Elf keer tegen de muren op

Plaktenen van gekko’s zijn meermalen ontstaan, blijkt uit stamboom

gekko-kellar-autumn

Gekko's ontwikkelden meermalen kleeftenen

Tegen een muur omhoog klimmen, over het plafond lopen, aan één teen hangen: veel gekko’s doen het met gemak, dankzij brede klevende kussentjes onder hun tenen. Van de ongeveer 1450 soorten gekko’s heeft meer dan de helft, 60 procent, pootjes met kleefkracht.
Dat kleefvermogen hebben gekko’s in hun evolutie minimaal drie keer en waarschijnlijk maar liefst elf keer ontwikkeld. Tony Gamble en collega’s maakten een evolutiestamboom van gekko’s door van 244 soorten het DNA (erfelijk materiaal) te vergelijken. Daarna keken ze op welke plaatsen in die stamboom de soorten met kleeftenen zaten. Ze vonden ze op elf verschillende takken; al deze elf groepen stammen af van een vooroudergekko zonder kleeftenen en ze hebben hun eigen variaties in de bouw van poten en tenen. Omdat de stamboom nog niet tot in detail bekend is, kunnen de kleefpoten ook iets vaker of iets minder vaak zijn ontstaan.

Het resultaat lijkt verrassend. Een kleefpootje is namelijk een heel bijzondere constructie, zoals onder anderen Kellar Autumn heeft beschreven voor de Aziatische tokeh en andere gekko’s. De kussentjes bestaan uit lamellen waarop miljoenen microscopische haartjes staan, de setae. Die haartjes splitsten zich allemaal in honderden uitlopers met een soort knopje aan het eind. Als die knopjes contact maken met een oppervlak waarop een gekko loopt, kan de poot vastplakken door middel van moleculaire vanderwaalskrachten.
Dat gebeurt echter niet zomaar. Een gekko moet zijn poten op een heel bepaalde manier bewegen om ze vast te plakken – met de knopjes goed georiënteerd – en ook om ze weer los te trekken. Daar zijn ook spieren, pezen en botten speciaal op gebouwd.
Je zou denken dat die bijzondere constructie in de evolutie één keer is ontstaan en dat alle gekko’s met kleefpoten dezelfde voorouder hebben. Maar dat is dus niet zo.

Dat de kleeftenen meermalen konden ontstaan danken gekko’s waarschijnlijk aan het feit dat de cellen van hun huid al een groot aantal kleine haarachtige uitsteekseltjes hebben die zich kennelijk gemakkelijk tot setae kunnen ontwikkelen; de andere aanpassingen volgden daarna, denken de onderzoekers. Overigens: gekko’s behoren tot de hagedissen en er zijn nog wat hagedissen die kleefpoten hebben ontwikkeld: anolissen en een enkele skink.

Willy van Strien

Foto: De Aziatische tokeh, Kellar Autumn

Bronnen:
Tony Gamble,T., E. Greenbaum, T.R. Jackman, A.P. Russell & A.M. Bauer, 2012. Repeated origin and loss of adhesive toepads in geckos. PLoS ONE 7(6): e39429, 27 juni online. doi:10.1371/journal.pone.0039429
Autumn, K., 2006. How gecko toes stick. American Scientist 24: 124-132. DOI:10.1511/2006.58.987

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in evolutiestamboom. Bookmark de permalink.