Evolutie en Biodiversiteit

Categorie: communicatie (Pagina 1 van 3)

Zogende amfibie

Geringde wormsalamander met zuigelingen

Zoogdieren heten zoogdieren omdat zij hun jongen zogen. Daarmee onderscheiden ze zich van andere gewervelde dieren: vissen, amfibieën, reptielen en vogels. Toch is dat onderscheid niet waterdicht, want er zijn enkele vogelsoorten die een soort melk produceren om hun jongen te voeden: sommige duiven en flamingo’s en de keizerspinguïn. En nu melden Pedro Mailho-Fontana en collega’s dat vrouwen van de geringde wormsalamander, een amfibie, hun jongen iets te drinken geven dat op zoogdiermelk lijkt. De jongen groeien er snel van.

Dat deze wonderlijk eigenschap, die goed waarneembaar is, pas nu aan het licht komt, is niet verwonderlijk. De biologie van wormsalamanders is namelijk slecht bekend doordat de dieren ondergronds leven. Het zijn overigens geen salamanders; ze vormen een derde groep binnen de amfibieën, naast kikkers & padden en salamanders. Wormsalamanders (Gymnophiona) hebben geen poten, nauwelijks ogen en zijn blind; ze hebben een paar tentakels waarmee ze ondergronds hun weg vinden.

De wormsalamander waar het hier over gaat, is de geringde wormsalamander (Siphonops annulatus). Hij komt voor in Zuid-Amerika en is daar wijdverspreid. Het dier kan ruim 40 centimeter lang worden. Een vrouw legt eitjes, gemiddeld tien per keer, in een ondergrondse ronde nestkamer. Ze is een toegewijde moeder: opgerold blijft ze liggen met de eitjes op haar lichaam, en als de jongen zijn uitgekomen, blijft ze nog twee maanden bij hen; dan zijn de kleintjes zelfstandig. Tot die tijd gaat ze er zelfs niet even tussenuit om voedsel voor zichzelf te zoeken.

De kleur van een vrouw verandert als ze jongen heeft. Normaal zijn geringde wormsalamanders blauwgrijs, maar een moeder wordt grijswit. Bekend was al dat die kleur ontstaat doordat in haar opperhuid vetdruppels verschijnen. Om de paar dagen mogen de jongen die huid afschrapen; ze hebben daarvoor lepelvormige tandjes in de onderkaak. Ze doen dat allemaal tegelijk en het gaat er woest aan toe; binnen tien minuten is het gebeurd en keert de rust terug. Tot de moederhuid weer klaar is voor consumptie. Deze ‘huidvoeding’ komt bij meer soorten wormsalamanders voor.

Maar jonge geringde wormsalamanders krijgen ook nog andere voeding, ontdekte Mailho-Fontana: melk. Hij hield een aantal dieren in het lab en filmde hun gedrag.

Vaak verzamelen zich jongen bij het achterlijf van hun moeder, zag hij. Uit nader onderzoek bleek dat klieren in de eierstokwanden van de moeder een witte, stroperige vloeistof produceren die meermalen per dag door de geslachtsopening, de cloaca, naar buiten komt. Het goedje is rijk aan vetten en koolhydraten.

De jongen drinken er gulzig van. Deze ‘melk’ is een belangrijkere voedingsbron dan de moederhuid en het is vooral dankzij de melk dat jongen groeien als kool, denken de onderzoekers. Binnen een week na uitkomen verdubbelt hun gewicht. De moeder, die niets eet, valt behoorlijk af.

De moeder laat haar melk lopen als jongen haar achterlijf aanraken, waarbij ze vaak hoge geluidjes produceren. Waarschijnlijk is dat bedelgedrag. Zij steekt dan haar achterlijf verticaal omhoog, en de zuigelingen vechten om een goed plekje. Gemiddeld drinken er drie jonkies tegelijkertijd, tot ze verzadigd zijn.

Er waren al levendbarende wormsalamandersoorten bekend waarvan de jongen voor hun geboorte melk opnemen in de eierstokken. De ontdekking van eierstokmelk bij de ei-leggende geringde wormsalamander was onverwacht.

Willy van Strien

Foto: Geringde wormsalamander, vrouwtje met jongen. ©Carlos Jared

Bronnen:
Mailho-Fontana, P.L., M.M. Antoniazzi, G.R. Coelho, D.C. Pimenta, L.P. Fernandes, A. Kupfer, E.D. Brodie Jr. & C. Jared, 2024. Milk provisioning in oviparous caecilian amphibians. Science 383: 1092-1095. Doi: 10.1126/science.adi5379
Jared, C., P.L. Mailho-Fontana, S.G.S. Jared, A. Kupfer, J.H.C. Delabie, M. Wilkinson & M.M. Antoniazzi, 2019. Life history and reproduction of the neotropical caecilian Siphonops annulatus (Amphibia, Gymnophiona, Siphonopidae), with special emphasis on parental care. Acta Zoologica. 100: 292-302. Doi: 10.1111/azo.12254
Wilkinson, M., A. Kupfer, R. Marques-Porto, H. Jeffkins, M.M. Antoniazzi & C. Jared, 2008. One hundred million years of skin feeding? Extended parental care in a Neotropical caecilian (Amphibia: Gymnophiona). Biology Letters 4: 358-361. Doi: 10.1098/rsbl.2008.0217

Superwit

Houtsnip heeft het witste wit van alle vogels

Staartveren van houtsnip hebben superwitte toppen een de onderkant

De allerwitste veren die er bestaan vind je bij de houtsnip, die verder juist een onopvallend uiterlijk heeft. Jamie Dunning en collega’s onderzochten hoe het verrassend witte wit ontstaat.

