Superman krijgt minidochters

Klein type vrouw bij kemphanen ontdekt

Kemphaanmannen zijn er in verschillende uitvoeringen. Je hebt de veel voorkomende honkman, de minder vaak voorkomende satelliet en de heel zeldzame faar die pas negen jaar bekend is. De mannentypen verschillen van elkaar in uiterlijk en gedrag. De vrouwen, een stuk kleiner dan mannen, zijn allemaal eender, was tot nu toe het idee. Maar David Lank en collega’s ontdekten tussen de nakomelingen van faren een afwijkend type vrouw: een onderdeurtje dat minder vruchtbaar lijkt te zijn.

Kemphaanmannen zorgen niet voor hun jongen, dat doen de vrouwen. Het enige dat mannen aan voortplanting hoeven te doen is paren. Hoe meer vrouwen ze versieren, hoe groter hun succes. Maar de concurrentie is hevig en ze moeten hun uiterste best doen om te scoren. Daar gebruiken ze verschillende strategieën voor.
Het bijzondere van kemphaanmannen is dat die verschillende veroveringsstrategieën erfelijk vastliggen. Dat komt bij bijna geen enkele andere diersoort voor.
Kemphanen broeden in Noord Europa en Siberië en overwinteren in Zuid Europa en Afrika. Tijdens de trek doen ze Nederland aan, maar ze broeden hier niet. Vroeger wel.

Twee mannentypen waren al langer bekend: honkmannen en satellieten. Zij hebben in de broedtijd uitbundige versieringen: halskragen en oorpluimen van lange veren die zwart, bruin, oranje of wit zijn, en effen, gestreept of gespikkeld. Op hun kop zitten gele wratjes.
De kragen en oorpluimen van honkmannen zijn over het algemeen donker van kleur. Bij satellieten zit er weinig of geen zwart in en meestal zijn óf kraagveren óf pluimenveren wit. Elke man heeft zijn eigen patroon. Na de broedtijd verliest hij zijn sierveren, maar het volgende broedseizoen komen die veren in precies hetzelfde kleurpatroon terug.

Deze twee mannentypen maken op speciale baltsarena’s een boel drukte om vrouwen te verleiden. Ze spelen daar verschillende rollen. Ook het gedrag van een man blijft, net als het kleurpatroon van zijn sierveren, van jaar op jaar hetzelfde.
De honkmannen zijn met 85 procent in de meerderheid. Op de balts-arena’s proberen ze een stukje grond te bezetten en te verdedigen, hun honk. Daar bakkeleien ze met de buren, zetten kraag en oorpluimen op en buigen naar vrouwen. Meestal reageren die niet, maar soms gaan ze in op de avances van een man die hen aanstaat. Die heeft dan succes. Maar honkman zijn is een riskante strategie, want drie op de vier honkmannen kunnen geen honk bemachtigen en buiten de arena’s paren vrouwen niet. De honkman-strategie kan dus veel nageslacht opleveren, maar leidt meestal tot niets.
De andere 15 procent van de mannen is satelliet. Een satelliet ambieert geen eigen honk, maar voegt zich brutaalweg bij een succesvolle honkbezitter. De twee baltsen en bespringen elkaar, en die show vinden vrouwen onweerstaanbaar. Daarom hebben honkmannen graag een satelliet op hun honk. Maar als het eropaan komt – als er een vrouw in de buurt is – doet de honkman zich gelden. Hij is duidelijk de baas en de vrouw is voor hem. Een satelliet probeert op zijn beurt de honkman te hinderen als een vrouw gedekt wil worden. En als de baas even afgeleid is door een buurman, grijpt hij snel zijn kans. Zo hebben satellieten altijd wel enig succes, en gemiddeld krijgen ze evenveel nakomelingen als honkmannen.
De Canadees David Lank knobbelde uit dat er een gen is dat bepaalt of een man honkman is of satelliet. Vrouwen dragen dat gen ook, maar bij hen heeft het geen invloed op uiterlijk en gedrag.

