Hoofdkenmerk

Kameleons laten botknobbels op kop blauw oplichten

Calumma crypticum heeft blauw oplichtende botknobbels om en achter de ogen

Veel kameleonsoorten blijken botknobbels te hebben die blauw oplichten door de huid heen. Soortgenoten herkennen elkaar eraan, mannetjes pronken er waarschijnlijk mee. Wij zien die knobbels niet bij natuurlijk licht, maar de dieren zelf wel, denken David Prötzel en collega’s.

Er zijn veel manieren waarop een dier de blits kan maken, zoals met geur, kleur, zang, dans, sierveren of ogen op steeltjes. Maar hier komt een nieuwe: kameleons blijken kleine knobbels op hun schedel te hebben die blauw kunnen opgloeien, zo melden David Prötzel en collega’s.
Botknobbels van Calumma crypticum zijn zichtbaar onder ultraviolet lichtDat klinkt als horror, maar er is niets spookachtigs aan. Botweefsel is fluorescerend: als er ultraviolet licht op valt, wordt dat omgezet in blauw licht en uitgezonden. Kameleons maken gebruik van dit natuurlijke verschijnsel. De knobbels op hun schedel steken door de huid heen en zijn slechts afgedekt door een dunne cellaag die doorzichtig is, een soort venster. Valt door dat venster ultraviolet licht op de knobbels, dan lichten die blauw op.
Normaal zien wij dat niet, daarvoor is de hoeveelheid ultraviolet (UV) in natuurlijk licht te klein. Het verschijnsel werd dan ook pas ontdekt toen de onderzoekers met een UV-lamp op koppen van kameleons schenen. Maar natuurlijk licht bevat wel genoeg ultraviolet om de opgloeiende knobbels voor de kameleons zelf zichtbaar te maken, vermoeden de onderzoekers. Hun ogen zijn namelijk gevoeliger voor blauw licht dan de onze. Er zijn veel kameleonsoorten op Madagaskar en in Afrika die zulke blauw oplichtende knobbels hebben, vooral soorten die leven in vochtige bossen. Daar is de hoeveelheid ultraviolet licht in verhouding groot; bovendien steekt het uitgezonden blauwe licht er goed af tegen de donkere achtergrond.

De knobbelpatronen verschillen van soort tot soort. De knobbels zitten vooral om en achter de ogen, maar er zijn ook soorten die niet alleen op de schedel, maar over het hele lijf blauw oplichtende botknobbels hebben. Kameleons zullen hun soortgenoten herkennen aan het kenmerkende knobbelpatroon. Als vast kenmerk is het een houvast voor deze dieren die vaak van kleur wisselen.
Bij bijna alle soorten vertonen mannetjes gemiddeld meer knobbels dan vrouwtjes. De onderzoekers denken dan ook dat de mannetjes ermee pronken om een vrouwtje te verleiden.

Oplichtende botknobbels als kenmerk en versiering: het is nu bij kameleons ontdekt, maar wie weet hebben andere hagedissen en slangen het ook.

Willy van Strien

Foto’s:
Groot: Calumma crypticum, mannetje. Axel Strauβ (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)
Klein: kop van Calumma crypticum, exemplaar uit de Zoologische Staatssammlung München (Duitsland), onder ultraviolet licht. Overgenomen uit David Prötzel et al. (Creative Commons, CC BY 4.0) en gespiegeld, zodat hij dezelfde kant op kijkt als die op de grote foto

Op YouTube laten de onderzoekers de knobbels Furcifer pardalis en twee Brookesia-soorten blauw opgloeien. En op dit filmpje zie je de knobbelige schedel van Calumma globifer

Bron:
Prötzel, D., M. Heß, M.D. Scherz , M. Schwager, A. van’t Padje & F. Glaw, 2018. Widespread bone-based fluorescence in chameleons. Scientific Reports 8: 698. Doi: 10.1038/s41598-017-19070-7

Slagwerk

Zwarte kaketoe drumt met zelfgemaakte drumstok

Zwarte kaketoe maakt zelf een drumstok

Met een vrouwtje als publiek slaan zwarte kaketoes vaak met een stok op een holle tak of stam. Robert Heinsohn en collega’s hoorden dat de vogels daarbij een strak ritme aanhouden en dat elke man zijn eigen stijl heeft.

Een mannetje van de zwarte kaketoe (of palmkaketoe) uit Noord-Australië kan verschillende geluiden laten horen en zijn kuif overeind zetten. Dat is al indrukwekkend, maar wat pas echt bijzonder is: hij speelt soms een partijtje drum.
Een man die als slagwerker gaat optreden breekt een tak af, verwijdert de bladeren, maakt de stok op lengte (zo’n 20 centimeter), klemt hem in een van beide poten en begint er herhaaldelijk mee te slaan op een holle tak of stam. In plaats van een stok gebruikt hij soms een zaaddoos van een bepaalde boom (Grevillea glauca) nadat hij die met zijn snavel heeft bijgewerkt. Hij kan een tijdlang doorgaan met drummen, tot 90 slagen aan toe.
Opvallend is dat hij er niet willekeurig op los mept, maar in een keurig ritme slaat, zoals Robert Heinsohn en collega’s vaststelden. Ze merkten ook dat elk mannetje een eigen stijl heeft; de een slaat langzaam in een vast ritme, de ander heeft een wat hoger tempo of wisselt een langzaam deel af met een sneller stukje.

