Boksen om een woonplaats

Winnaar is bidsprinkhaankreeft die de meeste klappen geeft


Bidsprinkhaankreeften zijn behendige boksers. De een slaat keihard toe met zijn enorme hamerpoten, de ander krult bliksemsnel zijn staart naar voren en vangt de klap op. Patrick Green en collega’s zagen dat de dieren niet terugschrikken voor zo’n geritualiseerd gevecht. Wie wint de krachtmeting?

Met voorpoten als hamers kunnen bidsprinkhaankreeften enorme klappen uitdelen. Ze slaan bijvoorbeeld met gemak een slakkenhuisje kapot om de inhoud op te eten. Maar ze gebruiken die hamers ook als ze onderling mot hebben. Levensgevaarlijk, want ze kunnen elkaar met één oplawaai doden. Patrick Green en collega’s wilden weten wanneer het tot een gevecht komt en wie de confrontatie wint.
Bidsprinkhaankreeften – kleine kreeftachtige dieren die met hun machtige hamerpoten aan bidsprinkhanen doen denken – leven in het Caribische gebied. Ze wonen in hun eentje in holten van koralen en sponzen en in lege slakkenhuisjes. Geschikte woonplaatsen zijn kostbaar, en de dieren, zowel mannetjes als vrouwtjes, zijn bereid om voor zo’n territorium te knokken.
De gevechten zijn geritualiseerd, zo was bekend, en dus veilig. De krachtpatsers kunnen om te beginnen hun voorpoten spreiden om een tegenstander af te schrikken. Komt het ondanks zo’n dreigement toch tot een gevecht, dan halen ze even hard uit als wanneer ze een prooi verbrijzelen. Maar ze vangen elkaars klappen behendig op. Ze buigen hun staart naar voren zodat de klap op het telson terechtkomt, een versterkt deel van de staart. Dat telson kan zo’n opdoffer goed hebben. Het is hard en geeft niet mee; het is net een boksbal.

Green veronderstelde dat een geschil over een woonplaats vaak zonder zo’n energievretende bokspartij wordt beslecht. Hij verwachtte dat de dieren elkaars kracht aflezen aan de dreighouding en dat de zwakste er meteen vandoor gaat. Maar gaan ze wel vechten, dacht hij, dan wint degene die de hardste klappen geeft.
Hij zette een exemplaar van de soort Neogonodactylus bredini in een bak met een holle buis als woonplaats. Als het beestje zijn intrek had genomen, zette hij er een tweede exemplaar bij, even groot en van hetzelfde geslacht, maakte video-opnamen en keek wat er gebeurde. Zo legde hij gevechten tussen 34 duo’s vast.

Maar wat hij had verwacht, kwam niet uit. De dieren namen vaak een dreighouding aan, maar niet altijd: één op de drie keer begonnen ze gelijk te timmeren. En als ze wel dreigden, liep het toch ook altijd op een vechtpartij uit. Soms was één klap genoeg om de strijd te beslissen, soms sloegen ze veel vaker.
En wie won de krachtmeting? Dat was, verrassend genoeg, niet per se degene die het hardst kon meppen. De onderzoekers maten de kracht van elk diertje in aparte proeven, waarin ze zo’n kreeftje op een krachtsensor lieten slaan. Bij de meeste gevechten was niet degene die de hardste oplawaaien verkocht de winnaar, maar degene die de meeste klappen uitdeelde. Die toonde zich het meest vasthoudend en beschikte over het grootste uithoudingsvermogen.
De ander droop af. Maar hij had het gevecht met dodelijke wapens wel overleefd.

Willy van Strien

Foto: Roy Caldwell

De onderzoekers aan het woord over de boksende bidsprinkhaankreeft

Bronnen:
Green, P.A. & and S.N. Patek, 2015. Contests with deadly weapons: telson sparring in mantis shrimp (Stomatopoda). Biol. Lett. 11: 20150558. Doi: 10.1098/rsbl.2015.0558
Taylor, J.R.A. & S.N. Patek, 2010. Ritualized fighting and biological armor: the impact mechanics of the mantis shrimp’s telson. The Journal of Experimental Biology 213: 3496-3504. Doi: 10.1242/jeb.047233

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in territorium, verdediging. Bookmark de permalink.