Zonder vleerhond geen vruchten aan Dillenia-boom

Vleerhond is nodig om bloemen van Dillenia biflora te openen

De bloemen van de boom Dillenia biflora kunnen uit zichzelf niet opengaan. Daarom heeft de bestuiver, een vleerhond, een extra klusje te doen, schrijven Sophie Petit en collega’s.

De relatie tussen een plant en zijn bestuivers kan bijzonder zijn, en misschien spant de boom Dillenia biflora wel de kroon. De eigenaardige bloemen gaan niet vanzelf open. De kroonbladeren zijn vergroeid tot een bolle stolp die meeldraden en stamper afdekt.

Er bestaan tientallen Dillenia-soorten die worden bestoven door bijen als zij stuifmeel komen verzamelen; nectar is er niet. Het was dus een raadsel hoe dat zit bij Dillenia biflora, met zijn potdicht blijvende bloemen en onbereikbare meeldraden. Er moeten bestuivers zijn, want de boom vormt vruchten met zaden en de bloemen kunnen zichzelf niet bestuiven. Sophie Petit en collega’s vroegen zich af: wie zijn de bestuivers, en hoe doen ze het?

Lange tanden

licht-gekleurde bloem van Dillenia biflora zit potdichtDe bloemen zijn geurig, licht gekleurd, groot en dik en ze blijven slechts één nacht goed. Het was mensen opgevallen dat er ’s nachts grote vleermuizen, oftewel vleerhonden, op de bomen afkomen, en in uitwerpselen van vleerhonden was stuifmeel aangetroffen. Het leek er dus op dat deze dieren een rol spelen bij de bestuiving. Op de grond waren bloemstolpen te vinden met vier gaatjes erin.

Om te achterhalen wat er gebeurt, plaatsten de onderzoekers ’s nachts, als vleerhonden actief zijn, videocamera’s bij bomen. Ze deden hun onderzoek op de twee grootste eilanden van Fiji, Vanua Levu en Viti Levu. Dillenia biflora groeit daar in regenwouden.

De videobeelden spraken duidelijke taal. De bomen krijgen ’s nachts bezoek van Notopteris macdonaldi, een vleerhond die overdag in grote groepen in grotten verblijft. De dieren pakken de stolp van een bloem vast met hun vier lange hoektanden, trekken hem los en laten hem vallen. De honderden meeldraden en een stamper zijn dan vrij.

Wederzijdse afhankelijkheid

Een vleerhond doet dat werkje niet voor niets: de bloemen van Dillenia biflora blijken, anders dan die van andere soorten, een royale hoeveelheid nectar te bevatten. Terwijl het beestje daarvan drinkt, komt zijn snuit onder het stuifmeel te zitten, waarvan een deel bij een bezoek aan een volgende bloem op de stamper terecht zal komen. Die bloem is dan bestoven en zal zaden vormen.

Dat een bloem uit zichzelf dicht blijft, heeft voordelen. Zo is de inhoud beschermd tegen regen, tegen insecten die ervan eten of tegen motten en gekko’s die wel nectar snoepen, maar de bloemen niet bestuiven.

De onderzoekers vermoeden dat er meer Dillenia-soorten zijn die zo’n exclusieve relatie met vleerhonden hebben, want er zijn meer soorten waarvan de bloemen niet vanzelf opengaan. Ze denken ook dat er meer vleermuissoorten zijn die zulke bloemen openmaken en de verborgen voedselbron gebruiken, zoals de tongavleerhond, Pteropus tonganus.

Deze bomen zijn helemaal afhankelijk van nectar-etende vleerhonden die de bloemstolpen verwijderen: zonder hun bezoek sterven de bloemen vruchteloos af. Omgekeerd is nectar de belangrijkste voedselbron voor deze vleerhonden. Dat heeft gevolgen voor natuurbehoud. Veel Dillenia-soorten zijn bedreigd, en om ze te behouden is het noodzakelijk dat de vleerhonden talrijk blijven. Op zijn beurt is de vleerhond Notopteris macdonaldi een kwetsbare soort, en zijn behoud vereist weer dat de bomen niet verdwijnen.

Willy van Strien

Foto’s:
Groot: Ook de tongavleerhond Pteropus tonganus opent mogelijk Dillenia-bloemen; hij eet vruchten, stuifmeel en nectar. Paul Asman, Jill Lenoble (Wikimedia Commons, Creative Commons, CC BY 2.0)
Klein: Genummerde bloem van Dillenia biflora. © Sophie Petit

Bron:
Sophie Petit, S., A.T. Scanlon, A. Naikatini, T. Pukala, R. Schumann, 2022. A novel bat pollination system involving obligate flower corolla removal has implications for global Dillenia conservation. PLoS ONE 17: e0262985. Doi: 10.1371/journal.pone.0262985