Een houtsnip (Scolopax rusticola) is zo goed gecamoufleerd dat hij vrijwel niet afsteekt tegen de bosgrond waar hij op leeft. Maar de punten van zijn staartveren zijn aan de onderkant spierwit en daardoor goed zichtbaar, zelfs in de schemering. Wittere veren dan deze vogel heeft, zijn er niet. Jamie Dunning en collega’s laten zien hoe de structuur van de staartveren die superwitte tint bepaalt.

Overdag rusten houtsnippen, en dan is het zaak om niet op te vallen. Vandaar hun vlekkerig bruine verenkleed. In de ochtend- of avondschemering zijn ze actief. Om zich aan elkaar te tonen, steken ze hun korte staartje omhoog of maken ze een baltsvlucht. De witte punten aan de onderkant van de staartveren vallen dan duidelijk op.

Nanostructuur

Die witte staartpunten zijn goed zichtbaar in de schemering doordat ze veel van het schaarse licht dat erop valt terugkaatsen. Dat kunnen ze dankzij een speciale structuur. Een vogelveer bestaat uit een schacht waarop baarden zijn ingeplant. De baarden van de superwitte veertoppen van de houtsnip zijn afgeplat en verdikt, en ze liggen, net als de lamellen van jaloezieën, schuin en over elkaar heen. Daardoor kaatst een maximale hoeveelheid licht terug.

Maar voordat de lichtstralen terugkaatsen, stuiteren ze onder de oppervlakte van de baarden eerst alle kanten op. Dat komt doordat de baarden een ongeordende inwendige structuur hebben van nanovezels en luchtzakjes, die invallende lichtstralen veelvuldig en chaotisch van richting doen veranderen. Die sterke zogenoemd diffuse weerkaatsing resulteert in een wit beeld, net zoals dat voor sneeuw geldt.

De baarden worden bijeengehouden door vele klittenband-achtige baardjes die eraan ontspringen. De baardjes zijn bruinig, maar doordat ze aan de bovenkant van de staartveren liggen, doen ze niet af aan de witheid van de onderkant.

De houtsnip leeft in Europa en Azië. Wereldwijd zijn er nog zeven andere soorten houtsnippen, ook allemaal met superwitte punten aan de onderkant van de staartveren. Andere vogels hebben dat niet, ook niet aan houtsnippen nauw verwante soorten, zoals watersnip (Gallinago gallinago).

Willy van Strien

Foto: Amerikaanse houtsnip, Scolopax minor, met opgestoken staartje. Matt Schenck (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY 4.0)

Zie ook: er bestaan ook superzwarte veren.

Bron:
Dunning, J., A. Patil, L. D’Alba, A.L. Bond, G. Debruyn, A. Dhinojwala, M. Shawkey & L. Jenni, 2023. How woodcocks produce the most brilliant white plumage patches among the birds. Interface 20: 20220920. Doi: 10.1098/rsif.2022.0920

En snel een beetje

Plectrohyla kikkermannen bijten vrouwen een boodschap toe

Plectrohyla-man bijt partner tijdens paring

Mannen van drie Plectrohyla-kikkersoorten geven hun partner een chemische boodschap tijdens de paring. Ze gebruiken daar hun boventanden bij, laten Lisa Schulte en collega’s zien.

Tijdens de paring drukken mannen van een aantal soorten Plectrohyla boomkikkers hun bovenlip op de kop of rug van hun partner. Dat is niet bepaald een liefkozing, integendeel: ze schrapen hun tanden eroverheen, ontdekten Lisa Schulte en collega’s. De krassen zijn na afloop duidelijk te zien. Waarom doen ze dit?

Dikke lippen

Vrouwen met krassen op kop of rug zijn gevonden bij drie soorten: Plectrohyla hartwegi, Plectrohyla matudai en Plectrohyla sagorum. De afstand tussen de krassen komt inderdaad overeen met de afstand tussen de boventanden van de mannen, die lang zijn en uitsteken. Deze kikkers leven in de Zuid-Amerikaanse tropen.

Naast lange tanden hebben de mannen gezwollen bovenlippen gedurende het broedseizoen, en die blijken vol te zitten met gespecialiseerde, grote klieren. Die produceren slijm en scheiden dat af op de binnenkant en de buitenkant van de lippen. In het slijm troffen de onderzoekers verschillende eiwitten aan, waaronder eiwitten die van salamanders bekend zijn als boodschapperstoffen waarmee de dieren met elkaar communiceren.

