Grote mannen met kleine ballen

Harembezitters hebben geen onbeperkte macht

walrus: grote man, kleine ballen

                            

Ze lijken heer en meester te zijn, de mannelijke walrussen, manenrobben en zeeolifanten die een stuk strand bezitten en toegang hebben tot alle vrouwen die daar komen. Met hun grote lijf hebben ze de strijd om zo’n harem gewonnen van andere mannen. Maar wat moeten ze beginnen tegen haremloze mannen die erin slagen om stiekem met vrouwen te paren?

John Fitzpatrick heeft vergelijkend onderzoek gedaan naar de concurrentie tussen mannelijke zeeroofdieren: oorrobben (zeeleeuwen, zeeberen), zeehonden (waaronder zeeolifanten) en de walrus. Daar zijn soorten onder waarbij elke man een partner kan vinden en nakomelingen krijgen, zoals de gewone zeehond. Maar er zijn ook soorten waarbij mannen een harem verdedigen. De harembezitters hebben veel vrouwen en kunnen veel nakomelingen krijgen, terwijl de vele haremloze mannen het nakijken hebben. Geen wonder dat de mannen van soorten met harems een felle concurrentiestrijd aangaan.
Om de strijd om een territorium te voeren ontwikkelden die mannen een groot lijf. Ze zijn veel groter dan de vrouwen, een verschil dat je bij soorten zonder harems niet vindt. Maar de concurrentie tussen mannen kan zich op twee niveaus afspelen. Als een vrouw met meerdere mannen paart, gaat het erom wiens zaadcellen de eicellen bevruchten. Een man heeft een grotere kans om deze spermaconcurrentie te winnen naarmate hij meer zaadcellen, dus een groter ejaculaat geeft. Voor deze strijd heeft hij grote zaadballen nodig.
Bij soorten zeeroofdieren met harems hebben mannen in verhouding juist kleine zaadballen, concludeerde Fitzpatrick uit literatuuronderzoek. Bij de soorten waar de mannen in verhouding tot de vrouwen het grootst zijn, zijn de zaadballen relatief het kleinst. Dat kan twee dingen betekenen. Ofwel forse harembezitters hebben vanwege hun machtige positie geen concurrentie te duchten, dus ze hoeven niet ook nog eens energie te steken in de aanmaak van extra veel zaadcellen. Ofwel ze kunnen geen energie steken in de concurrentie tussen zaadcellen, omdat ze alles moeten investeren in lichamelijke kracht. Bij de strijd om een territorium hebben ze immers enorm veel te winnen.
Fitzpatrick denkt dat de tweede mogelijkheid de juiste is. Omdat haremloze mannen er soms in slagen te paren – want een harembezitter kan niet voortdurend alle vrouwen in de gaten houden – komt er wel degelijk spermaconcurrentie voor. Daarin hoeft een grote harembezitter niet per se uit te blinken. Bovendien zal hij met al zijn vrouwen ook weleens met een tekort aan sperma zitten. Zo kan hij aan vaderschap verliezen aan haremloze mannen: de harembezitters hebben geen volledige alleenheerschappij.

Willy van Strien

Foto:Public domain images

Bron:
Fitzpatrick, J.L., M. Almbro, A. Gonzalez-Voyer, N. Kolm & L.W. Simmons, 2012. Male contest competition and the coevolution of weaponry and testes in pinnipeds. Evolution, 4 juli online. doi:10.1111/j.1558-5646.2012.01713.x

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in seksueel gedrag. Bookmark de permalink.