Zo was de stand van zaken toen Joop Jukema en Theunis Piersma in 2004 in Friesland een derde type man ontdekten dat het heel anders aanpakt. Hij is kleiner dan honkmannen en satellieten. Hij krijgt in het broedseizoen geen flitsend verenkleed met bonte kraag en oorpluimen, maar blijft er onopvallend uitzien. Hij lijkt op een vrouwtje, maar is wat groter. Baltsen doet hij zelden of niet. Maar zijn zaadballen zijn tweeënhalf keer zo groot als die van andere mannen: in die zin is het een superman.
Piersma noemde de nieuw ontdekte mannenvorm faar en stuurde twee exemplaren naar Lank, die hen doorfokt en hun gedrag bestudeert.

Hebben de onopvallende faren enig seksueel succes tussen de opgedofte uitslovers?
Zeker, zag Lank. “Een faar hangt rond bij andere mannen, bespringt die en laat zich bespringen”, zegt hij. “Hij draagt bij aan het drukke spektakel op de arena dat vrouwen aantrekt. Af en toe nodigt een vrouw speciaal een faar uit om met haar te paren. En wil ze paren met een normale man, dan glipt de faar soms tussen beide in om haar stiekem te dekken.”
Na zo’n gestolen paring heeft een faar nog een trucje in petto. “Als die vrouw zich daarna tegen de grond drukt om door een andere man gedekt te worden, kruipt de faar vaak naast haar. Slaagt de truc, dan springt die andere man op hem, en niet op de vrouw. Zij krijgt dan geen zaadcellen van die ander die met de zijne zullen concurreren om de bevruchting van de eieren.” De grotere testes van faren produceren volgens hem extra veel sperma, en dat helpt als er wel sperma-concurrentie is. Faren kunnen dus wel degelijk succes hebben bij vrouwen.

Ook het faar-zijn is erfelijk bepaald, bleek toen Lank ging fokken met de twee exemplaren die hij uit Nederland gekregen had. Toen de jongen van zijn twee faren opgroeiden, ontpopte ongeveer de helft van hun zonen zich tot faar. Ook die fokte Lank door. Er moet een gen zijn dat bepaalt of een man faar is of niet, ontdekte hij, en dat gen overstemt het gen dat bepaalt of een man honkman is of satelliet.

Maar er bleek ook iets aan de hand te zijn met de vrouwen. Tot verrassing van Lank was de helft van de dochters van faren kleiner dan andere vrouwen. Faren zijn heel zeldzaam; slechts ongeveer één procent van de mannetjes is faar. Hun dochters zijn dus ook zeer zeldzaam, en daarom was het nog nooit opgevallen dat er een klein type kemphaanvrouwen bestaat.
Het gen dat bepaalt of een man honkman/satelliet of faar is, heeft dus ook gevolgen voor de vrouwelijke draagsters.
Vrouwelijke faren lijken, in tegenstelling tot mannelijke faren, minder vruchtbaar te zijn dan gewone vogels. In de kooien van Lank hebben ze althans nog geen jongen voortgebracht. Deze verminderde vruchtbaarheid van de kleine farendochters zal gecompenseerd moeten worden door het succes van de andere dochters en de zonen van faren. Anders zouden de faren uit de kemphaanpopulaties verdwijnen.

Willy van Strien
Dit is een bewerking en uitbreiding van een artikel dat ik drie jaar geleden voor Bionieuws schreef.

Foto’s
Groot: Kemphaanman, Zeddammer (Wikimedia Commons)
Klein, rechts: Baltsende man, Terence Voller (Creative Commons)
Klein, links: Kemphaanvrouw, Dick Daniels (Wikimedia Commons)

Bekijk de balts van kemphanen op een YouTube-filmpje van Jos Vroegrijk

Bronnen:
Lank, D.B., L.L. Farrell, T. Burke, T. Piersma & S.B. McRae, 2013. A dominant allele controls development into female mimic male and diminutive female ruffs. Biology Letters 9, 6 november online. Doi:10.1098/rsbl.2013.0653
Jukema, J. &T. Piersma, 2006. Permanent female mimics in a lekking shorebird. Biology Letters 2: 161-164. Doi:10.1098/rsbl.2005.0416
Lank, D.B., C.M. Smith, O. Hanotte, T. Burke & F. Cooke, 1995. Genetic polymorphism for alternative mating behavior in lekking male ruff Philomachus pugnax. Nature 378: 59-62. Doi:10.1038/378059a0

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in seksueel gedrag. Bookmark de permalink.