Directe boodschap

De conclusie van dit alles is dat de mannen tijdens de paring met tanden en lippen klierslijm in de huid van hun partner inbrengen. De eiwitten daaruit worden waarschijnlijk door het bloed opgenomen en elders afgeleverd. Het effect is dat de eitjes sneller worden gelegd, denken de onderzoekers.

Dat zou gunstig zijn. Bij de paring klemt een kikkerman zich vast aan een vrouw met een paargreep of amplexus. Ze blijven zo uren of zelfs dagen zitten, totdat zij haar eitjes legt en hij zijn zaad erover kan uitstorten. En al die tijd is zo’n gekoppeld stel minder wendbaar dan een enkele kikker, en dus een makkelijke prooi voor roofvijanden. Hoe eerder een paring is afgerond, hoe korter die onveilige toestand duurt.

De mannen gedragen zich weinig zachtzinnig, maar als de paring daardoor eerder klaar is, profiteren beide partners daarvan. Of de paring echt sneller verloopt, weten de onderzoekers nog niet.

Hoe dan ook: de mannen van deze kikkers geven tijdens de paring een chemische boodschap af en het is zeker dat die binnenkomt.

Willy van Strien

Foto: Plectrohyla sagorum. Ruth Percino Daniel (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)

Ook bij de Ottonkikker blijven vrouwen niet ongeschonden

Bron:
Schulte, L.M., A. Martel, R. Cruz‑Elizalde, A. Ramirez‑Bautista & F. Bossuyt, 2021. Love bites: male frogs (Plectrohyla, Hylidae) use teeth scratching to deliver sodefrin precursor‑like factors to females during amplexus. Frontiers in Zoology 18: 59. Doi: 10.1186/s12983-021-00445-6

Hoor de spotlijster

Strofen van zang volgen elkaar mooi op

De spotlijster stelt zijn zang zorgvuldig samen

De Noord-Amerikaanse spotlijster heeft een buitengewoon lange, afwisselende en complexe zang. Tina Roeske en collega’s leggen uit waarom wij zijn lied zo mooi vinden.

Minuten achtereen kan de spotlijster, Mimus polyglottos, zijn lied ten gehore brengen. Zijn zang is welbekend in Noord-Amerika, waar de zangvogel veel voorkomt in tuinen en parken. Hij maakt strofen waarin hij een lettergreep met één of enkele tonen een aantal keer herhaalt, zoals ook onze zanglijster doet, en rijgt die strofen aaneen tot een afwisselend en complex geheel.

Een prachtig muzikaal geheel, vinden wij. Tina Roeske en collega’s weten waarom wij ervan genieten: de vogel laat opeenvolgende strofen mooi op elkaar  aansluiten.

Autoalarm

Een zingende spotlijster beschikt over een repertoire van een paar honderd verschillende strofen. Daar zitten eigen deuntjes bij, maar hij imiteert ook roepen en liedjes van veel andere vogels uitstekend. Hij bootst daarnaast andere dierengeluiden na en kan zelfs onnatuurlijke geluiden nadoen, zoals een autoalarm.

Toch is zijn zang geen ratjetoe. De onderzoekers – een neurowetenschapper, een bioloog en een muziekfilosoof – laten zien dat hij opeenvolgende strofen meestal zo kiest dat ze op elkaar lijken; ze klinken als herhalingen die een beetje vervormd zijn. De onderzoekers onderscheiden vier typen vervormingen die voor ons goed hoorbaar zijn.

Samenhang

Twee opeenvolgende strofen hebben vaak dezelfde toonhoogte en hetzelfde ritme, maar verschillen van klankkleur of timbre. De eerste heeft bijvoorbeeld heldere tonen, bij de volgende zit er wat ruis in.

In andere gevallen is een strofe een herhaling van de vorige, maar dan op een andere toonhoogte. Of hij heeft een sneller of juist een langzamer tempo. Soms is een combinatie hoorbaar: een strofe is bijvoorbeeld sneller en hoger van toon dan zijn voorganger. En tussen twee op elkaar lijkende strofen zit soms een contrasterend element.

Doordat opeenvolgende strofen meestal akoestisch verwant zijn, gaan ze subtiel in elkaar over en heeft de zang samenhang. Componisten passen dezelfde strategieën toe om variatie in hun muziek aan te brengen. Ze gebruiken instrumenten met verschillende klankkleur (bijvoorbeeld fluit en viool), herhalen een motief op andere toonhoogte (het bekende begin van Beethovens Vijfde Symfonie) of ze spelen met het tempo.

Bij de spotlijster zingen zowel mannen als vrouwen. Maar mannen doen het meer en uitbundiger, en ze doen het om vrouwen te bekoren. Ongetwijfeld hebben ze daar succes mee, maar wat een spotlijstervrouw nu precies waardeert aan de zang is niet bekend.

