Evolutie en Biodiversiteit

Categorie: seksueel gedrag (Pagina 1 van 10)

Parfumdieven

Man van Euglossa viridissima verzamelt geuren.

Met een lekker geurtje proberen mannen van orchideeënbijen vrouwen te verleiden. Ze verzamelen geuren en bewaren die, in vet verpakt, in speciale structuren op de achterpoten. Elke soort orchideeënbij – er zijn ongeveer tweehonderd soorten, die allemaal in tropisch Amerika leven – heeft zijn eigen kenmerkende geurboeket. De geuren komen van orchideeën, die de mannen bestuiven terwijl ze de geur ophalen; vandaar de naam orchideeënbijen. Daar voegen de bijen allerlei andere geurtjes aan toe, bijvoorbeeld dat van wondsap van bomen.

En soms halen ze geuren uit de voorraad van een dode soortgenoot, zagen Rafael del Castillo en collega’s.

Mannen laten wat van hun geurmengsel los bij de balts. Daaraan herkennen vrouwen mannen van de eigen soort, zoals Marissa Sandoval en collega’s vonden voor de nauw-verwante orchideeënbijen Euglossa dilemma en Euglossa viridissima. De intensiteit en complexiteit van het parfum, is het idee, geven bovendien aan of een man in goede conditie is en in staat om de juiste componenten bij elkaar te scharrelen. Want veel geurcomponenten zijn schaars, en de aanleg van een mooie geurvoorraad is dan ook een veeleisend karwei. Vooral jonge mannen stoppen er veel tijd en energie in.

Dan is het een mazzeltje als ze de geurverzameling van een dode soortgenoot kunnen pakken.

Al eerder is waargenomen dat orchideeënbijen soms geuren halen uit de achterpoot van een dode soortgenoot, of uit een losse poot. Del Castillo bevestigt dit met waarnemingen in Mexico, in een droog landschap en in een botanische tuin, aan Euglossa dilemma en Euglossa viridissima (die op het oog niet te onderscheiden zijn) en Eulaema polychroma.

Mannen van orchideeënbij Eulaema polychroma halen geuren bij dode soortgenoot

De onderzoekers zagen mannen bij een dode mannelijke soortgenoot of een losse achterpoot rondhangen en gedrag vertonen dat wijst op geurverzameling (gedrag dat we in vroegere berichten beschreven). Vaak waren er meerdere mannen tegelijk, en dan probeerde één van hen de buit te verdedigen tegen andere door die weg te duwen met kop en poten. Maar ondanks de concurrentie waren de bijen die Del Castillo zag niet gewelddadig tegen elkaar.

Het is een wat luguber, maar begrijpelijk gedrag: het scheelt veel werk om het kant-en-klare parfummengsel, inclusief schaarse componenten, van een dode soortgenoot te kunnen overnemen om ermee te pronken. Die dode soortgenoot heeft er niets meer aan, dus die wordt niet benadeeld.

Maar dat ligt dat misschien anders bij een andere soort, Eulaema nigrita, die voorkomt in Brazilië. Het lijkt erop dat mannen van deze soort weleens een achterpoot afbijten van een ander om het parfum te stelen, schreef Fernando da Silva Carvalho Filho in 2010. Dat zou pas echt luguber zijn.

Willy van Strien

Foto’s:
Groot: Euglossa viridissima vrouw met stuifmeel. Eframgoldberg (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)
Klein: Eulaema polychroma mannen rond dode soortgenoot. ©David Alejandro Velasco-Filio

Meer over orchideeënbijen:
parfummakers
man met een luchtje

Bronnen:
Castillo, R.F. del, P.A. Gonzalez‑Vanegas, R. Cruz‑Romero, D.A. Velasco‑Filio, J.S. Fernandez‑Silva & M. Zarazúa, 2026. Scent‑Robbing by Male Orchid Bees (Apidae: Euglossini) in the Central Valleys of Oaxaca, Mexico. Journal of Insect Behavior 39: 31. Doi: 10.1007/s10905-026-09924-2
Sandoval, M.C., J. Dohrs, T. Chouvenc, T. Eltz & S.R. Ramíreza, 2026. Mate recognition in orchid bees is mediated by acquired chemical signals. Behavioral Ecology: arag 124. Doi: 10.1093/beheco/arag124
Carvalho Filho, F. da S., 2010. Scent-robbing and fighting among male orchid bees, Eulaema (Apeulaema) nigrita Lepeletier, 1841 (Hymenoptera: Apidae: Euglossini). Biota Neotropica 10: 405-408. Doi: 10.1590/S1676-06032010000200038

Kostbare arm

Man Californische octopus is zuinig op zijn dubbel functionele voortplantingsarm

Een van de armen van Octopus-mannen heeft, net als bij andere inktvissoorten, een speciale functie: hij brengt sperma over naar een vrouw. Nu blijkt dat die arm zelf de plek weet te vinden waar hij het sperma af moet leveren; hij ‘proeft’ het, bewijzen Pablo Villar en collega’s. Het betekent dat de voortplantings-arm een tweede functie heeft; die was tot nu toe onbekend.

Inktvissen zijn koppoters, Cephalopoda. Ze hebben een ring van acht of tien tentakels rond de bek en achter de bek een zak met organen, omgeven door de mantel. Zaadballen en eierstokken liggen diep in die mantel. In de zaadballen wordt het zaad in pakketjes verpakt. Die gaan naar de basis van de voortplantings-arm en bewegen door een groef naar de punt ervan. Een man brengt de arm onder de mantel van de vrouw en de arm levert de pakketjes dan in de buurt van de eileiders af.

De wetenschappelijke naam van de voortplantings-arm is hectocotylus, een naam die herinnert aan een oude misvatting. Bij sommige inktvissen maakt de voortplantings-arm zich los en hecht zich aan de mantel van een vrouw. Men kon zo’n aanhangsel vroeger niet thuisbrengen en dacht dat het een parasitaire worm was. Die kreeg de naam Hectocotylus. Maar het was dus een losse arm van een man.