Wat voor bedoeling een man heeft met zijn optreden, is nog niet bekend. Zwarte kaketoes vormen monogame paren die een groot territorium bezetten. Het geluid draagt niet zo ver dat ze al drummend met de buren kunnen communiceren; een man speelt altijd solo. Omdat het vrouwtje bij de meeste optredens aanwezig is, is de percussie waarschijnlijk voor haar bedoeld, en misschien is het voor hem een manier om haar te vertellen wat zijn conditie of leeftijd is; de vogels kunnen ouder dan 50 jaar worden. Of vrouwen de muziek mooi vinden en wat voor ritme ze graag horen, is niet bekend.

Willy van Strien

Foto: Christoph Lorse (Via Flickr. Creative Commons CC BY-NC-SA 2.0)

De onderzoekers vertellen over hun werk op You Tube;
kort fragment met drummende kaketoe.

Bron:
Heinsohn, R., C.N. Zdenek, R.B. Cunningham, J.A. Endler & N.E. Langmore, 2017. Tool-assisted rhythmic drumming in palm cockatoos shares key elements of human instrumental music. Science Advances 3: e1602399. Doi: 10.1126/sciadv.1602399

Verrassend en herkenbaar

Zwartkeelorgelvogel verstaat de kunst van het componeren

zwartkeelorgelvogel maakt goede composities

Een goede componist boeit met variaties zonder dat zijn muziek een onbegrijpelijke chaos is. De zwartkeelorgelvogel is daar ook een meester in, schrijven Eathan Janney en collega’s.

Een stuk muziek waar meer variatie in zit is prettiger om naar te luisteren. Maar het moet niet te gek worden: het stuk moet herkenbaar blijven als eenheid. Om de samenhang te bewaren zal een componist delen herhalen of thema’s terug laten komen.
De prachtig zingende zwartkeelorgelvogel kan zich wat dat betreft meten met een goeie componist, blijkt uit onderzoek van Eathan Janney en collega’s.

De zwart-witte vogel, iets kleiner dan een ekster, leeft in Australië en staat bekend om zijn zeer complexe zang. De vogel kan klinken als een fluit of een orgel; vandaar de naam. Mannetjes zingen ’s nachts vaak urenlang een solo. Ze laten dan honderden duidelijke ‘zinnetjes’ horen die zo’n tweeënhalve seconde duren. Na elke zin wachten ze even voordat ze verdergaan.
Janney vroeg zich af of ze, net als componisten, variatie en regelmaat in balans houden. Dat zou belangrijk zijn om vrouwtjes te blijven boeien en tegelijk als individu herkenbaar te zijn.
Hij onderzocht de nachtelijk solozang van 17 vogels. Hij verdeelde voor elke vogel de zinnetjes in typen en ging hoe vaak en in welke volgorde hij elk type zong. Hij onderscheidde daarnaast ook motieven; een motief is een enkele toon of een groep van een paar tonen (‘lettergreep’) die vaak terugkomt. Meerdere typen zinnetjes kunnen eenzelfde motief bevatten. Tenslotte ging hij voor elke de vogel na hoe hij zijn zinnetjes en motieven rangschikte: zaten daar patronen in?

De zang van de vogels is inderdaad goed geordend, blijkt uit de analyse. Typen zinnen worden regelmatig herhaald, maar vooral motieven komen op gezette tijden terug. Dat gebeurt, zo laten de onderzoekers zien, doordat een vogel tijdens een uitvoering de verschillende typen zinnen zo aaneen weet te rijgen dat elk motief met vaste tussenpozen te horen is.
De vogels verschillen onderling sterk in de hoeveelheid variatie in hun zang. De een heeft meer typen zinnen en meer verschillende motieven op zijn repertoire dan de ander. Hoe meer variatie, hoe groter het risico dat de zang als geheel onsamenhangend wordt. Maar, zo blijkt, de vogels met de meest gevarieerde zang hanteren de strakste ordening. Hoe groter het repertoire is, hoe vaster de regelmaat waarmee motieven terugkomen. Het lijkt erop dat de vogels actief de balans tussen afwisseling en regelmaat bewaren – net als een goede componist.