Willy van Strien

Foto: AidenD (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 4.0)

Hoor hoe een spotlijster zingt en hoe de onderzoekers de zang ontleden

Andere heel muzikale vogels: zwartkeelorgelvogel en orpheuswinterkoning

Bron:
Roeske, T.C., D. Rothenberg & D.E. Gammon, 2021. Mockingbird morphing music: structured transitions in a complex bird song. Frontiers in Psychology, 4 mei online. Doi: 10.3389/fpsyg.2021.630115

Op het lijf geschreven

Humboldtinktvis laat zich lezen als een e-reader

Humboldt inktvis showt kleurpatroon met achtergrondverlichting

Visueel communiceren in de duistere diepzee: de humboldtinktvis is ertoe in staat, laten Benjamin Burford en Bruce Robison zien. De dieren creëren kleurpatronen met achtergrondverlichting.

De humboldtinktvis,  Dosidicus gigas, is sociaal: dieren vormen groepen en jagen gezamenlijk, onder meer op lantaarnvisjes. Die gezamenlijke jacht vereist een goede afstemming, zodat de hele groep dezelfde kant op zwemt en tegelijk afremt om prooi te vangen. En dat lukt prima zonder dat de dieren op elkaar botsen en zonder dat ze elkaar aanvallen, namen Ben Burford en Bruce Robison waar. Kennelijk is de communicatie op orde.

Donker

Dat is bijzonder, want de pijlinktvis leeft meestal in het donker. Hij brengt de dag door op een diepte van honderden meters en komt alleen ’s nachts wat meer aan de oppervlakte. Dus hoe communiceren de dieren dan, vroegen de onderzoekers zich af.
Inktvissen wisselen boodschappen uit met kleurpatronen op het lichaam. Ze hebben in hun huid namelijk chromatoforen, elastische zakjes met pigment die ze naar believen kunnen openen. Bekend was al dat humboldtinktvissen chromatoforen in één kleur hebben, namelijk roodbruin. Daarmee kunnen ze wit-rode patronen maken. Maar hoe kunnen ze die patronen in het donker aan elkaar laten zien?

Door achtergrondverlichting in te schakelen, zo lijkt het.

Opgloeiend lichaam

Burford en Robison bestudeerden het gedrag van de dieren door ze overdag op grote diepte te filmen met een camera die was bevestigd aan een op afstand bestuurbare onderwaterrobot en het beeldmateriaal te bekijken.
De dieren hebben, behalve chromatoforen, ook zogenoemde lichtorganen, met cellen die licht kunnen produceren; dat heet bioluminescentie. Veel diepzeebewoners hebben lichtorganen in de huid, meestal op bepaalde plaatsen. Ze brengen er boodschappen mee over door de lichtintensiteit te veranderen. Ze laten bijvoorbeeld met een lichtpatroon zien van welke soort ze zijn, baltsen met een lichtshow, flitsen op om een ander te laten schrikken of lokken prooidieren met een lampje.

De humboldtinktvis zet het licht op een andere manier in. Zijn lichtorganen liggen niet in de huid, maar eronder. En ze bevinden zich niet op bepaalde plaatsen, maar zijn verspreid over het hele lichaam. Door zijn hele lijf groengeel te laten opgloeien, denken Burford en Robison, creëert de humboldtinktvis een achtergrondverlichting die het wit-rode patroon op de huid zichtbaar maakt. Het is het principe van een e-reader.

De humboldtinktvis ontcijferen

Deze pijlinktvis heeft een heel repertoire aan patronen, was al bekend. Hij kan flitsen en flakkeren. Hij kan de vinnen aan het eind van de mantel laten afsteken tegen mantel, kop en armen, of de rand van de vinnen tegen de rest; hij kan strepen maken langs de zijkant van de mantel of op de armen, of een vlek neerzetten tussen de ogen. De inktvissen tonen bepaalde patronen alleen als ze in een groep aan het jagen zijn, en sommige patronen komen in een vaste volgorde. Het biedt mogelijkheden genoeg voor complexe, hoogwaardige communicatie.
De kunst is nu om die taal te ontcijferen. De gebruikte camera was te weinig lichtgevoelig om de patronen in het duister goed te kunnen zien, en het is nog onbekend hoe de dieren op elkaars boodschappen reageren.

Willy van Strien

Foto: Een humboldtinktvis in het licht van een op afstand bestuurbare onderwaterrobot op 300 meter diepte in de Baai van Monterey (Californië). ©2010 MBARI

De onderzoekers vertellen over hun werk op YouTube

Zie ook: hoe paart de humboldtinktvis?

Bronnen:
Burford, B.P. & B.H. Robison, 2020. Bioluminescent backlighting illuminates the complex visual signals of a social squid in the deep sea. Proceedings of the National Academy of Sciences 117: 8524-8531. Doi: 10.1073/pnas.1920875117
Trueblood, L.A., S. Zylinski, B.H. Robison & B.A. Seibel, 2015. An ethogram of the Humboldt squid Dosidicus gigas Orbigny (1835) as observed from remotely operated vehicles. Behaviour 152: 1911-1932. Doi: 10.1163/1568539X-00003324
Rosen, H., W. Gilly, L. Bell, K. Abernathy & G. Marshall, 2015. Chromogenic behaviors of the Humboldt squid (Dosidicus gigas) studied in situ with an animal-borne video package. The Journal of Experimental Biology 218: 265-275. Doi:10.1242/jeb.114157
Benoit-Bird, K.J. & W.F. Gilly, 2012. Coordinated nocturnal behavior of foraging jumbo squid Dosidicus gigas. Marine Ecology Progress Series 455: 211-228. Doi: 10.3354/meps09664

Vereende krachten tegen broedparasiet

Mangrovezanger waarschuwt, epauletspreeuw valt aan

Epauletspreeuw luistert alarmroep van mangrovezanger af

De mangrovezanger laat een speciale roep horen als er een broedparasiet in de buurt is. De epauletspreeuw pikt het signaal op en valt aan, schrijven Shelby Lawson en collega’s. Zo beschermen de vogels samen hun nesten.

