonge kikkers.

Onvoorspelbaar

De dieren kiezen dus een natte of een droge omgeving voor de eitjes. Ze kunnen in een nacht switchen van het ene naar het andere milieu.
En ze kiezen altijd de plek die het veiligst is, laten Justin Touchon en Julie Worley zien. Want gevaar loert overal.

Het water is een prima plek voor kikkereitjes – behalve als er vissen zitten die de eitjes opeten. Dan gaat vrijwel elk legsel geheel verloren. Boven water zullen de eitjes binnen twee dagen uitdrogen als er geen schaduw is en er geen regen valt. Maar regent het wel, dan zullen ze het praktisch allemaal redden. Om precies te zijn: neerslag op de eerste dag na eileg is doorslaggevend. Maar het is onvoorspelbaar of het die dag droog zal blijven of zal gaan regenen.

Dikkopjes

Het lijkt wel alsof de boomkikkers een risicoanalyse kunnen maken. Een poel waar geen vissen zwemmen heeft altijd hun voorkeur. In zulk water is de veiligheid beter gegarandeerd dan boven water, waar het altijd maar de vraag is of er op het juiste moment een flinke bui valt. De kikkers nemen het risico op uitdroging niet als dat niet hoeft.
Maar is er geen poeltje zonder vissen beschikbaar, dan verandert dat de zaak. Dan leggen de kikkers bijna al hun eitjes op het droge. En dat is dan ook de beste optie. Het is immers vrijwel zeker dat de meeste eitjes in het water verloren zullen gaan, terwijl eitjes boven water een goede kans hebben. Met wat geluk gaat het lekker hozen.

Als de kikkervisjes uitkomen en in het water plonzen zijn die vissen alsnog een gevaar. Maar de dikkopjes kunnen zwemmen en proberen te ontsnappen.

Willy van Strien

Foto: Justin Touchon

Bronnen:
Touchon, J.C. & J.L. Worley, 2015. Oviposition site choice under conflicting risks demonstrates that aquatic predators drive terrestrial egg-laying. Proc. R. Soc. B 282: 20150376. Doi: 10.1098/rspb.2015.0376
Touchon, J.C., 2012. A treefrog with reproductive mode plasticity reveals a changing balance of selection for nonaquatic egg laying. Am. Nat. 180: 733-743. Doi: 10.1086/668079
Touchon, J.C. & K.M, Warkentin, 2008. Reproductive mode plasticity: aquatic and terrestrial oviposition in a treefrog. PNAS 105: 7495–7499. Doi: 10.1073/pnas.0711579105

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2024 Het was zo eenvoudig begonnen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