Willy van Strien

Foto: Zwartkeelorgelvogel, mannetje. Vicki Nunn (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 4.0)

Een goeie zanger is op een filmpje van de onderzoekers te horen
Beluister een andere opname van de zang

Bron:
Janney, E., H. Taylor, C. Scharff, D. Rothenberg, L.C. Parra & O. Tchernichovski, 2016. Temporal regularity increases with repertoire complexity in the Australian pied butcherbird’s song. Royal Society Open Science 3: 160357. Doi: 10.1098/rsos.16035

(A)sociaal dier

Dreigende octopus maakt zich groot en donker

De reputatie van octopussen als eenlingen zonder sociale contacten is aan herziening toe. De dieren kunnen complexe dreighoudingen tegenover elkaar aannemen, melden David Scheel en collega’s.

Octopussen (achtarmige inktvissen) staan bekend als eenlingen die zich weinig met elkaar bemoeien. Dat beeld is niet terecht: de dieren gaan wel degelijk met soortgenoten om, schrijven David Scheel en collega’s, al is dat vooral op een onvriendelijke manier. De onderzoekers maakten filmopnamen van Octopus tetricus bij Australië en constateerden dat de dieren vaak mot hebben.
Ze laten hun agressiviteit op een complexe manier blijken. Een dier dat een ander bedreigt maakt zich groot door zich op zijn acht armen op te heffen en zich zoveel mogelijk te strekken. Als er een verhoging op de zeebodem is, gaat hij daarop staan. Tegelijkertijd wordt hij donker van kleur; net als veel andere inktvissen kan ook deze soort van kleur veranderen.
Hoe de confrontatie verloopt, hangt af van het kleurverschil tussen de twee. Maakt de één zich donkerder dan de ander, dan druipt die ander af. Maar worden ze even donker, dan dagen ze elkaar uit. Soms pakken ze elkaar vast en gaan ze vechten.
Hoe groter een dier is vergeleken met de ander, hoe donkerder hij zich maakt. Kleur en grootte laten zien hoe sterk een dier is en hoe gemotiveerd hij is om te vechten, denken de auteurs. De imponerende dreighouding geeft een tegenstander de kans om in te binden als hij een strijd niet kan winnen.

Tot voor kort was zo’n complexe dreighouding van octopussen niet bekend. Het idee was dat de veranderlijke kleuren dienen om de dieren te camoufleren tegen de achtergrond. Of dat kleuren kunnen opflakkeren om een roofvijand af te schrikken. Nu blijkt dat de dieren met hun kleur ook communiceren met soortgenoten. Ze zijn toch sociaal – al is hun gedrag vrij asociaal.

Willy van Strien

Foto: John Turnbull (via Flickr, Creative Commons)

Bron:
Scheel, D., P. Godfrey-Smith & M. Lawrence, 2016. Signal use by octopuses in agonistic interactions. Current Biology, 28 januari online. Doi: 10.1016/j.cub.2015.12.033

In goed overleg

Zebravink-ouders regelen de aflossing op het nest

zebravinken, mannetje en vrouwtje 

In een zacht ‘gesprek’ maken een mannetje en een vrouwtje zebravink elkaar duidelijk hoelang ze op de eieren willen zitten, dus hoe lang de ander weg kan blijven om te eten. Het is het eerste voorbeeld van dieren die zo onderhandelen over zorgtaken, schrijven Ingrid Boucaud en collega’s.

Bij zebravinken vormen mannetje en vrouwtje een paar voor het leven. Eerlijk verdelen ze de zorg voor het nageslacht: nestbouw, broeden en voeden. En ze trekken altijd samen op. Maar als er eieren in het nest liggen, lukt dat niet. Een van de ouders moet dan op de eieren zitten om ze warm te houden. De partners nemen die taak beurtelings op zich, terwijl de ander elders gaat eten. Ze lossen elkaar ruwweg elk halfuur af.
Ingrid Boucaud en collega’s ontdekten nu dat de twee als het ware van tevoren afspreken hoe lang degene die vertrekt weg kan blijven.

Een aantal jaren geleden hadden Julie Elie en collega’s al beschreven hoe man en vrouw in en bij hun nest communiceren. Ze laten dan beurtelings zeer korte roepjes en wat langere, hoge tonen horen. Ze doen dat zachtjes: het zijn een soort onderlinge gesprekjes van ongeveer een halve minuut die niet voor pottenkijkers bedoeld zijn. Ze babbelen bijvoorbeeld als een van de twee terugkomt na een poosje weggeweest te zijn. Ze doen het in het wild – zebravinken leven in groepen in droge gebieden van Australië -, maar ook in gevangenschap.
De vogels bleken hun partner aan zijn geluidjes te herkennen, maar de onderzoekers opperden dat een stelletje misschien ook overlegt over de zorgtaken.