Octopus-soorten hebben acht armen, en bij mannen is de derde arm aan de rechterkant de hectocotylus. Villar deed een serie proeven en waarnemingen bij de Californische inktvis Octopus bimaculoides. Man en vrouw blijken zelfs te kunnen paren als ze van elkaar gescheiden zijn met een ondoorzichtige wand waar een klein gat in zit. De man steekt daar zijn speciale arm door en die zoekt feilloos de vrouw op en vervolgens de plek waar hij de zaadpakketjes moet deponeren. De onderzoekers achterhaalden hoe dat kan.

Ze ontdekten dat de voortplantings-arm zelf zijn weg vindt doordat hij reageert op progesteron, een geslachtshormoon dat vrouwen in de eierstokken produceren. De arm proeft het hormoon met specifieke eiwitten (receptoren) die op de zuignappen zitten en met het uitgebreide zenuwstelsel zijn verbonden. Hij reageert niet op andere stoffen.

Andere soorten inktvissen hebben eigen varianten van progesteron en bijbehorende receptoren op de voortplantings-arm, zodat een arm ‘weet’ of hij te maken heeft met een vrouw van zijn eigen soort.

De andere armen van een octopus (dus zeven armen bij mannen, acht bij vrouwen) hebben ook zuignappen met receptoren, maar die zijn gevoelig voor andere stoffen en worden gebruikt om prooien te vinden. Ze kunnen de taken van de voortplantings-arm niet overnemen. En dus moet een man zuinig zijn op die ene speciale arm.

En dat is hij, laten Keijiro Haruki en collega’s zien.

Hij onderzocht de Japanse dwergoctopus Octopus parvus, die leeft in de getijdenzones van oceanen. Daar leven ook giftig stekende zee-egels. Een ander gevaar vormen krabben die graag een arm afbijten. Een verloren arm kan weer aangroeien, maar dat duurt een paar maanden, terwijl de inktvisjes maar een à twee jaar leven. De meeste dwergoctopussen, zo blijkt uit waarnemingen, hebben een arm verloren, maar bij mannen is dat zelden de voortplantingsarm. Die beschermen ze dan ook door hem dicht tegen zich aan te houden.

In proeven confronteerden de onderzoekers de inktvisjes met een visloodje. De dwergoctopussen betastten het nieuwsgierig, maar mannen gebruikten daarbij hun voortplantingsarm niet. In een volgend experiment verstopten de onderzoekers een prooi in een holte. Het uithalen is riskant, omdat in zo’n holte ook een krab kan zitten. Mannen gebruikten in deze proeven de voortplantings-arm pas nadat ze met andere armen hadden vastgesteld dat het veilig is.

Het is een kleine handicap voor mannen dat ze maar met zeven armen kunnen werken in plaats van acht. Maar bescherming van het voortplantingsvermogen gaat vóór.

Willy van Strien

Foto: Octopus bimaculoides, man. © Anik Grearson

Bronnen:
Villar, P.S., H. Jiang, T. Shugaeva, E.L. Berdan, A. Kulkarni, M. Hiroi, G. Masucci, S. Reiter, E. Lindahl, R.J. Howard, R.E. Hibbs & N.W. Bellono, 2026. A sensory system for mating in octopus. Science 392: 96-101. Doi: 10.1126/science.aec9652
Haruki, K., Y. Yamate & T. Takegaki, 2026. Male octopus avoid using hectocotylized arm under situations with unpredictable risks. Ethology, 27 maart online. Doi: 10.1111/eth.70073
Weertman, W.L. & D. Scheel, 2024. Hold it close: male octopus hold their hectocotylus closer to their body. Marine Biology 171: 95. Doi: 10.1007/s00227-024-04398-2

Twee soorten, toch broers

Twee soorten zonen van een moeder: Messor ibericus en Messor structor

In kolonies van de Zuid-Europese mier Messor ibericus leven een koningin, werksters en mannen van Messor ibericus – maar ook mannen van een andere soort: Messor structor. En dat is vreemd, want kolonies van Messor structor komen in de meeste gebieden waar Messor ibericus leeft niet voor. Zoals op Sicilië, waar de dichtstbijzijnde kolonie van Messor structor op het vasteland is, meer dan 1000 kilometer weg.

Het was een raadsel hoe dat kan, maar de oplossing die Yannick Juvé en collega’s nu aandragen is niet minder raadselachtig. Ze ontdekten namelijk dat die structor-mannen zoons zijn van de ibericus-koningin, en dus broers van de ibericus-mannen.

Onmogelijker wordt het niet, al is dat in de biologie nooit zeker.

Het zal niemand verbazen dat hier een ingewikkeld verhaal achter zit. Toch is het een begrijpelijk verhaal. Als je maar voor ogen houdt dat mieren, net als bijen en wespen, een afwijkend systeem hebben voor geslachtsbepaling.

Bij de meeste soorten dieren en planten heeft elk individu, man of vrouw, twee sets chromosomen, staafjes in de celkernen waarin het erfelijk materiaal dna verpakt is; een van de sets komt van moeder, de andere van vader. Eicellen en zaadcellen hebben één set chromosomen, en na bevruchting ontstaat een nieuw individu met een dubbele set; hij erft eigenschappen van beide ouders. Maar zo is het niet bij mieren, bijen en wespen: daar hebben vrouwen (koningin of werkster) twee sets chromosomen en mannen maar één. Dat komt doordat mannen zich ontwikkelen uit onbevruchte eicellen. Zij zijn dus letterlijk moederskindjes, ze hebben geen vader.

Een koningin paart met een of meer mannen, slaat het sperma op en legt later eitjes die ze al dan niet bevrucht.

In twee stappen is Messor ibericus gaan afwijken van dit patroon.

De eerste stap was dat een ibericus-koningin niet alleen paart met mannen van haar eigen soort, maar ook met die van een andere soort, Messor structor. Ze slaat beide soorten sperma op en kan ze kennelijk uit elkaar houden. Uit eitjes die ze bevrucht met ibericus-zaad komen jonge koninginnen, uit eitjes die ze bevrucht met structor-zaad komen werksters, die dus hybriden zijn met dna van een ibericus-moeder en een structor-vader. Paart een koningin niet met een structor-man, dan kan ze geen werksters maken en dus geen kolonie stichten, buitensoortse paringen zijn noodzakelijk.