Epauletspreeuw wordt geparasiteerd door bruinkopkoevogel, een broedparasietEen vogelnest met eieren of jongen is kwetsbaar. Een van de gevaren is dat een vreemde vogel er een ei in legt en de ouders opscheept met een pleegjong, zoals de koekoek doet. Dat risico loopt de epauletspreeuw, die broedt in natte gebieden in Noord- en Midden-Amerika. Hier is de bruinkopkoevogel de ‘koekoek’, oftewel de broedparasiet.
Hoewel een jonge koevogel niet, zoals een koekoeksjong, zijn pleegbroertjes en -zusjes uit het nest gooit, zijn die toch slecht af. Het vreemde jong eist zoveel aandacht dat de rechtmatige jongen te kort komen en verhongeren of in een slechte conditie uitvliegen.
De epauletspreeuw moet de koevogel dus buiten zijn nest zien te houden. Daarbij profiteert hij van de waakzaamheid van de mangrovezanger, een andere zangvogel die de koevogel op bezoek kan krijgen, laten Shelby Lawson en collega’s zien. De mangrovezanger op zijn beurt profiteert van de agressie van de epauletspreeuw.

Verdediging

Mangrovezanger waarschuwt voor broedparasietAls mangrovezangers een bruinkopkoevogel ontdekken, laten ze een specifiek alarmsignaal horen, een ‘siet’-klank. Alle vrouwtjes die dat horen reageren adequaat: ze gaan onmiddellijk naar hun nest (als ze daar al niet waren), herhalen de ‘siet’ en drukken zich stevig op hun legsel. Zo heeft een koevogel geen toegang.
Mangrovezangers laten de ‘siet’-klank alleen horen als de broedparasiet in de buurt is en alleen in de broedperiode. Voor roofvijanden hebben ze een ander signaal, en als dat klinkt hippen vrouwtjes rond en zijn ze alert, maar gaan ze niet terug naar het nest. De combinatie van het speciale waarschuwingssignaal voor broedparasiet en de adequate reactie van vrouwtjes is uniek.

De onderzoekers vroegen zich af of epauletspreeuwen dat specifieke signaal afluisteren en er hun voordeel mee doen. Ze speelden verschillende opgenomen geluiden af bij nesten van epauletspreeuwen en keken hoe die daarop reageerden.
Zowel spreeuwen-mannetjes als -vrouwtjes werden agressief als ze de ‘siet’ van mangrovezangers hoorden en vielen de speaker aan. Ze reageerden even opgewonden als op het ‘gebabbel’ van bruinkopkoevogels. En ook de roep van een blauwe gaai, een roofvijand die nesten plundert, wekte die agressie op. De reactie op de ‘siet’-klank is blijkbaar een algemene verdedigingsactie tegen verschillende gevaren die een nest bedreigen. De zang van een onschuldige zangvogel negeerden ze.
Overigens lokte het gebabbel van andere epauletspreeuwen de verdedigingsreactie het allersterkst uit. De vogels beschouwen soortgenoten die hun territorium binnendringen kennelijk als het grootste gevaar.

Samen

Het waarschuwingssignaal van mangrovezangers voor broedparasieten wordt dus opgepikt door epauletspreeuwen, die op het gevaar af gaan. Daar profiteren mangrovezangers weer van. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat hun nesten minder risico lopen op misbruik door een koevogel als ze in de buurt van epauletspreeuwen broeden. Epauletspreeuw en mangrovezanger nestelen vaak in elkaars nabijheid; samen kunnen ze zich tegen de broedparasiet weren.

Tot nu toe lijkt de epauletspreeuw de enige vogelsoort te zijn die de waarschuwing van mangrovezangers voor broedparasieten verstaat en erop reageert.

Willy van Strien

Foto’s:
Groot: Epauletspreeuw. Brian Gratwicke. (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY 2.0)
Klein boven: Bruinkopkoevogel vrouwtje. Ryan Hodnett (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 4.0)
Klein onder: Mangrovezanger mannetje. Mykola Swarnyk (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)

De onderzoekers lichten hun werk toe op YouTube

Bronnen:
Lawson, S.L., J.K. Enos, N.C. Mendes, S.A. Gill & M.E. Hauber, 2020. Heterospecific eavesdropping on an anti-parasitic referential alarm call. Communications Biology 3: 143 . Doi: 10.1038/s42003-020-0875-7
Gill, S.A. & S.G. Sealy, 2004. Functional reference in an alarm signal given during nest defence: seet calls of yellow warblers denote brood-parasitic brown-headed cowbirds. Behavioral Ecology and Sociobiology 5671-80. Doi: 10.1007/s00265-003-0736-7
Clark, K.L. & R.J Robertson, 1979. Spatial and temporal multi-species nesting aggregations in birds as anti-parasite and anti-predator defenses. Behavioral Ecology and Sociobiology 5: 359-371. Doi: 10.1007/BF00292524

Uit betrouwbare bron?