Nu schrijven Ingrid Boucaud en collega’s (van dezelfde onderzoeksgroep als Elie) dat man en vrouw met hun geluidjes regelen wanneer ze elkaar aflossen op het nest. Ze hielden zebravinken in een grote vliegkooi, verbonden met een aparte ruimte waar de vogels heen moesten om eten en drinken te vinden. Er nestelden 32 paartjes, waarvan de biologen er 12 volgden in de broedperiode. Ze namen het gedrag van de vogels waar en maakten geluidsopnamen. En ze deden proeven waarbij ze het mannetje van de koppels een tijdje ophielden, zodat hij langer van het nest wegbleef dan normaal. Omdat het vrouwtje pas van de eieren af kon als hij terug was, moest zij extra lang wachten voordat zij kon gaan eten.

Als een mannetje langer weggeweest is, houden de vogels het begroetingsgesprek korter en sneller dan anders, zo bleek.
Bovendien lijken ze af te spreken hoe lang de ander zal wegblijven. Naarmate de man in het gesprek na zijn terugkomst meer roept, zal de vrouw sneller weer terugkomen. En hetzelfde gebeurt daarna, als zij terug is en hij weer gaat vertrekken. Hoe sneller zij dan haar roepjes laat horen, hoe eerder hij zich weer zal melden om haar af te lossen.
Pa en ma houden dus rekening met elkaar. Voorbeeldig.

Willy van Strien

Foto: Zebravinken: mannetje rechts, vrouwtje links. Sunphlo (Creative Commons)

Bronnen:
Boucaud, I.C.A., M.M. Mariette, A.S. Villain & C. Vignal, 2015. Vocal negotiation over parental care? Acoustic communication at the nest predicts partners’ incubation share. Biological Journal of the Linnean Society, 13 november online. Doi: 10.1111/bij.12705
Elie, J.E., M.M. Mariette, H.A. Soula, S.C. Griffith, N. Mathevon & C. Vignal, 2010. Vocal communication at the nest between mates in wild zebra finches: a private vocal duet? Animal Behaviour 80: 597-605. Doi:10.1016/j.anbehav.2010.06.003

Oproepkracht

Zaagbaars ‘weet’ wanneer murene kan helpen een prooi te vangen

Vissen zijn niet zo dom als ze misschien lijken. Kijk bijvoorbeeld hoe slim een jagende zaagbaars een murene inschakelt als hij het niet alleen af kan. Hij beoordeelt goed wanneer hij hulp nodig heeft en van welke murene hij die kan verwachten, blijkt uit onderzoek van Alex Vail en collega’s.

De zaagbaars Plectropomus leopardus jaagt boven koraalriffen in het westelijk deel van de Stille Oceaan op kleine vissen. Als die zich verschansen in spleten en kieren van het rif, kan de zaagbaars ze niet pakken.
Maar daar heeft hij een oplossing voor: hij haalt er dan een gemarmerde murene bij. Deze palingachtige vis kan zich wel in smalle ruimtes wringen. Aan het koppel kan een prooivis moeilijk ontkomen. In zijn schuilplek is hij niet meer veilig, want de murene probeert hem in een hoek te drijven en te pakken. En vlucht hij naar open water, dan zet de zaagbaars een snelle achtervolging in. De twee rovers hebben een deal: wie de prooi vangt, slikt hem in.
Zaagbaars en murene vullen elkaar dus goed aan, wat een gezamenlijke aanval kansrijk maakt. Voor de zaagbaars betekent dat winst. Hij krijgt de buit weliswaar niet altijd, maar zonder hulp van een bondgenoot zijn prooien die schuilen in het rif allemaal onbereikbaar. En de murene zou ongevraagd niet overdag op jacht zijn gegaan; hij rust dan in een schuilplaats. De opbrengst van de gezamenlijke jachtpartij is voor hem een extraatje.

Alex Vail, Redouan Bshary en collega’s hadden al beschreven hoe een zaagbaars een jachtmaatje rekruteert. Als hij het voorzien heeft op een visje dat zich tussen het koraal heeft teruggetrokken, bijvoorbeeld na een mislukte achtervolging, en hij ziet een murene in de buurt, dan benadert hij die met bepaalde trillingen van zijn lijf en bewegingen van zijn rugvin. Hij stoot de murene ook weleens aan. En soms wijst hij naar de plaats waar de prooi zit door daar te gaan staan met zijn kop omlaag.
Heeft hij geluk, dan komt de murene uit zijn schuilplaats om de prooi op te jagen.
Een deel van dit werk is overigens gedaan aan een andere zaagbaarssoort, de Rodezeewrakbaars. Die jaagt op dezelfde manier als Plectropomus undulatus (die geen Nederlandse naam heeft), maar dan met de reuzenmurene als partner.

Nu laten Vail en collega’s zien hoe slim de zaagbaars Plectropomus undulatus het aanpakt. Alleen als de prooi op een plaats zit waar hij niet bij kan, nodigt hij een murene uit om mee toe doen. En hij krijgt snel in de gaten welke murene daar wel en welke daar niet voor te porren is. Niet elke murene gaat namelijk op het verzoek in, wisten de onderzoekers uit waarnemingen in zee.