Het is raar – en het is wonderlijk dat bevruchting met soortvreemd sperma mogelijk is – maar het komt bij enkele andere miersoorten ook voor. Zulke soorten misbruiken mannen van een andere soort; die mannen schieten er niets mee op, want met hun sperma worden alleen werksters geproduceerd, die zich niet voortplanten. Het is sperma-parasitisme.

Even tussendoor de vraag: waarom moeten ibericus-werksters per se hybriden zijn? Een hypothese is, dat er zo een verschil te maken is tussen koninginnen en werksters. Bij soorten met gewone, dat wil zeggen niet-hybride werksters is er qua erfelijk pakket geen verschil tussen een koningin en een werkster. Het verschil in vorm en gedrag dat beide typen vrouwen als volwassen mier hebben, ontstaat door het voedsel dat ze als larve krijgen. Toekomstige koninginnen krijgen een eiwitrijker dieet, met een groter aandeel dierlijk voedsel. Maar Messor-soorten zijn oogstmieren; ze verzamelen en eten uitsluitend zaden. Dan is het moeilijk om in het dieet voor vrouwelijke larven een onderscheid aan te brengen. Een erfelijk verschil is dan handig.

En doordat werksters, en niet koninginnen, uit soortvreemd sperma ontstaan, gaat hybridisatie niet ten koste van de overerving van eigen dna. Koninginnen, die zich voortplanten, zijn immers honderd procent ibericus.

Terug naar de hoofdlijn. De productie van hybride werksters was voor Messor ibericus de eerste stap naar de vreemde levenswijze. Het werkte kennelijk, maar het sloot de soort wel op in het gebied waar Messor structor leefde. Verspreiding daarbuiten was niet mogelijk.

Om onafhankelijk te worden van de aanwezigheid van Messor-structor deden ibericus-koninginnen een tweede stap, ontdekte Juvé nu: ze maken zelf structor-mannen, naast mannen van de eigen soort. En die stap is uniek.

Ibericus-koninginnen maken structor-mannen door eitjes te leggen met een kern waarin alleen een vaderlijke set chromosomen zit. Ze halen die set uit een structor-spermacel die ze in opslag hebben. Dat vereist wel een truc, die nog niet opgehelderd is. Koninginnen ontdoen eicellen misschien voor de bevruchting van moederlijk dna, of ze vernietigen dat na bevruchting. Resultaat: een zoon; nu geen moederskindje, maar een vreemd kind. Het klinkt eenvoudig, maar het moet een kunst zijn geweest om de soortvreemde vaderlijke chromosoomset te laten matchen met de moederlijke celmachinerie.

Toen het eenmaal was gelukt, hadden ibericus-koninginnen altijd structor-mannen in hun kolonie om werksters te maken en nieuwe structor-zonen. Messor ibericus was niet langer gebonden aan de aanwezigheid van Messor structor en heeft nu inderdaad een veel groter verspreidingsgebied.

In de gebieden waar de twee soorten samen voorkomen, een deel van Frankrijk, Zwitserland en Noord-Italië, paren ibericus-koninginnen nog wel met structor-mannen uit structor-kolonies.

Maar elders produceren ze dus twee soorten zoons, harige ibericus-zoons en bijna kale structor-zoons. De structor-mannen zijn hier een onlosmakelijk onderdeel van de levenscyclus van Messor ibericus. Ze zijn geïsoleerd van hun eigen soortgenoten; ze komen die niet tegen, en als dat wel zou gebeuren, zouden ze niet meer kunnen paren met een structor-koningin. Ze vormen een volledig gedomesticeerde lijn.

Waar structor-mannen aanvankelijk misbruikt werden als spermaleveranciers die zelf geen vruchtbaar nageslacht kregen (eerste stap), kreeg de situatie na de tweede stap een nieuwe dimensie. Want de gedomesticeerde structor-mannen hebben wel nageslacht dat zich kan voortplanten: hun zoons. Voor die voortplanting zorgt de ibericus-kolonie, dus de gedomesticeerde structor-mannen parasiteren zelf ook. Afhankelijkheid en parasitisme zijn wederzijds geworden.

Wat biologisch onmogelijk leek, bestaat toch. Voor de evolutie geldt blijkbaar: alles wat ook maar enigszins denkbaar is – hoe onwaarschijnlijk en complex ook -, ontstaat een keer.

Willy van Strien

Foto’s: Twee soorten mannen van dezelfde moeder: Messor ibericus links en Messor structor rechts. Foto van de onderzoekers (Creative Commons CC BY 4.0)

Bronnen:
Juvé, Y., C. Lutrat, A. Ha, A. Weyna, E. Lauroua, A.C. Afonso Silva, C. Roux, E. Schifani, C. Galkowski, C. Lebas, R. Allio, I. Stoyanov, N. Galtier, B.C. Schlick-Steiner, F.M. Steiner, D. Baas, B. Kaufmann & J. Romiguier, 2025. One mother for two species via obligate cross-species cloning in ants. Nature, 3 september online. Doi: 10.1038/s41586-025-09425-w
Romiguier, J., A. Fournier, S.H. Yek & L. Keller, 2017. Convergent evolution of social hybridogenesis in Messor harvester ants. Molecular Ecology 26: 1108-1117. Doi: 10.1111/mec.13899

Manloze vis

De Amazonemolly is een vis met uitsluitend vrouwen

Het tropische visje Poecilia formosa, de Amazonemolly, heeft een zeer eigenaardig seksleven. De soort bestaat alleen uit vrouwen die zich ongeslachtelijk voortplanten: ze krijgen dochters die een genetische kopie van hun moeder zijn. Maar een vrouw moet wel met een man paren om de ontwikkeling van de embryo’s in gang te zetten. Mannen van de eigen soort zijn er niet, en dus neemt ze een man van een verwante soort. Zijn sperma triggert de ontwikkeling van haar eitjes, maar zijn erfelijk materiaal (dna) wordt buitenspel gezet. Hij draagt niet bij aan de erfelijke eigenschappen van het nageslacht.

