Klaar voor het maal

Ook stilzittende mierenleeuw kan iets leren

Larve van mierenleeuw graaft valkuil

Zitten en wachten tot er een prooi komt: meer hoeft een mierenleeuwlarve niet te doen als hij eenmaal zijn valkuil heeft gegraven. In de loop van de tijd leert hij hoe een prooi zijn komst aankondigt, zodat hij zich daarop kan voorbereiden, ontdekte Karen Hollis.

Larven van mierenleeuwen hebben veel voedsel nodig in de vorm van kleine beestjes. Ze zoeken hun prooien niet op, maar pakken wat er langs komt. Terwijl sommige soorten de prooien vanuit een hinderlaag opwachten en aanvallen, laten andere ze in de val lopen. Een larve maakt dan een trechtervormige kuil met steile wanden in los zand en graaft zich op het diepste punt in tot alleen kop en kaken nog uitsteken. Prooidieren die langs de rand lopen, verliezen hun grip en tuimelen de kuil in, waaruit het moeilijk ontsnappen is. Blijft een beestje overeind, dan gooit de mierenleeuwlarve soms zand naar hem toe. Het slachtoffer raakt in de war, verliest zijn evenwicht en stort in een zandlawine naar beneden.
Een mierenleeuw die zijn valkuil eenmaal heeft gegraven – wat een flinke klus is -, hoeft daarna alleen nog maar te wachten tot er een prooi komt. Daar is verder niets aan. En toch blijkt zo’n ingegraven larve nog wat op te steken, schrijft Karen Hollis.

volwassen mierenleeuwWereldwijd komen er een paar duizend soorten mierenleeuwen voor, waaronder veel soorten met larven die valkuilen graven. Mieren zijn een belangrijke prooi voor hen. In Nederland en België leven twee soorten, de gewone en de gevlekte mierenleeuw. De larven maken hun kuilen op beschutte plekken, zoals onder laaghangende takken. Volwassen mierenleeuwen zijn sierlijke, gevleugelde insecten.

Hollis en collega’s laten zien dat larven leren wanneer er een prooi in aantocht is. Ze hielden een aantal larven in het lab, elk in een eigen beker met zand. De helft van de larven kreeg elke dag een prooi op een willekeurig tijdstip, maar altijd vlak nadat de onderzoekers naast hun kuil wat zandkorrels hadden laten vallen. Daarmee bootsten ze de natuurlijke situatie na: een diertje dat bij de kuil komt, veroorzaakt eenzelfde trilling. De andere helft kreeg ook dagelijks een prooi, tegelijk met de eerste groep, maar een trilsignaal op een willekeurig ander moment. Dat ging zo door tot de larven gingen verpoppen.

Als er een prooi in de kuil valt, pakt een mierenleeuwlarve die, trekt hem onder het zand, bijt en brengt verlammend gif en verterende enzymen in. Vervolgens zuigt hij de vloeibaar geworden prooi-inhoud op en gooit het restant naar buiten. Als het nodig is, repareert hij zijn valkuil.
Mierenleeuwen die in het lab hun prooi steeds vlak na een trilsignaal kregen, gingen zich in de loop van de tijd op die handelingen voorbereiden als ze dat signaal opmerkten, zo bleek bij de experimenten. Ze reageerden eerder dan de ongetrainde larven op de komst van een prooi, werkten de prooi-inhoud sneller naar binnen en wisten er meer voedingsstoffen aan te onttrekken, waarschijnlijk doordat ze sneller verteringsenzymen aanmaakten. Kennelijk hadden ze het trilsignaal leren herkennen als een aankondiging dat er een prooi kwam. De mierenleeuwen die trilling en prooi los van elkaar kregen, konden niet leren om de komst van een prooi te voorzien en zich dus niet voorbereiden.
Andere onderzoekers, namelijk Karolina Kuszewska en collega’s, ontdekten dat mierenleeuwlarven ook onderscheid kunnen leren maken tussen grote en kleine prooien doordat grote prooien sterkere trillingen veroorzaken. Een kleine prooi laten ze gaan als ze merken dat er een grotere in aantocht is.

Doordat mierenleeuwen een link leren leggen tussen een trilsignaal en de komst van een prooi, gaan ze effectiever met zo’n prooi om, is de conclusie. Dat heeft een groot voordeel: in het lab groeiden de getrainde larven sneller, waren ze groter en verpopten ze eerder dan de larven die niet hadden kunnen leren om een naderende prooi op te merken. Zo waren ze sneller door het larvenstadium heen waarin ze zijn blootgesteld aan weer en wind en kwetsbaar voor hun roofvijanden. Bovendien: hoe meer een vrouwelijke larve eet, hoe groter en dus sterker de eitjes zijn die ze later als volwassen insect zal leggen.

Zelfs een dier dat stilzittend aan de kost komt, kan het weinige dat hij doet nog verbeteren door te leren.

Willy van Strien

Foto’s:
Groot: larve van waarschijnlijk gewone mierenleeuw (Myrmeleon formicarius). Aiwok (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 3.0)
Klein: volwassen exemplaar van gewone mierenleeuw. Gilles San Martin (Wikimedia Commons, Creative Commons CC BY-SA 2.0)

Bekijk een filmpje van een mierenleeuw en zijn valkuil

Bronnen:
Hollis, K.L., 2016. Ants and antlions: The impact of ecology, coevolution and learning on an insect predator-prey relationship. Behavioural processes, 6 december online. Doi: 10.1016/j.beproc.2016.12.002
Kuszewska, K., K. Miler, M. Filipiak & M. Woyciechowski, 2016. Sedentary antlion larvae (Neuroptera: Myrmeleontidae) use vibrational cues to modify their foraging strategies. Animal Cogntion 19: 1037-1041. Doi: 10.1007/s10071-016-1000-7
Hollis, K.L., F.A. Harrsch & E. Nowbahari, 2015. Ants vs. antlions: An insect model for studying the role of learned and hard-wired behavior in coevolution. Learning and Motivation .50: 68-82. Doi: 10.1016/j.lmot.2014.11.003

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedIn
Dit bericht is geplaatst in predatie. Bookmark de permalink.