Ze vingen een aantal zaagbaarzen bij het Groot Barrièrerif bij Australië en namen die mee naar het lab om ze te testen in een grote ronde bak met zeewater waarin ze verschillende situaties in scène zetten. In een doorzichtige perspex cilinder bevond zich bij wijze van prooi een dood visje. Er zat een visdraad aan vast, zodat de onderzoekers hem in beweging konden brengen. De cilinder bevatte ook een brok koraal, waaronder de ‘prooi’ zich kon verschansen.
In de eerste serie proeven was de prooi in zijn cilinder ofwel onder het koraalbrok te zien, ofwel erboven, in het open water. In de bak lag een koker waaruit de kop van een murene-model stak, een geplastificeerde foto die de onderzoekers ook via een vislijn konden bewegen. De zaagbaarzen, een voor een in het aquarium gezet voor de test, moesten laten zien in welke situatie ze die ‘murene’ bij de jacht probeerden te betrekken.
Dat deden de baarzen voornamelijk als het nodig was, als de prooi onder het brok koraal lag. Na enige oefening, waarbij terechte hulpvragen werden beloond met een hapje eten, beslisten ze nog wat beter en sneller.
In de tweede serie proeven waren twee murene-modellen in kokers present. Een van hen was bereid om mee te werken als dat gevraagd werd; de onderzoekers trokken hem dan aan de visdraad met de baars mee. De ander verdomde het; de onderzoekers lieten hem wel te voorschijn komen, maar vervolgens de verkeerde kant op zwemmen.
De zaagbaarzen kregen snel door op welke van de twee ze konden rekenen als ze assistentie zochten en wendden zich tot dit bereidwillige exemplaar.

De onderzoekers zijn onder de indruk van de manier waarop de zaagbaarzen de situatie beoordelen en een bereidwillige partner voor de jacht rekruteren als dat nodig is. Ik vermoed dat vissen eigenlijk slimmer zijn dan we denken.
Het werk is opgezet vanuit het perspectief van de zaagbaars. Ik ben nu benieuwd waarom murenen wel of niet op een uitnodiging tot samenwerken ingaan. Doen ze dat bijvoorbeeld alleen op dagen dat ze zelf ook behoefte aan prooi hebben, bijvoorbeeld als ze hongerig zijn na een nacht die weinig vangst heeft opgeleverd?

Willy van Strien

Foto’s: Alex Vail

Het onderzoek naar zaagbaars en murene op twee filmpjes van de onderzoekers:
Wel of geen murene inschakelen?
De ene murene werkt mee, de andere niet.

Zie ook: Goed georganiseerde jachtpartij

Bronnen:
Vail, A.L., A. Manica & R. Bshary, 2014. Fish choose appropriately when and with whom to collaborate. Current Biology 24: R791-R793. Doi: 10.1016/j.cub.2014.07.033
Vail, A.L., A. Manica & R. Bshary, 2013. Referential gestures in fish collaborative hunting. Nature Communications 4: 1765. Doi:10.1038/ncomms2781
Bshary, R., A. Hohner, K. Ait-el-Djoudi & H. Fricke, 2006. Interspecific communicative and coordinated hunting between groupers and giant moray eels in the Red Sea. PLoS Biol 4: e431. Doi: 10.1371/journal.pbio.0040431

Goed georganiseerde jachtpartij

Koraalduivels halen assistentie als ze prooien ontdekken

Voordat een koraalduivel op een school prooivisjes duikt, nodigt hij vaak een maatje uit om mee te gaan op jacht. Samen zetten ze de school klem en vervolgens verdelen ze de buit eerlijk, lieten Oona Lönnstedt en collega’s zien.

Het was biologe Oona Lönnstedt, die onderzoek doet bij het Groot Barrièrerif in Australië, opgevallen dat koraalduivels vaak jagen in groepjes van twee, drie of vier. Ze wilde daar meer van weten en legde nauwkeurig het gedrag vast van de gestreepte dwergkoraalduivel, een vis van twintig centimeter die ’s avonds op jacht gaat.
Zo ontdekte ze hoe een gezamenlijke jachtpartij tot stand komt. Een vis neemt het initiatief. Hij benadert een andere koraalduivel, buigt zijn kop omlaag, spreidt zijn enorme waaiervormige borstvinnen uit en laat zijn staartvin golven. Na een paar seconden wuift hij langzaam eerst met de ene, dan met de andere borstvin. De andere reageert daar meestal op door ook zijn vinnen te bewegen. Dan gaan ze samen jagen.
Met hun grote borstvinnen drijven ze een school kleine visjes naar een plek waar ze niet kunnen ontsnappen en vervolgens pakken ze er om beurten één slachtoffer uit, die ze in een keer doorslikken.