Amazones parasiteren dus seksueel op mannen van andere soorten. Over de vraag hoe deze situatie kan blijven voortbestaan breken onderzoekers als Waldir Berbel-Filho en collega’s zich het hoofd.

De Amazonemolly is een zoetwatervisje van gemiddeld zo’n 5,5 centimeter lang dat leeft in het zuiden van de Amerikaanse staat Texas en het noordoosten van Mexico. De soort is een hybride, in één keer ontstaan doordat een man van Poecilia latipinna (breedvinkarper) ooit paarde met een vrouw van Poecilia mexicana (kortvinmolly). Deze oudersoorten zijn de ‘gastheren’ waarop de Amazones seksueel parasiteren.

Waar Amazonemolly’s leven, komt vrijwel altijd maar één van beide oudersoorten voor, hetzij de breedvinkarper, hetzij de kortvinmolly. De zilvergrijze vrouwtjes van alle drie de soorten lijken op elkaar, maar ze verschillen in lichaamsvorm: de kortvinmolly is langer en dunner dan de breedvinkarper, en zijn rugvin staat wat verder naar achteren en is korter. Amazonemolly’s zitten qua lichaamsvorm tussen beide oudersoorten in, maar hun vorm varieert van plaats tot plaats.

De hybridisatie vond 100.000 à 200.000 duizend jaar geleden plaats, wat betekent dat de Amazonemolly al ongeveer 500.000 generaties heeft doorgemaakt.

Dat mag een wonder heten. Want omdat mannen van breedvinkarper en kortvinmolly die met een Amazonemolly paren geen vader van de nakomelingen zijn, zou je verwachten dat ze het verschil leren zien tussen een Amazonemolly en een vrouw van hun eigen soort en paring met een Amazone vermijden. Maar als ze alleen met vrouwen van de eigen soort zouden paren, kan de Amazonemolly zich niet voortplanten en sterft uit.

Daarbij concurreert de Amazonemolly met de oudersoorten om voedsel; de visjes eten vooral algen en kleine insecten. En omdat Amazones alleen dochters krijgen, kunnen hun populaties twee keer zo hard groeien als die van de oudersoorten, die evenveel zoons als dochters krijgen. De Amazones zouden de oudersoorten dus kunnen verdringen, maar gaan dan bij gebrek aan mannen zelf ook verloren.

Het lijkt een hopeloze situatie. Om te verklaren dat Amazonemolly’s zich toch weten te handhaven, onderzocht Berbel-Filho drie mogelijkheden.

Mogelijkheid één: om de belangstelling van mannen te krijgen, lijken Amazones op een bepaalde locatie het meest op vrouwen van de oudersoort die daar ook aanwezig is. Dus waar ze samen met de breedvinkarper voorkomen lijken ze op breedvinkarper-vrouwen, en waar ze samen met kortvinmolly voorkomen op kortvinmolly-vrouwen. Oftewel: door mimicry misleiden ze mannen.

Mogelijkheid twee: om concurrentie om voedsel tegen te gaan, verschillen Amazonemolly’s juist van vrouwen van de oudersoort waarmee ze samen voorkomen. Is dat de breedvinkarper, dan lijken ze op kortvinmolly-vrouwen en omgekeerd. Het achterliggende idee is dat een andere lichaamsvorm samengaat met een iets ander menu, zodat soorten met verschillende lichaamsvormen tenminste een deel van het beschikbare voedsel voor zichzelf hebben en de soorten naast elkaar kunnen blijven bestaan.

Mogelijkheid drie: de vormvariatie van Amazonemolly’s is willekeurig en onafhankelijk van de oudersoort waarmee ze voorkomen.

Nauwkeurige metingen lieten zien: de tweede mogelijkheid is de juiste. Amazonemolly’s lijken qua lichaamsvorm minder op vrouwen van de oudersoort waarmee ze samen voorkomen. Amazones verdringen de plaatselijk aanwezige oudersoort dus niet door voedselconcurrentie, is de conclusie, al moet nog wel bewezen worden dat een verschil in lichaamsvorm de concurrentie om voedsel inderdaad verlaagt.

Maar dan is er nog het andere gevaar, het gevaar dat mannen van de oudersoorten niet met Amazones willen paren. Het verschil tussen vrouwen per locatie helpt mannen om de seksuele parasiet te kunnen onderscheiden van de eigen soort. Eerder onderzoek liet zien dat mannen inderdaad vaker met een vrouw van de eigen soort paren. Hoe redt de Amazonemolly het dan?

Daar is nog geen duidelijk antwoord op. Het zou kunnen zijn, denk ik, doordat vrouwen alleen gemiddeld van elkaar verschillen. De visjes variëren in lichaamsvorm, en er is enige overlap tussen vrouwen van de plaatselijk aanwezige oudersoort en Amazones. Als mannen zo kieskeurig zouden zijn dat ze elke paring met een Amazone vermijden, zouden ze ook sommige vrouwen van de eigen soort afkeuren en vaderschap mislopen. Als de hoeveelheid sperma die ze produceren niet beperkend is, kunnen ze beter wat verspillen aan verkeerde vrouwen dan bevruchtingskansen bij goede vrouwen verspelen.

Willy van Strien

Foto: Amazonemolly, Poecilia formosa. ©Tyler Reich

Bronnen:
Berbel-Filho, W.M., M. Tobler, T. Reich, A. Eghbalpour, M.J. Ryan, K. Heubel, F. Garcia-De León & I. Schlupp, 2025. Converging or diverging? Shape coevolution between a sperm-dependent asexual and its sexual hosts. Proceedings of the Royal Society B 292: 20250432. Doi: 10.1098/rspb.2025.0432
Riesch, R., M. Plath, A.M. Makowicz & I. Schlupp. 2012. Behavioural and life-history regulation in a unisexual/bisexual mating system: does male mate choice affect female reproductive life histories? Biological Journal of the Linnean Society 106: 598-606. Doi: 10.1111/j.1095-8312.2012.01886.x
Riesch, R., I. Schlupp & M. Plath, 2008. Female sperm limitation in natural populations of a sexual/asexual mating complex (Poecilia latipinna, Poecilia formosa). Biology Letters 4: 266-269. Doi: 10.1098/rsbl.2008.0019

Paradijsvogels gloeien op

Arfakparotia is een van de paradijsvogels met fluorescente veren.

