Stevige hangplek

Spin zorgt ervoor dat haar parasiet kan overleven

Sluipwesp Polysphincta janzeni op het web van het slachtoffer

Sommige spinnen maken ineens een web dat nergens naar lijkt. Ze doen dat niet uit zichzelf, maar gedwongen door de parasitaire larve van een sluipwesp. Die is beter af in zo’n ongewoon web, laten Thiago Kloss en collega’s zien.

Spinnen die een parasitaire Polysphincta-sluipwesplarve bij zich dragen gaan op een goed moment een vreemd web maken. We beschreven dat al eerder voor Europese spinnen die geparasiteerd zijn door Polysphincta. Het idee is dat de sluipwesplarve ingrijpt in het weefgedrag van zijn slachtoffer omdat hij daar op de een of andere manier iets aan heeft.
Thiago Kloss en collega’s beschrijven nu hoe twee Zuid-Amerikaanse Polysphincta-sluipwespsoorten inderdaad profiteren van hun manipulaties.

Het verhaal van de spinnen en de sluipwespen is nogal gruwelijk. Een sluipwespvrouwtje verlamt een spin zodat ze een eitje op haar achterlijf kan leggen. Daar komt een larve uit die bloed uit zijn gastheer zuigt. De geplaagde spin leeft door en weeft haar normale ‘wielweb’, waarmee het goed insecten vangen is. Maar op een nacht, als de sluipwesplarve is volgroeid, verandert dat. De spin produceert ineens iets anders: een open structuur met een stevig, dicht geweven centrum.
De volgende dag sterft zij. De sluipwesplarve eet haar op, gaat in het midden van het rare web hangen en spint een cocon om zich heen. Daarin verpopt hij en tenslotte zal er een volwassen sluipwesp te voorschijn komen.
De hangende pop is weerloos: hij kan niet vluchten en hij kan zich niet verdedigen tegen roofvijanden. Kloss wilde weten of een pop aan een afwijkend web een grotere kans kans op overleven heeft dan aan een gewoon web.

In de Atlantische bossen van Oost-Brazilië zocht hij twee soorten spinnen, Cyclosa fililineata en Cyclosa morretes, waarop zich een sluipwesplarve had vastgeklemd, respectievelijk Polysphincta purcelli en Polysphincta janzeni. Op het moment dat de spinnen een abnormaal web geweven hadden, nam hij ze uit hun web. Een deel van de spinnen zette hij elk op een normaal wielweb van een parasietvrije soortgenoot (die hij eerst had weggehaald en verderop in de struiken gezet), de overige spinnen zette hij terug op hun eigen, gemanipuleerde web.
Al deze spinnen gingen diezelfde dag nog dood, wat te verwachten was aangezien de sluipwesplarven hun ontwikkeling hadden voltooid. De sluipwesplarven verpopten.
Hoe verging het die poppen?
Met de sluipwesppoppen die aan een normaal web hingen liep het meestal slecht af. De wielwebben scheurden vaak kapot als het regende. Dan viel de pop op de grond en werd hij opgegeten door een hongerige roofvijand. De gemanipuleerde webben waren veel beter bestand tegen regenbuien en bleven meestal intact. Het gevolg was dat de sluipwesppoppen aan zo’n hangplek een veel grotere kans hadden om te overleven.

Het is duidelijk dat deze Polysphincta-soorten het normale weefgedrag van hun gastheer niet voor niets verstoren. Het verhoogt de kans dat ze het popstadium doorkomen en dat er een volwassen sluipwesp verschijnt.

Willy van Strien

Foto’s: Thiago G. Kloss
Groot: De sluipwesp Polysphincta janzeni op het web van de spin Cyclosa morretes
Klein: Larve van Polysphincta purcelli op gemanipuleerd web; de spin (Cyclosa fililineata) is dood

Zie ook: Macabere opdracht

Bron:
Kloss, T.G., M.O. Gonzaga, J.A. Martins Roxinol, C.F. Sperber, 2016. Host behavioural manipulation of two orb-weaver spiders by parasitoid wasps. Animal Behaviour 111:  289-296. Doi: 10.1016/j.anbehav.2015.11.001

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in manipulatie. Bookmark de permalink.