In het lab bevestigde Lönnstedt dat de koraalduivels de jacht op deze manier organiseren. Ze deed proeven in een speciaal ontworpen aquarium met ondoorzichtige en doorzichtige afscheidingen die ze kon verwijderen.
In het midden zette ze bij elke proef een gestreepte dwergkoraalduivel. Aan een kant van de bak was een deels doorzichtige wand waarachter ofwel een andere gestreepte dwergkoraalduivel zat, ofwel een rode koraalduivel ofwel een andere roofvis (geen koraalduivel); soms was het compartiment gewoon leeg. De koraalduivel in het midden moest om een barrière heen zwemmen om die andere vis te kunnen zien. Aan de andere kant, achter een doorzichtige wand, liet ze prooivisjes los.
De prooivisjes waren natuurlijk aantrekkelijk: zo gauw ze verschenen, bracht de dwergkoraalduivel waar het om ging veel tijd door bij de wand waarachter zij zwommen. Maar hij zwom ook regelmatig naar de andere kant van het aquarium om daar de aandacht van de andere vis te trekken. Althans: als dat een gestreepte dwergkoraalduivel of rode koraalduivel was. Bij een andere roofvis of een leeg compartiment had hij niets te zoeken.
Tegenover een andere koraalduivel voerde hij de vertoning op die Lönnstedt ook al buiten op het rif had gezien.
Als ze de tussenwanden vervolgens weghaalde, gingen de twee samen op de prooivisjes af, dreven ze in een hoek en hapten om beurten toe. De vis die het initiatief tot de jachtpartij genomen had was meestal degene die begon. De koraalduivels waren beleefd en pakten steeds maar één prooivisje, hoewel ze er vier of vijf achter elkaar op zouden kunnen.

Lönnstedt denkt dat het vinvertoon misschien niet alleen een uitnodiging is, maar ook informatie bevat, bijvoorbeeld over waar de prooi te vinden is.

Communicatie, samenwerking en eerlijkheid lonen, bleek uit aparte proeven. Een koraalduivel die met een maatje jaagt krijgt namelijk twee keer zoveel visjes te pakken als wanneer hij alleen zou zijn. Dankzij de goed georganiseerde samenwerking zijn koraalduivels efficiënte jagers.

Willy van Strien

Foto: twee gestreepte dwergkoraalduivels op jacht. Oona Lönnstedt.

Het uitnodigingsgedrag van de koraalduivels is te zien op YouTube.

Bronnen:
Lönnstedt, O.M., M.C.O. Ferrari & D.P. Chivers, 2014. Lionfish predators use flared fin displays to initiate cooperative hunting. Biology Letters 10: 20140281, 25 juni online. Doi: 10.1098/rsbl.2014.0281
Rizzari J.R. & O.M. Lönnstedt, 2014. Cooperative hunting and gregarious behaviour in the zebra lionfish, Dendrochirus zebra. Marine Biodiversity 3: 1-2. Doi: 10.1007/s12526-014-0215-6

Waterballet

Biologen ontdekken nieuwe Indiase danskikkers

Regelmatig stuiten biologen op verrassingen. Zo vonden Sathyabhama Das Biju en collega’s onbekende soorten Micrixalus-kikkers in India. Sommige daarvan hebben iets leuks: de mannetjes ‘dansen’ om vrouwtjes te verleiden en om rivalen te waarschuwen.

De biologen voegen veertien nieuwe soorten Micrixalus-kikkers toe aan de elf die al bekend waren. Al deze soorten komen alleen voor in de West-Ghats, een bergketen aan de westkust van India. De kikkers, slechts een paar centimeter groot, leven daar langs bergstromen. Minstens acht van de soorten dansen; twee van die acht waren al bekend.
De dansende kikkers verzamelen zich na de regentijd in grote groepen in ondiepe delen van bergbeken om te broeden, vaak bij kleine stroomversnellingen. De mannetjes gaan op een kiezel zitten en trekken de aandacht van de vrouwtjes door te roepen en een helderwitte keelzak op te blazen. Af en toe tikken ze met een achterpoot. En als ze op dreef zijn strekken ze een achterpoot wijd uit en houden die even als een vlag in de lucht, met gespreide tenen en zwemvliezen. ‘Dansen’ is hiervoor misschien een groot woord, maar grappig is het wel.
Als een vrouwtje een mannetje ziet zitten, paren ze. Zij graaft dan een kuiltje in de bodem van de beek, legt haar eitjes erin en begraaft ze.

Maar de mannetjes vlaggen ook naar elkaar, om te laten zien dat ze bereid zijn om hun plekje tegenover elkaar te verdedigen, schreven Doris Preininger en collega’s vorig jaar. Komt er een mannetje te dichtbij een ander, dan probeert die hem met zijn achterpoot weg te schoppen.
Door een poot uit te steken als een indringer nadert, geven de mannetjes alvast een waarschuwing af.

