Dwingelandjes

Jonge eksterbabbelaar wordt beloond voor riskant gedrag

Hoe krijg je als kleintje zoveel mogelijk voedsel toegestopt? Jonge eksterbabbelaars weten precies hoe ze dat moeten aanpakken. Ze zoeken een volwassen vogel op die behendig prooien vangt om bij hem te gaan bedelen. Ze wagen zich op gevaarlijk terrein, in open veld waar ze bloot staan aan roofvijanden, want daar krijgen ze het meest. Vooral als er acuut gevaar dreigt, schrijft Alex Thompson.

Eksterbabbelaars, zwart-witte vogels zo groot als merels, komen voor in droge gebieden in het zuiden van Afrika. Ze leven in groepen van drie tot vijftien volwassenen. Slechts één man en één vrouw krijgen jongen; zij zijn het dominante paar. De andere vogels zijn ondergeschikt en helpen de kleintjes van het dominante paar grootbrengen. Gaan de dominante vogels opnieuw broeden, dan komt de zorg voor de oudere jongen helemaal voor rekening van de ondergeschikten, die bijna altijd familieleden zijn.
De zorg gaat wekenlang door. Als de jongen, in een bruin verenpakje, het nest verlaten, kunnen ze nog niet zelf prooien vinden en vangen; ze eten voornamelijk ongewervelde dieren. De volwassenen laten hen mee-eten, bewaken hen en leren hen om zelf op voedsel uit te gaan. Na negen weken beginnen de jongen langzaam zelfstandig te worden. Hoe groter de groep is en hoe langer het duurt voor een volgend stel jongen om aandacht vraagt, hoe meer hulp ze krijgen.

Maar of de periode van hulp nu lang of kort is: het is zaak om er zoveel mogelijk van te profiteren. Want hoe beter doorvoed een vogel van jongs af aan is, hoe beter hij of zij groeit en hoe groter de kans is om later een dominante vogel te worden die jongen krijgt, in plaats van een ondergeschikte die andermans jongen moet grootbrengen. Alex Thompson onderzoekt hoe de jonge babbelaars erin slagen zich zoveel mogelijk te laten verwennen. Hij werkt in Zuid Afrika in het zuidelijk gedeelte van de Kalahari woestijn, in de groep van Amanda Ridley die de vogels al sinds 2003 volgt.
De volwassen witkatlagters, zoals ze heten in het Zuid-Afrikaans, zoeken hun prooien bijna uitsluitend op de grond, en hongerige jongen gaan hen achterna om wat toegestopt te krijgen. Ze hangen vooral rond bij de behendigste volwassenen, constateerde Thompson. Die vangen het meest en delen het meest.
Maar in het open veld staan de jongen bloot aan vijanden: roofvogels en zoogdieren als stokstaartjes en mangoesten. In bomen en struiken zijn ze veiliger, maar op grotere afstand van de volwassenen met hun lekkere hapjes. Ze krijgen daar minder te eten. Dus wagen ze zich toch maar in het open veld. Liever enig risico dan een karig maal.
Daarmee zetten ze hun verzorgers behoorlijk onder druk als er een roofvijand in de buurt is. Thompson en collega’s bootsten die situatie na door de alarmroep van andere vogels te laten horen, voor de eksterbabbelaars een teken dat er gevaar dreigt. Maar hongerige jongen blijven dan doodleuk in het veld staan bedelen. Vooral voor jongen die nog maar net het ouderlijk nest verlaten hebben is dat erg link: zij kunnen zich niet snel uit de voeten maken als er inderdaad een roofvijand opduikt. Het enige wat de volwassenen kunnen doen om die jongen weg te krijgen uit het open veld, is hen extra voeren, zodat ze zich snel kunnen vol eten en bereid zijn om een veilig plekje op te zoeken.
De jongen chanteren de verzorgers, schrijven de onderzoekers: ze storten zich in het gevaar om extra voedsel los te peuteren. Dat is een beetje sterk uitgedrukt, maar hoe dan ook: de jongen nemen risico’s en dwingen daarmee een extra portie eten af. In die zin wordt hun roekeloze gedrag beloond.

Willy van Strien

Foto’s: Alex Thompson

Bronnen:
Thompson, A.M., N.J. Raihani, P.A.R. Hockey, A. Britton, F.M. Finch & A.R. Ridley, 2013. The influence of fledgling location on adult provisioning: a test of the blackmail hypothesis. Proc. R. Soc. B 280: 20130558, 10 april online. Doi 10.1089/rspb.2013.0558
Thompson, A.M. & A.R. Ridley, 2013. Do fledglings choose wisely? An experimental investigation into social foraging behaviour. Behavioral Ecology and Sociobiology 67: 69-78. Doi 10.1007/s00265-012-1426-0
Nelson-Flower, M.J., P.A.R. Hockey, C. O’Ryan, N.J. Raihani, M.A. du Plessis & A.R. Ridley, 2011. Monogamous dominant pairs monopolize reproduction in the cooperatively breeding pied babbler. Behavioral Ecology 22 :559-565. Doi: 10.1093/beheco/arr018

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in ouderzorg. Bookmark de permalink.