Boomklever geeft afgeluisterde informatie onvolledig door

Canadese boomklever luistert Amerikaanse matkop af

De Canadese boomklever verstaat de alarmroep van Amerikaanse matkoppen uitstekend. Maar hij geeft niet alle informatie die daarin besloten is door in zijn eigen roep, laten Nora Carlson en collega’s zien.

Een uil die overdag rustig op een boomtak zit vormt geen acuut gevaar voor zangvogels. Toch hebben die hem liever niet in hun buurt. Door met een groep een boel drukte te maken, proberen ze de vijand te verjagen.
Zo ook de Canadese boomklever uit Noord-Amerika. Als deze vogel weet dat er een uil zit, ronselt hij soortgenoten om mee te doen met jennen. In zijn oproep geeft hij daarbij aan hoe gevaarlijk de uil is die hij weg wil pesten, schrijven Nora Carslon en collega’s. Althans: als de boomklever die vijand zelf heeft waargenomen.

Op hoge toon

Niet alle uilen zijn namelijk even gevaarlijk. De Amerikaanse oehoe, een knoeperd van ongeveer een halve meter lengte, is niet wendbaar genoeg om een zangvogeltje makkelijk te kunnen pakken; hij is dan ook niet erg bedreigend. Voor de kleine, behendige Noordamerikaanse dwerguil is het veel meer oppassen geblazen.
Boomklevers reageren dan ook verschillend als ze oehoe of dwerguil horen, zo bleek In playbackexperimenten waarin de onderzoekers deze zangvogels blootstelden aan de roep van beide vijanden. Horen boomklevers een dwerguil, dan bestaat hun pestoproep uit kortere roepjes op hogere toon die sneller na elkaar komen dan wanneer ze een oehoe horen. De opgetrommelde soortgenoten zijn dan meer opgewonden en gaan langduriger en feller tekeer – in dit geval tegen de speakers die de onderzoekers gebruikten.
Zo stoppen de zangvogels hun tijd en energie vooral in het verjagen van de meest gevaarlijke vijanden.

Luistervink

Amerikaanse zwartkop laat horen hoe gevaarlijk een vijand isBoomklevers hoeven niet alleen op hun eigen oren te vertrouwen; ze maken ook gebruik van de waakzaamheid van andere zangvogels en luisteren hun alarmroep af.
De onderzoekers hadden eerder al laten zien hoe boomklevers gepast reageren op pestoproepen van Amerikaanse matkoppen. Ook deze vogeltjes laten in hun alarmroep horen of ze een minder gevaarlijke oehoe of een gevreesde dwerguil in het vizier hebben. Als boomklevers matkoppen horen roepen vanwege een dwerguil, maken ze meer drukte en laten ze zelf meer oproepen horen dan wanneer ze matkoppen alarm horen slaan om een oehoe. Ze begrijpen de boodschap van de matkoppen dus uitstekend.

Maar ondanks dat begrip geven boomklevers in hun eigen pestoproep niet door of er volgens matkoppen een meer of minder gevaarlijke uil verjaagd moet worden, zoals ze wel doen wanneer ze die vijand zelf hebben waargenomen. Komt de informatie van matkoppen, dan laten ze in het midden hoe gevaarlijk de vijand is. Letterlijk: hun pestoproep zit dan qua lengte van roepjes, toonhoogte en tempo tussen oproepen bij hoog en laag risico in.

En dat is misschien niet eens zo gek. Hoewel boomklevers en matkoppen dezelfde vijanden hebben, zijn ze door hun verschillende levenswijze niet even kwetsbaar voor die vijanden. Hoe matkoppen de bedreiging die van verschillende vijanden uitgaat ervaren en communiceren kan dus verschillen van hoe boomklevers het gevaar zouden inschatten. Dat maakt de informatie die ze van matkoppen krijgen wat minder betrouwbaar.

Willy van Strien

Foto’s
Groot: Canadese boomklever. Cephas (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)
Klein: Amerikaanse matkop. Shanthanu Bhardwaj (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 2.0)

Bronnen:
Carlson, N.V., E. Greene & C.N. Templeton, 2020. Nuthatches vary their alarm calls based upon the source of the eavesdropped signals. Nature Communications 11: 526. Doi: 10.1038/s41467-020-14414-w
Templeton, C.N. & E. Greene, 2007. Nuthatches eavesdrop on variations in heterospecific chickadee mobbing alarm calls. PNAS 104: 5479-5482. Doi: 10.1073_pnas.0605183104
Templeton, C.N., E. Greene & K. Davis, 2005. Allometry of alarm calls: black-capped chickadees encode information about predator size. Science 308: 1934-1937. Doi: 10.1126/science.1108841

Hoofdkenmerk

Kameleons laten botknobbels op kop blauw oplichten

Calumma crypticum heeft blauw oplichtende botknobbels om en achter de ogen

Veel kameleonsoorten blijken botknobbels te hebben die blauw oplichten door de huid heen. Soortgenoten herkennen elkaar eraan, mannetjes pronken er waarschijnlijk mee. Wij zien die knobbels niet bij natuurlijk licht, maar de dieren zelf wel, denken David Prötzel en collega’s.