Willy van Strien

Foto: Sathyabhama Das Biju (Wikimedia Commons)

De biologen maakten een leuk YouTube-filmpje over de Indiase danskikkers. Er is ook een kortere versie.

Bronnen:
Biju, S.D., Sonali Garg, K.V. Gururaja, Yogesh Shouche & Sandeep A. Walujkar, 2014. DNA barcoding reveals unprecedented diversity in Dancing Frogs of India (Micrixalidae, Micrixalus): a taxonomic revision with description of 14 new species. Ceylon Journal of Science (Bio. Sci.) 43, 8 mei online. Doi: 10.4038/cjsbs.v43i1.6850
Preininger, D., M.J. Stiegler, K.V. Gururaja, S.P. Vijayakumar, V.R. Torsekar, M. Sztatecsny & W. Hödl, 2013. Getting a kick out of it: multimodal signalling during male-male encounters in the foot-flagging frog Micrixalus aff. saxicola from the Western Ghats of India. Current Science 105 : 1735-1740.
Preininger, D., M. Boeckle, M. Sztatecsny & W. Hödl, 2013. Divergent receiver responses to components of multimodal signals in two foot-flagging frog species. PLoS One 8: e55367. Doi:10.1371/journal.pone.0055367

Vliegenvangers gluren bij de buren

Beschermen koolmezen hun legsel tegen nieuwsgierige blikken?

Bonte vliegenvangers nemen vaak een kijkje in het nest van koolmezen. Ze apen vervolgens het gedrag na van koolmezen die veel eitjes hebben, want die zijn kennelijk succesvol. Maar koolmezen delen liever geen informatie over de inhoud van hun nest. Signaleren ze een vliegenvanger in de buurt, schrijven Olli Loukola en collega’s, dan bedekken ze hun eitjes.

Als de bonte vliegenvangers in het voorjaar terugkomen uit Afrika, zijn de koolmezen, die niet zijn weggeweest, al volop aan het broeden. In Finland, waar Loukola werkt, lopen de mezen 10 tot 14 dagen op de vliegenvangers voor.
De koolmezen kennen hun omgeving goed en hebben een geschikte plek voor hun nest uitgezocht. Het is niet zo vreemd dat vliegenvangers afkomen op plaatsen waar veel koolmezen nestelen. Ze zoeken namelijk dezelfde nestplaatsen: holten in bomen of nestkasten. En ze hebben hetzelfde voedsel nodig voor hun jongen: insecten. Dus waar het goed is voor koolmezen, is het ook goed voor vliegenvangers. Daar vestigen ze zich graag en daar produceren ze grote legsels. Tenzij er zoveel koolmezen zijn dat de concurrentie erg hevig zou worden.

Maar de vliegenvangers blijken de privacy van hun buren niet te respecteren. Als de mezenouders weg zijn, komen de vliegenvangers regelmatig in hun nesten kijken hoeveel eitjes er liggen. Daar trekken ze conclusies uit. Waar de koolmeesburen veel eitjes hebben, leggen de vliegenvangers ook iets meer eitjes die bovendien iets zwaarder zijn. Ze rekenen er dan op dat de omgeving voldoende voedsel biedt voor een groot gezin.
Bovendien nemen ze een voorbeeld aan mezen met grote legsels. In een eerdere studie plaatsten de onderzoekers ofwel een witte cirkel, ofwel een witte driehoek rond de ingang van nestkasten. Troffen de vliegenvangers een groot legsel aan bij een koolmeespaar in zo’n versierde nestkast, dan kozen ze voor zichzelf meestal een nestkast met hetzelfde symbool erop. Troffen ze een klein legsel in een koolmeesnest, dan namen ze liever een kast van het andere type. Ze kopieerden dus het gedrag van succesvolle mezen en vermeden het gedrag van minder succesvolle mezen.

De vliegenvangers spieken dus bij de concurrentie. De koolmezen zijn de dupe. Want waar ook vliegenvangers komen nestelen, blijft straks minder voedsel over voor de koolmeesjongen. Dan kan het gebeuren dat er minder jongen opgroeien of dat ze kleiner zijn als ze uitvliegen. De mezen moeten daarom niets hebben van vliegenvangers. Als ze pottenkijkers betrappen, jagen ze die weg of maken ze soms zelfs dood.
Glurende vliegenvangers nemen dus grote risico’s. Kennelijk is de informatie over de inhoud van koolmeesnesten ze erg veel waard.

