Hoe de huismus een huismus werd

Met de landbouw mee

Wat zou een huismus zijn zonder ons? Huismussen leven in dorpen en steden, broeden onder dakpannen en eten de kruimels die wij laten vallen. Het zijn mensenvogels. Ze zijn echt anders dan hun wilde verwanten, laat een internationale groep onderzoekers zien.

Uit DNA-onderzoek blijkt dat de huismus, die nu een bijna wereldwijde verspreiding heeft, van oorsprong uit het Midden Oosten komt. Zodra daar de eerste landbouw verscheen, zo’n tienduizend jaar geleden, pikten mussen letterlijk een graantje mee. Ze aten niet langer de zaden van grassen, maar stapten over op de graankorrels die ze bij de vroege landbouwers konden vinden.
En sindsdien zijn ze bij de mensen blijven hangen. Ze volgden de landbouw naar delen van Azië, Europa en Noord Afrika. Later heeft de mens ze naar Noord en Zuid Amerika, Zuid Afrika, Australië en Nieuw Zeeland gebracht. Praktisch overal waar mensen wonen hebben ze nu gezelschap van huismussen.

De ‘cultuurvolgers’ hebben zich aangepast aan hun nieuwe woonplaats, bleek uit een nieuwe studie. Ook in Iran leven huismussen in dorpen en steden, maar daarnaast leeft er nog een ondersoort die niet de menselijke beschaving heeft opgezocht. Deze ondersoort is in het wild blijven leven en graszaden blijven eten, en zal sterk lijken op de voorouders van de huiselijke huismus. De onderzoekers vergeleken nu een aantal wilde en huiselijke Iraanse huismusexemplaren uit verzamelingen van natuurhistorische musea en universiteiten. Ze maten koppen en snavels op.
Het resultaat: de huiselijke huismussen hebben een steviger schedel en een langere, puntiger snavel. Daarmee kunnen ze goed overweg met het nieuwe voedsel dat ze op akkers vinden: graankorrels van bijvoorbeeld haver, tarwe en gerst zijn namelijk groter en harder dan graszaden.

Bij de mensen vonden de huismussen meer dingen die ze goed konden gebruiken, zoals daken om onder te broeden. En, verrassender: sigarettenpeuken om hun nesten mee te ontsmetten.
Maar in de moderne Westerse maatschappij kregen de vogels het uiteindelijk toch moeilijk, en sinds 1970 zijn ze zeldzamer geworden. Het lijkt er wel op dat die afname nu gestopt is.

Willy van Strien

Foto: Christine Matthews (Wikimedia Commons)

Zie ook: Verfrissende peuk

Bronnen:
Riyahi, S., Ø. Hammer, T. Arbabi, A. Sánchez, C.S. Roselaar, M. Aliabadian & G.-P. Sætre, 2013. Beak and skull shapes of human commensal and non-commensal house sparrows Passer domesticus. BMC Evolutionary Biology 13: 200. Doi:10.1186/1471-2148-13-200
Sætre, G.-P., S. Riyahi, M. Aliabadian, J.S. Hermansen, S. Hogner, U. Olsson, M.F. Gonzalez Rojas, S.A. Sæther, C.N. Trier & T.O. Elgvin, 2012. Single origin of human commensalism in the house sparrow. Journal of Evolutionary Biology 25: 788-796. Doi: 10.1111/j.1420-9101.2012.02470.x

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in eetgewoonten. Bookmark de permalink.