Paradijsvogels zijn bekend om hun felle kleuren, opvallende sierveren en uitbundig baltsgedrag. Maar alsof dat allemaal nog niet genoeg is blijkt nu dat ze ook licht geven. Sommige delen van hun verenpak of huid kunnen een groene, gele of blauwe gloed verspreiden, ontdekten Rene Martin en collega’s. Het is een geval van fluorescentie, wat inhoudt dat een voorwerp licht van een bepaalde golflengte (dus kleur) absorbeert en het licht weer uitstraalt met een wat langere golflengte.

Er zijn 45 soorten paradijsvogels; ze komen voor in Nieuw-Guinea, het noordoosten van Australië en delen van Indonesië. Voor het onderzoek gebruikten de onderzoekers de grote collectie paradijsvogels van het American Natural History Museum in New York. In een donkere ruimte beschenen ze de vogels met blauw en ultraviolet licht om te zien of lichaamsdelen opgloeiden en zo ja, dan analyseerden ze het uitgestraalde licht.

lintstaartastrapia is ook een paradijsvogles met fluorescentie

Bij maar liefst 37 van de 45 soorten paradijsvogels was het raak. Vooral witte en heldergele veren bleken fluorescent te zijn. Bij bestraling met blauw licht, gaven fluorescente onderdelen een groene of geelgroene gloed af, bij bestraling met ultraviolet lichtten ze blauw op.

Het verschijnsel is bij mannen sterker dan bij vrouwen. Bij de meeste soorten zijn kop, nek, buik, sierveren en poten van mannen lichtgevend, en ook plekjes aan de binnenkant van bek en keel. Van vrouwen gloeien meestal alleen borst en buik op. Wanneer vrouwen hetzelfde patroon hebben als mannen, is het fluorescente gebied kleiner en minder helder.

Fluorescentie komt voor bij paradijsvogel-soorten waar vrouwen alle zorg voor jongen op zich nemen en mannen al hun tijd kunnen gebruiken om partners te verleiden en elkaar te imponeren. Het verschijnsel versterkt het kleurrijke beeld van een man die indruk probeert te maken en heeft dus een functie bij de communicatie, stellen de onderzoekers. Ze hebben daar een aantal argumenten voor.

Om te beginnen: paradijsvogels leven in schaduwrijke tropische bossen. Ze zijn actief op de bosbodem of tussen boombladeren. Daar is veel blauw en ultraviolet licht dat de fluorescentie kan opwekken.

Bovendien bevinden fluorescente onderdelen zich op opvallende plaatsen of plaatsen die bij rivaliteit of balts getoond worden. Zo sperren dansende mannen vaak hun bek open om de oplichtende plekjes daar binnenin te tonen. De uitgestraalde kleuren – groen, groengeel en blauw – kunnen de vogels prima zien. En de oplichtende onderdelen hebben ter contrast een donkere achtergrond. Ander onderzoek heeft laten zien dat veel paradijsvogels superzwarte veren hebben waartegen hun kleuren extra fel uitkomen. Ook rondom fluorescente veren is het vaak superzwart.

Paradijsvogelmannen hebben dus nog meer in huis om een spectaculaire show te kunnen geven dan tot nu toe bekend was. Ze zijn overigens niet de enige vogels die fluorescentie vertonen; onder meer papegaaien, papegaaiduikers en nachtzwaluwen doen het eveneens. En ook andere dieren; kameleons bijvoorbeeld hebben blauw oplichtende knobbels op de kop.

Willy van Strien

Foto’s: gele en witte veren zijn vaak fluorescent
Groot: Arfakparotia, Parotia sefilata. J.J. Harrison (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 4.0)
Klein: lintstaartastrapia, Astrapia mayeri. Gailhampshire (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY 2.0)

Bekijk de balts van Arfakparotia op YouTube

Zie ook:
Paradijsvogels hebben superzwarte veren
Kameleon laat kop blauw oplichten

Bron:
Martin, R.P., E.M. Carr & J.S. Sparks, 2025. Does biofluorescence enhance visual signals in birds-of-paradise? Royal Society Open Science 12: 241905. Doi: 10.1098/rsos.241905

Hoe langer hoe liever

Blauwfazant toont nestmateriaal bij het baltsen

Een blauwfazantman en -vrouw werken voortdurend aan hun relatie. Ze zingen en dansen voor elkaar, waarbij dansen inhoudt dat ze simpelweg op en neer hoppen. Zang en dans spelen een rol bij de wederzijdse partnerkeus en dienen daarna om de onderlinge band te versterken; zo’n baltssessie loopt maar zelden uit op een copulatie. Stelletjes zijn hecht en man en vrouw brengen samen jongen groot.

Bij het baltsen houden de vogels vaak een grashalm of strootje in de snavel, en Masayo Soma en collega’s bogen zich over de vraag wat de betekenis daarvan is.

De blauwfazant (Uraeginthus bengalus) is een zangvogel die leeft in Afrika ten zuiden van de Sahara. Hij behoort tot de prachtvinken, een groep van soorten waarvan de meeste – de naam zegt het al – schitterende kleurpatronen hebben. Veel soorten versterken de paarbinding, net als de blauwfazant, met zang en dans en kunnen daarbij een grasspriet vasthouden. Mannen dansen vaker met een sprietje dan vrouwen.

Vooral vogels van soorten waarbij mannen intensief meewerken aan de nestbouw wapperen met een grasspriet, zo had eerder onderzoek laten zien. Veel prachtvinksoorten maken een nest van gras, en dan hebben mannen als taak om dat nestmateriaal te verzamelen, terwijl vrouwen op het nest blijven en de aangedragen sprietjes inweven. Zo ook bij de blauwfazant.

Het idee is daarom dat een man bij het dansen een grasspriet in de snavel houdt om te laten zien dat hij goed in staat is om zijn taak te vervullen. Voor vrouwen heeft het hanteren van een grasspriet die betekenis niet.