Er zijn veel manieren waarop een dier de blits kan maken, zoals met geur, kleur, zang, dans, sierveren of ogen op steeltjes. Maar hier komt een nieuwe: kameleons blijken kleine knobbels op hun schedel te hebben die blauw kunnen opgloeien, zo melden David Prötzel en collega’s.
botknobbels lichten opDat klinkt als horror, maar er is niets spookachtigs aan. Botweefsel is fluorescerend: als er ultraviolet licht op valt, wordt dat omgezet in blauw licht en uitgezonden. Kameleons maken gebruik van dit natuurlijke verschijnsel. De knobbels op hun schedel steken door de huid heen en zijn slechts afgedekt door een dunne cellaag die doorzichtig is, een soort venster. Valt door dat venster ultraviolet licht op de knobbels, dan lichten die blauw op.

Blauw licht

Normaal zien wij dat niet, daarvoor is de hoeveelheid ultraviolet (UV) in natuurlijk licht te klein. Het verschijnsel werd dan ook pas ontdekt toen de onderzoekers met een UV-lamp op koppen van kameleons schenen. Maar natuurlijk licht bevat wel genoeg ultraviolet om de opgloeiende knobbels voor de kameleons zelf zichtbaar te maken, vermoeden de onderzoekers. Hun ogen zijn namelijk gevoeliger voor blauw licht dan de onze. Er zijn veel kameleonsoorten op Madagaskar en in Afrika die zulke blauw oplichtende knobbels hebben, vooral soorten die leven in vochtige bossen. Daar is de hoeveelheid ultraviolet licht in verhouding groot; bovendien steekt het uitgezonden blauwe licht er goed af tegen de donkere achtergrond.

Pronken

De knobbelpatronen verschillen van soort tot soort. De knobbels zitten vooral om en achter de ogen, maar er zijn ook soorten die niet alleen op de schedel, maar over het hele lijf blauw oplichtende botknobbels hebben. Kameleons zullen hun soortgenoten herkennen aan het kenmerkende knobbelpatroon. Als vast kenmerk is het een houvast voor deze dieren die vaak van kleur wisselen.
Bij bijna alle soorten vertonen mannetjes gemiddeld meer knobbels dan vrouwtjes. De onderzoekers denken dan ook dat de mannetjes ermee pronken om een vrouwtje te verleiden.

Oplichtende botknobbels als kenmerk en versiering: het is nu bij kameleons ontdekt, maar wie weet hebben andere hagedissen en slangen het ook.

Willy van Strien

Foto’s:
Groot: Calumma crypticum, mannetje. Axel Strauβ (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)
Klein: kop van Calumma crypticum, exemplaar uit de Zoologische Staatssammlung München (Duitsland), onder ultraviolet licht. Overgenomen uit David Prötzel et al. (Creative Commons, CC BY 4.0) en gespiegeld, zodat hij dezelfde kant op kijkt als die op de grote foto

Op YouTube laten de onderzoekers de knobbels Furcifer pardalis en twee Brookesia-soorten blauw opgloeien. En op dit filmpje zie je de knobbelige schedel van Calumma globifer

Bron:
Prötzel, D., M. Heß, M.D. Scherz , M. Schwager, A. van’t Padje & F. Glaw, 2018. Widespread bone-based fluorescence in chameleons. Scientific Reports 8: 698. Doi: 10.1038/s41598-017-19070-7

Slagwerk

Zwarte kaketoe drumt met zelfgemaakte drumstok

Zwarte kaketoe maakt zelf een drumstok

Met een vrouwtje als publiek slaan zwarte kaketoes vaak met een stok op een holle tak of stam. Robert Heinsohn en collega’s hoorden dat de vogels daarbij een strak ritme aanhouden en dat elke man zijn eigen stijl heeft.

Een mannetje van de zwarte kaketoe (of palmkaketoe) uit Noord-Australië kan verschillende geluiden laten horen en zijn kuif overeind zetten. Dat is al indrukwekkend, maar wat pas echt bijzonder is: hij speelt soms een partijtje drum.

Keurig ritme

Een man die als slagwerker gaat optreden breekt een tak af, verwijdert de bladeren, maakt de stok op lengte (zo’n 20 centimeter), klemt hem in een van beide poten en begint er herhaaldelijk mee te slaan op een holle tak of stam. In plaats van een stok gebruikt hij soms een zaaddoos van een bepaalde boom (Grevillea glauca) nadat hij die met zijn snavel heeft bijgewerkt. Hij kan een tijdlang doorgaan met drummen, tot 90 slagen aan toe.
Opvallend is dat hij er niet willekeurig op los mept, maar in een keurig ritme slaat, zoals Robert Heinsohn en collega’s vaststelden. Ze merkten ook dat elk mannetje een eigen stijl heeft; de een slaat langzaam in een vast ritme, de ander heeft een wat hoger tempo of wisselt een langzaam deel af met een sneller stukje.