Nu melden de Finse onderzoekers dat de koolmezen die informatie afschermen door hun eitjes te bedekken. Mezen hebben de gewoonte om haar en ander materiaal op de eitjes te leggen zolang het legsel nog niet compleet is en de mezenouders vaak weg zijn. Waarom is niet helemaal duidelijk; misschien is het om de eitjes warm te houden.
Is er een vliegenvanger in de buurt, dan dekken koolmezen hun legsel extra goed toe, ontdekten de onderzoekers via experimenten. Ze lieten bij een aantal koolmeesnesten een opgezette vliegenvanger zien en het geluid van zijn zang horen. Bij andere nesten gebruikten ze een opgezette pestvogel en zijn geluid, ter controle. De pestvogel is geen concurrent van de mezen.
Geconfronteerd met een vliegenvanger brachten de mezen meer haar in hun nest en dekten ze hun eitjes zorgvuldiger toe dan wanneer ze een pestvogel in hun buurt zagen. Het verschil was niet heel groot, dus ik ben nog niet helemaal overtuigd dat de mezen opzettelijk informatie voor vliegenvangers verbergen. Maar het lijkt er op.
De onderzoekers zagen soms ook dat vliegenvangers een mezennest binnengingen en het haar van de eitjes afhaalden. Hondsbrutaal.

Willy van Strien

Foto: Arnstein Rønning (Wikimedia Commons)

Bronnen:
Loukola, O.J., T. Laaksonen, J-T. Seppänen & J.T Forsman, 2014. Active hiding of social information from information-parasites. BMC Evolutionary Biology 14:32. Doi: 10.1186/1471-2148-14-32
Loukola, O.J., J-T. Seppänen, I. Krams, S.S. Torvinen & J.T. Forsman, 2013. Observed fitness may affect niche overlap in competing species via selective social information use. American Naturalist 182: 474-483. Doi: 10.1086/671815
Forsman, J.T., J-T. Seppänen & I.L. Nykänen, 2012. Observed heterospecific clutch size can affect offspring investment decisions. Biol. Lett. 8: 341-343. Doi:10.1098/rsbl.2011.0970
Seppänen, J-T., J.T. Forsman, M. Mönkkönen, I. Krams & T. Salmi, 2011. New behavioural trait adopted or rejected by observing heterospecific tutor fitness. Proc. R. Soc. B 278: 1736-1741. Doi:10.1098/rspb.2010.1610
Forsman, J.T., R.L. Thomson & J-T. Seppänen, 2007. Mechanisms and fitness effects of interspecific information use between migrant and resident birds. Behavioral Ecology 18: 888-894. Doi:10.1093/beheco/arm048

Flitsend machtsvertoon

Kleurwisseling weerspiegelt vechtlust en overwicht van kameleon

Oei. Die wil knokken en hij zal een gevecht waarschijnlijk winnen ook. Wegwezen! Kameleon-mannen weten wat ze aan elkaar hebben, laten Russell Ligon en Kevin McGraw zien. De dieren lezen strijdlust en overwinningskansen van een tegenstander af aan diens kleurverandering.

Zet twee mannen van de jemenkameleon bijeen en het wordt hommeles. Ze zijn zeer agressief naar elkaar. Maar tot een daadwerkelijk gevecht komt het zelden. Voor het zover is, heeft vaak een van de twee de aftocht geblazen. Daar gaat een inschattingsprocedure aan vooraf die een tijdje duurt. De twee tegenstanders beoordelen elkaar eerst op afstand en vervolgens van dichtbij voordat ze eventueel (maar meestal dus niet) een kop-aan-kop gevecht beginnen. Jemenkameleons, grote dieren met een flinke helm op de kop, leven in Jemen en Saoedi-Arabië.
Hoe schatten mannen van deze kameleons elkaars vechtlust en overwicht in? Dat moet iets met hun kleurpatroon te maken hebben, dachten Ligon en McGraw. Dat verandert namelijk tijdens een confrontatie. Zoals alle kameleons kunnen ook jemenkameleons razendsnel van kleur verschieten. Met opvallende kleurwisselingen brengen ze misschien boodschappen over, veronderstelden de onderzoekers. In een serie proeven zetten ze steeds twee mannen bij elkaar, maakten elke vier seconden een foto en analyseerden de kleuren en kleurveranderingen op de foto’s.

De mate waarin de kleuren veranderen en vooral de snelheid waarmee dat gebeurt geven de vechtlust en het lef van een man aan, zo bleek. Hoe feller de strepen op de flanken van een man worden, hoe groter zijn neiging is om op zijn tegenstander af te gaan. Hoe sneller de kleur van zijn kop vervolgens opflakkert, hoe waarschijnlijker het is dat hij zal doorzetten.
De man die minder snel en minder intens van kleur verandert trekt zich bijtijds terug. Hij begrijpt de boodschap en neemt geen risico.

Willy van Strien

Foto: Steven G. Johnson (Wikimedia Commons)

De onderzoekers filmden dreigende kameleons

Bron:
Ligon, R.A. & and K.J. McGraw, 2013. Chameleons communicate with complex colour changes during contests: different body regions convey different information. Biol. Lett. 9: 20130892, 11 december online. Doi: 10.1098/rsbl.2013.0892