Dat idee krijgt nu extra steun. Want als een man zijn vermogen om nestmateriaal te verzamelen wil tonen door met een grasspriet te baltsen, dan is een lange spriet overtuigender dan een korte. En inderdaad: ze nemen het liefst een lange spriet, lieten blauwfazanten in keuzeproeven zien. De vogels, die zelf zo’n 13 centimeter lang zijn, kregen daarbij stukken draad van 5, 10 en 20 centimeter aangeboden. Ze kozen meestal een stuk van 20 centimeter. Als ze al een kort stuk oppakten, gooiden ze het meteen weg.

De onderzoekers deden dezelfde proeven met de Binsenastrild (Bathilda ruficauda, synoniem Neochima ruficauda), een prachtvink uit het noorden van Australië en eveneens een grasnest-bouwer. Het resultaat was hetzelfde.

Het verhaal is nog niet rond. De onderzoekers weten niet of een vogel die met een lange grasspriet baltst een betere partner krijgt of de paarband beter kan handhaven. Bovendien: het is niet duidelijk of lange sprieten bij de nestbouw de voorkeur hebben. Zo niet, dan zou het hanteren van een lange spriet toch meer voor een mooiere show dienen dan om verzameltalent te bewijzen.

Willy van Strien

Foto: blauwfazant, man (Uraeginthus bengalus). Carlos Vermeersch Santana (Wikimedia Commons, Public Domain)

Zie ook: blauwkopastrild (Uraeginthus cyanocephalus), nauw verwant aan blauwfazant, doet een tapdans

Bronnen:
Soma, M., M. Nakatani & N. Ota, 2025.  Choice of props for courtship dancing in estrildid finches. Scientific Reports 15: 219. Doi: 10.1038/s41598-024-81419-6
Soma, M., 2018. Sexual selection in Estrildid finches, with further review of the evolution of nesting material holding display in relation to cooperative parental nesting. The Japanese Journal of Animal Psychology, 68: 121-130. Doi: 10.2502/janip.68.2.2

Vruchtbare grond

Bonte manakin met rijk territorium baltst langer

Bij de bonte manakin, Manacus manacus, dragen mannen niets bij aan de zorg voor het nageslacht. Ze bezetten een territorium in de buurt van twee tot tientallen andere mannen en proberen zo veel mogelijk vrouwen te lokken en bereid te vinden tot een paring. Vrouwen doen de rest: nadat ze een man hebben gekozen en gepaard, bouwen ze in hun eentje een nest, bebroeden de eitjes en brengen de jongen groot.

Mannen met een territorium waar de vruchtjes die op hun menu staan volop te vinden zijn, krijgen meer vrouwen op bezoek dan mannen op een minder voedselrijke plek, ontdekten Luke Anderson en collega’s.

De bonte manakin, een kleine zangvogel, leeft in bossen in tropisch Zuid-Amerika. Net als bij veel van de andere 55 manakin-soorten vertonen de zwart-witte mannen in de broedperiode spectaculair baltsgedrag om vrouwen te verleiden. De ene man heeft daar veel meer succes mee dan de andere.

Een man bezet een territorium waarin hij een baltsplaats – een stukje grond van 15 à 90 centimeter doorsnede, omringd door jonge boompjes – heeft schoongeveegd tot op de kale bodem. Schone grond is veilig, want een gevaarlijke slang valt er meteen op. Bovendien steekt de man er goed tegen af met zijn show. Hij zet zijn ‘baardveren’ op (in het Engels heet deze soort witbaardmanakin), laat zijn roep horen en springt bliksemsnel tussen stengels en de grond op en neer, terwijl zijn vleugels klakken en zoemen. Die energieke vertoning kan hij tot een halve minuut achtereen volhouden.

De olijfgroene vrouwen doen er het beste aan om een man van goede erfelijke kwaliteit te kiezen, want dan is de kans op succesvol nageslacht het grootst. Een belangrijk criterium waaraan vrouwen de kwaliteit van mannen kunnen beoordelen, is hun balts-prestatie. Hoe intensiever de balts is, hoe sterker en gezonder de uitvoerder zal zijn.

Maar nu schrijft Anderson dat sommige bonte manakin-mannen in het voordeel zijn, namelijk mannen met een rijk territorium. De vogels eten voornamelijk rijpe vruchtjes, en territoria verschillen enorm in beschikbaarheid aan dat voedsel, blijkt uit zijn onderzoek in Ecuador. Mannen met een rijk territorium zijn nauwelijks tijd kwijt met voedsel zoeken en hebben een goede conditie, veronderstelde hij. En inderdaad, zo bleek uit waarnemingen met camera’s: hoe rijker een territorium was, hoe meer tijd de eigenaar aan zijn shows besteedde.

En hoe langer een man baltste, hoe hoger de frequentie van vrouwenbezoek was, dus hoe meer voortplantingssucces hij had.

Aandacht-trekkende mannen hebben dus een ongelijk speelveld; mannen met een rijk territorium hebben het makkelijker. Is de balts-prestatie dan wel een eerlijke maat voor hun kwaliteit?

Het zou een slechte maat zijn als het toeval is of een bonte manakin-man een rijk territorium bezet en zijn kwaliteit daar niets mee te maken heeft.

Maar waarschijnlijk moeten de mannen strijden om de beste plek te bemachtigen, en zal de sterkste man de concurrentie winnen en het rijkste territorium veroveren, waar hij vervolgens veel tijd aan de balts kan besteden. De balts-prestatie is dan dus wel een goede maat voor vrouwen om mannen te beoordelen.

De vogels poepen de zaadjes van de vruchtjes die ze eten weer in hun territorium uit. Zo houden ze de plaatsen met vruchtdragende planten in stand. De mannen worden oud en kunnen tot elf jaar lang hetzelfde territorium bezetten.  