Solo

Wat voor bedoeling een man heeft met zijn optreden, is nog niet bekend. Zwarte kaketoes vormen monogame paren die een groot territorium bezetten. Het geluid draagt niet zo ver dat ze al drummend met de buren kunnen communiceren; een man speelt altijd solo. Omdat het vrouwtje bij de meeste optredens aanwezig is, is de percussie waarschijnlijk voor haar bedoeld, en misschien is het voor hem een manier om haar te vertellen wat zijn conditie of leeftijd is; de vogels kunnen ouder dan 50 jaar worden. Of vrouwen de muziek mooi vinden en wat voor ritme ze graag horen, is niet bekend.

Willy van Strien

Foto: Christoph Lorse (Via Flickr. Creative Commons CC BY-NC-SA 2.0)

De onderzoekers vertellen over hun werk op You Tube;
kort fragment met drummende kaketoe.

Bron:
Heinsohn, R., C.N. Zdenek, R.B. Cunningham, J.A. Endler & N.E. Langmore, 2017. Tool-assisted rhythmic drumming in palm cockatoos shares key elements of human instrumental music. Science Advances 3: e1602399. Doi: 10.1126/sciadv.1602399

Verrassend en herkenbaar

Zwartkeelorgelvogel verstaat de kunst van het componeren

zwartkeelorgelvogel maakt goede composities

Een goede componist boeit met variaties zonder dat zijn muziek een onbegrijpelijke chaos is. De zwartkeelorgelvogel is daar ook een meester in, schrijven Eathan Janney en collega’s.

Een stuk muziek waar meer variatie in zit is prettiger om naar te luisteren. Maar het moet niet te gek worden: het stuk moet herkenbaar blijven als eenheid. Om de samenhang te bewaren zal een componist delen herhalen of thema’s terug laten komen.
De prachtig zingende zwartkeelorgelvogel kan zich wat dat betreft meten met een goeie componist, blijkt uit onderzoek van Eathan Janney en collega’s.

De zwart-witte vogel, iets kleiner dan een ekster, leeft in Australië en staat bekend om zijn zeer complexe zang. De vogel kan klinken als een fluit of een orgel; vandaar de naam. Mannetjes zingen ’s nachts vaak urenlang een solo. Ze laten dan honderden duidelijke ‘zinnetjes’ horen die zo’n tweeënhalve seconde duren. Na elke zin wachten ze even voordat ze verdergaan.

Motieven

Janney vroeg zich af of ze, net als componisten, variatie en regelmaat in balans houden. Dat zou belangrijk zijn om vrouwtjes te blijven boeien en tegelijk als individu herkenbaar te zijn.
Hij onderzocht de nachtelijk solozang van 17 vogels. Hij verdeelde voor elke vogel de zinnetjes in typen en ging hoe vaak en in welke volgorde hij elk type zong. Daarnaast onderscheidde hij ook motieven; een motief is een enkele toon of een groep van een paar tonen (‘lettergreep’) die vaak terugkomt. Meerdere typen zinnetjes kunnen eenzelfde motief bevatten. Tenslotte ging hij voor elke de vogel na hoe hij zijn zinnetjes en motieven rangschikte: zaten daar patronen in?

De zang van de vogels is inderdaad goed geordend, blijkt uit de analyse. Typen zinnen worden regelmatig herhaald, maar vooral motieven komen op gezette tijden terug. Dat gebeurt, zo laten de onderzoekers zien, doordat een vogel tijdens een uitvoering de verschillende typen zinnen zo aaneen weet te rijgen dat elk motief met vaste tussenpozen te horen is.

Groot repertoire

De vogels verschillen onderling sterk in de hoeveelheid variatie in hun zang. De een heeft meer typen zinnen en meer verschillende motieven op zijn repertoire dan de ander. Hoe meer variatie, hoe groter het risico dat de zang als geheel onsamenhangend wordt. Maar, zo blijkt, de vogels met de meest gevarieerde zang hanteren de strakste ordening. Hoe groter het repertoire is, hoe vaster de regelmaat waarmee motieven terugkomen. Het lijkt erop dat de vogels actief de balans tussen afwisseling en regelmaat bewaren – net als een goede componist.

Willy van Strien

Foto: Zwartkeelorgelvogel, mannetje. Vicki Nunn (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 4.0)

Een goeie zanger is op een filmpje van de onderzoekers te horen
Beluister een andere opname van de zang

Bron:
Janney, E., H. Taylor, C. Scharff, D. Rothenberg, L.C. Parra & O. Tchernichovski, 2016. Temporal regularity increases with repertoire complexity in the Australian pied butcherbird’s song. Royal Society Open Science 3: 160357. Doi: 10.1098/rsos.16035

« Oudere berichten

© 2024 Het was zo eenvoudig begonnen

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