Willy van Strien

Foto: Bonte manakin man. Félix Uribe (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY -SA 2.0)

Bekijk een filmpje van een baltsende bonte manakin, springend en klakkend, op You Tube

Zie ook de balts van andere manakin-soorten:
Langstaartmanakin
Goudkraagmanakin, met gedrag dat lijkt op dat van bonte manakin
Stompveermanakin

Bronnen:
Anderson, H.L., J. Cabo & J. Karubian, 2024. Fruit resources shape sexual selection processes in a lek mating system. Biology Letters 20: 20240284. Doi: 10.1098/rsbl.2024.0284
Cestari, C. & M.A. Pizo, 2014. Court cleaning behavior of the white-bearded manakin (Manacus manacus) and a test of the anti-predation hypothesis. The Wilson Journal of Ornithology, 126: 98-104. Doi: 10.1676/13-032.1

Succes in de diepzee

Diepzeehengelvissen floreren dankzij seksueel parasitisme

De pikdonkere, zuurstofarme, koude en vrijwel lege diepzee is een moeilijke omgeving om in te leven. Maar de voorouder van alle diepzeehengelvissen begaf zich in dit milieu en de vissen werden er evolutionair gezien bijzonder succesvol: er zijn ongeveer 170 soorten. Chase Brownstein en collega’s beschrijven hoe deze diergroep heeft kunnen ontstaan en floreren.

Diepzeehengelvissen (Ceratioidea) zijn misschien wel de meest vreemde dieren die er zijn. Vrouwen zijn lompe dieren die nauwelijks kunnen zwemmen. Ze lokken hun prooien met een uit hun kop groeiende ‘hengel’ die is voorzien van een lichtgevend uiteinde. Mannetjes zijn veel en veel kleiner dan vrouwen en eten helemaal niets. Ze zwemmen rond, op zoek naar een partner. Als een mannetje een vrouw vindt, bijt hij zich vast aan haar buik en als zij eitjes legt, bevrucht hij die. Bij sommige soorten loopt dat vastbijten uit op een vergroeiing, waarbij het mannetje verandert in een sperma-leverend aanhangsel aan zijn partner dat via een gedeelde bloedsomloop voeding aan haar ontleent: seksueel parasitisme.

Precies deze bizarre en unieke wijze van voortplanting maakte kolonisatie van de diepzee mogelijk.

De diepzeehengelvissen maken deel uit van de orde van de zeeduivels (Lophiiformes). Hun nauwste verwanten leven op zeebodems waar ze stilliggen of met hun buikvinnen overheen ‘lopen’. Zo’n 50 miljoen jaar geleden splitste de voorouder van de diepzeehengelvissen zich van zulke bodembewoners af en trok naar de open diepzee. Dat gebeurde in een periode dat de aarde warmer was dan normaal en veel soorten in oceanen uitstierven. Misschien werd de zeebodem minder geschikt als plek om te leven. Hoe dan ook: de diepzee was een nieuwe omgeving waar de diepzeehengelvissen een periode van snelle specialisatie en soortvorming doormaakten.

Een groot probleem in de diepzee is de voortplanting, want omdat er weinig leven is, leven vissen er in zeer lage dichtheden. De kans om een partner tegen te komen is klein, en de kans dat twee soortgenoten elkaar treffen als beide aan voortplanting toe zijn, is uiterst klein. Hier hielp de unieke voortplantingswijze van de diepzeehengelvissen. De onderzoekers denken dat ze van oudsher aan seksueel parasitisme deden. Daardoor hoefde een mannetje maar een keer een vrouw te vinden en maakte het niet uit wanneer hij haar ontmoette. Doordat hij zich vastbeet en niet losliet, waren de twee verzekerd van seks: hij was met zijn sperma paraat zodra zij eitjes kon leggen.

Bij veel soorten gaat het nog steeds zo, maar er ontstonden ook soorten waarbij een mannetje zich slechts tijdelijk aan een vrouw hecht.

Seksueel parasitisme, met dwergmannetjes als aanhangende spermazakjes, komt bij gewervelde dieren verder niet voor. Hoe heeft het bij diepzeehengelvissen kunnen ontstaan?

De onderzoekers verklaren het met twee ontwikkelingen die gaande waren. Ten eerste was er bij zeeduivels de trend dat mannen kleiner waren dan vrouwen. Ten tweede reduceerden zij hun afweersysteem, met name het verworven deel dat bescherming opbouwt tegen specifieke ziekteverwekkers of parasieten waarmee het eenmaal te maken heeft gehad. Hoe deze vissen zich dan wel tegen ziektes verweren, is nog onbekend.

De diepzeehengelvissen voerden beide trends tot het uiterste door: mannetjes zijn niet groter dan nodig is om zwemmend een partner te bereiken en sperma te produceren. En het verworven afweersysteem is grotendeels ontmanteld, zodat mannetjes probleemloos op vrouwen kunnen parasiteren.

Het is dus een gelukkige combinatie van omstandigheden en eigenschappen geweest die de diepzeehengelvissen naar de uitdagende diepzee dreef en daar succesvol maakte.

Willy van Strien

Foto: Vrouwelijke Johnsons hengelvis (Melanocetus johnsonii), die behoort tot de diepzeehengelvissen. Fernando Losada Rodríguez (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 4.0)

Meer over diepzeehengelvissen waarbij mannetjes op vrouwen parasiteren

Bron:
Brownstein, C.D., K.L. Zapfe, S. Lott, R. Harrington, A. Ghezelayagh, A. Dornburg & T.J. Near, 2024. Synergistic innovations enabled the radiation of anglerfishes in the deep open ocean. Current Biology 34: 2541-2550. Doi: 10.1016/j.cub.2024.04.066

Parfummakers

Mannen van orchideeënbijen maken hun eigen parfum

Met een zorgvuldig samengesteld, complex parfum zorgen mannelijke orchideeënbijen (Euglossini) voor een lekker luchtje waaraan vrouwen hen herkennen; elke soort heeft zijn specifieke samenstelling. Mannen maken het parfum zelf en bewaren het in zakjes aan hun achterpoten. Ze verschillen onderling in de intensiteit en complexiteit van hun geur, en er zijn maar weinig bijen met een uitzonderlijk goed parfum. Dat is geen wonder, want het kost veel tijd en energie om de vele geurcomponenten te vinden en te verzamelen. De meeste bestanddelen zijn schaars.

Als mannen jong zijn werken ze er het hardst aan, ontdekten Jonas Henske en Thomas Eltz bij hun onderzoek in Costa Rica aan de orchideeënbij Euglossa imperialis. Mannen worden zes weken tot drie maanden oud.

De onderzoekers hadden eigenlijk gedacht dat de oudste mannen de grootste voorraad en het meest complexe parfum zouden hebben. Zij hebben er immers het langst aan kunnen werken. Zo’n kostbaar parfum zou bewijzen dat de eigenaars lang hebben geleefd, een signaal van goede erfelijke kwaliteit en goede conditie. Maar dat idee blijkt niet te kloppen.

Om hun aanname te testen, lokten Henske en Eltz Euglossa imperialis-mannen, vingen ze, schatten hun leeftijd en verzegelden het geurzakje aan de rechter achterpoot met lijm. Daarna lieten ze de orchideeënbijen los en wachtten tot ze weer verschenen op de oorspronkelijke vangplek. De helft van de mannen was binnen vijf dagen terug, sommige bleven meer dan twaalf dagen weg. De onderzoekers konden ongeveer een derde van de mannen voor de tweede keer vangen, en dan vergeleken ze de inhoud van beide geurzakjes.

Jonge mannen hadden de geur in het zakje aan de linker achterpoot, dat open gebleven was, tussen de eerste en tweede meting verbeterd. De voorraad parfum was groter geworden en het had een gevarieerdere samenstelling dan in het verzegelde zakje. Bij oude mannen was het parfum in het linker zakje juist achteruitgegaan in kwantiteit en kwaliteit.

Misschien hebben jonge orchideeënbijen-mannen een scherper reukvermogen of zijn ze behendiger in het zoeken en opslaan van geuren, denken de onderzoekers. Maar het kan ook een afweging zijn. Zo lang ze leven, verzamelen mannen geuren en baltsen ze, oftewel: enerzijds bouwen ze hun voorraad voortdurend op, anderzijds gebruiken ze er steeds wat van. De balans daartussen kan veranderen. Voor mannen die niet lang meer te leven hebben, loont het misschien de moeite niet om geur te blijven vergaren. Zij kunnen de voorraad parfum die ze hebben maar beter benutten.

Of vrouwen een voorkeur hebben voor een complexere geur, is jammer genoeg niet bekend.

Willy van Strien

Foto: Een man van een Euglossa-soort. Thomas Shahan (Wikimedia Commons, Creative Commons BB BY 2.0)

Lees hoe de mannen hun parfum maken

Bron:
Henske, J. & T. Eltz, 2024. Age-dependent perfume development in male orchid bees, Euglossa imperialis. Journal of Experimental Biology 227: jeb246995. Doi: 10.1242/jeb.246995

Slaapoffer

Breedvoetbuidelmuis-man slaapt weinig in het paarseizoen

Zoveel mogelijk nakomelingen krijgen, daarom draait het in het leven ook voor de Swainson-breedvoetbuidelmuis, Antechinus swainsonii. Voor de mannen, die geen zorg voor jongen hebben, betekent dat: met zoveel mogelijk vrouwen paren, want elke geslaagde paring kan nageslacht opleveren. Ze hebben maar drie weken de tijd, want dat is de periode dat alle vrouwen vruchtbaar zijn. Mannen ondervinden hevige concurrentie; als gevolg van de druk om dit aan te kunnen, zijn ze maar liefst twee keer zo zwaar als vrouwen.

Dit korte en intensieve paarseizoen heeft voor de mannen een heel bizar slot: ze gaan allemaal dood. De vrouwen, die de jongen dragen in een huidplooi (ze hebben geen volledige buidel), blijven in leven en veel van hen beleven na een jaar een tweede voortplantingsseizoen. Maar voor de mannen is het na één keer afgelopen.

Om in dat ene seizoen zoveel mogelijk partners te scoren, bezuinigen mannen op rust, ontdekten Erika Zaid en collega’s.

De breedvoetbuidelmuis is een insectenetend roofdiertje dat leeft in Australië. Voor het paarseizoen slapen man en vrouw gemiddeld ruim 15 uur per etmaal. In de paartijd, zo blijkt uit metingen aan lichamelijke activiteit en hersenactiviteit, schroeven mannen dat terug tot gemiddeld 12 uur: 20 procent minder. De verhoogde activiteit, die ze vooral ’s nachts tentoonspreiden, gaat gepaard met een hoger gehalte aan het mannelijke geslachtshormoon testosteron in het bloed. Zo hebben ze extra tijd en kracht om partners te vinden en te veroveren.

Of mannen die veel slaap opofferen inderdaad meer nakomelingen verwekken, melden de onderzoekers helaas niet. Ze gingen ook niet na of mannen het tekort aan slaap compenseren door dieper te slapen.

Minder slaap is slecht voor de gezondheid. De concentratie van bepaalde bijnierschorshormonen stijgt, en die hormonen onderdrukken het afweersysteem met uiteindelijk fatale gevolgen. Maar omdat de mannen toch snel doodgaan, is gezond blijven niet belangrijk meer. Extra vaak paren is nu een betere strategie dan voldoende slapen.

Je zou kunnen denken dat breedvoetbuidelmuis-mannen na de paartijd doodgaan doordat ze zo ongezond bezig zijn geweest. Maar zo ligt het volgens de onderzoekers toch niet. Dat ze sterven ligt vast. De toename van bijnierschorshormonen voegt daar weinig aan toe, maar zorgt er wel voor dat ze hun verhoogde activiteit kunnen volhouden.

Willy van Strien

Foto: Antechinus swainsonii. Catching the eye (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY 2.0)

Zie ook: Mannen van de gestreepte strandloper slapen weinig in broedtijd

Bron:
Zaid, E., F.W. Rainsford, R.D. Johnsson, M. Valcu, A.L. Vyssotski, P. Meerlo & J.A. Lesku, 2024. Semelparous marsupials reduce sleep for seks. Current Biology, 25 januari online. Doi: 10.1016/j.cub.2023.12.064

« Oudere berichten

© 2026 Het was zo eenvoudig begonnen

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